Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Exemplarisch beleid: welk voorbeeld moeten landen met hoge COVID-cijfers volgen?

Door Ian Inkster

Nu een groot deel van de Verenigde Staten, Europa en vele Engelstalige landen bij het begin van wat gezien wordt als een “tweede golf” van COVID-19 uit een scala van mogelijke actiepunten moeten kiezen, vermelden de media herhaaldelijk een kleine groep van landen die het best nagevolgd kunnen worden – voorbeelden van goed COVID-beleid.

Twee opmerkingen vooraf. Het is al geruime tijd onduidelijk of deze nieuwe golf een direct gevolg is van mutaties van het DNA van het virus zelf, dan wel een door de mens veroorzaakte cyclus die op en neer gaat in verhouding met de mate van opvolging van de regels door de maatschappij. Worden de pieken veroorzaakt door burgerlijke laksheid? Het tweede punt volgt uit dit argument van mogelijke burgerlijke laksheid – men zou kunnen opperen dat het vermogen van een natie om de COVID-incidentie en -mortaliteit af te remmen een maat is voor de bestaande macht van de overheid. Goed COVID-beleid wordt dan een maat voor kracht en omvang van beleidslijnen, voor de vastberadenheid van een regering om de burgers te overtuigen vast te houden aan voorschriften, en van het vermogen tot aanpassing aan door externe omstandigheden veroorzaakte veranderingen. Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat goede COVID-resultaten als indicator fungeren voor hoe goed een regering het land zal leiden naar post-COVID-herstel. Dus er staat heel wat op het spel.

Daarom kan het kiezen van het beste voorbeeld een gegeneraliseerd onderliggend geloof weergeven dat een bepaald land een hoge status heeft onder de gemeenschap van naties. Dat wil zeggen, succesvolle COVID-resultaten worden over de hele wereld beschouwd als voorbeeld van een succesvol beleid en een sterke morele economie. Omgekeerd kan het mislukken van het COVID-beleid in de “tweede golf” als een teken van een falende staat gezien worden. Zo zijn we zijn al getuige geweest van de onttroning van Trump.

Uiteraard kunnen duidelijke uitzonderingen niet als noemenswaardig voorbeeld dienen, anders zouden heel uiteenlopende plaatsen zoals de Falkland-eilanden of Groenland de lijst aanvoeren.  Ook landen als Hong Kong en Singapore, die inderdaad applaus kregen, staan apart, evenals geïsoleerde eilanden en uitgestrekte gebieden met een zeer lage bevolkingsdichtheid zoals Ijsland, Madagascar, Finland of zelfs Noorwegen. Bij een meer exacte redenering moeten bij het zoeken van voorbeelden ook die landen buiten beschouwing gelaten worden die geen testen per miljoen rapporteren. Burkina Faso, bijvoorbeeld, met een bevolking van meer dan 24 miljoen en indrukwekkende Cm-cijfers van 122 (gevallen per miljoen) en voorbeeldig lage Dm-cijfers van slechts 3 (doden per miljoen) levert geen testcijfers. Natuurlijk zullen er landen zijn die zo weinig gevallen van hospitalisatie of doden gehad hebben dat ze helemaal geen tests afgenomen hebben, maar die zijn moeilijk te onderscheiden van diegenen waar de gevallen hoog zouden zijn als ze wel grondig getest hadden.

COVID-meetervaringen en selectie van modellen

Tabel 1 hieronder geeft de details weer van 10 landen, waarvan 5 wereldwijd regelmatig als voorbeeld genoemd worden, en 5 anderen die niet vermeld worden, maar wiens statistieken zeker in overweging genomen mogen worden. Wereld-data zijn weergegeven in de laatste rij. Coronavirus Worldometer

Uit tabel 1 kunnen heel wat kanttekeningen afgeleid worden. Cm meet het totaal aantal COVID-gevallen per miljoen, Dm het aantal doden per miljoen, en D/C zijn de sterfgevallen in verhouding tot het aantal geregistreerde gevallen, wat een goede indicator is van het effectieve mortaliteitscijfer; tests/m is het aantal tests voor COVID per miljoen van de populatie. Cijfers zijn afgeleid van totalen voor de periode vanaf 13 januari 2020, de dag van het eerste bevestigde geval in Japan, tot 11 november 2020.

De 5 meest geciteerde voorbeeldlanden zijn vetgedrukt, en tonen zeer gevarieerde COVID-ervaringen volgens hun eigen geregistreerde data gedurende de hele periode. Het lijkt alsof Duitsland en Zweden voorbeelden kunnen zijn, vooral voor Westerse naties, omdat ze goede cijfers hebben voor de bestrijding van COVID-19 in vergelijking met andere belangrijke Europese landen (bijvoorbeeld Engeland of België met Dm-cijfers van respectievelijk 719 en 1.112) en de VS (een Dm van 734). Ze hebben ook tamelijk hoge resultaten voor tests per miljoen, vooral Zweden. Maar een groot bezwaar tegen dit land als voorbeeld is zijn veel kleiner bevolkingsaantal, en de voor Europa ongewone karakteristieken van relatieve ruimtelijke isolatie vergeleken met hoge COVID-19-landen zoals Italië. Bovendien is het D/C, of sterftecijfer, van Zweden met 3,6 procent eigenlijk het hoogste van de 10 landen in deze tabel, ondanks een hoog testpercentage. Dit zou kunnen betekenen dat er niet goed is opgetreden bij effectieve hospitalisatieprocedures na positieve testen, wat een grotere mortaliteit tot gevolg heeft, of het zou het resultaat kunnen zijn van het relatief groot aantal oudere inwoners – met 20,3 procent van de bevolking ouder dan 65 vergeleken met ongeveer 16 procent voor Australië en de VS. Maar deze redenering houdt geen steek als we zien dat Duitsland een ratio van 22,2 procent van de bevolking in de oudere categorie telt, en Japan zelfs nog een groter aandeel van 28,2 procent. Beiden noteren een sterftecijfer van 1,7 procent. Gezien de kleine populatie van Zweden is dit een argument tegen het land als voorbeeld te nemen op basis van de actuele COVID-resultaten.

Binnen Europa blijft dan Duitsland over als mogelijk beter voorbeeld, vooral omdat het – in tegenstelling tot Zweden – omringd is door hoge COVID-landen zoals België, Frankrijk en Nederland (Dm cijfers van respectievelijk 1.185,  651, en 484).

Buiten Europa – problemen

Maar op het eerste gezicht kan geen Europese partij zich meten met het niet-Europese Australië, of met Japan en Taiwan, die allemaal uitzonderlijk lage Dms tellen (Taiwan met zijn onovertroffen 0,3 procent) en veel lager Cms. De schijnbare beperking van de Japanse en Taiwanese cijfers is hun lage aantal testen per miljoen. Als alle andere factoren gelijk zijn, betekent dit dat minder testen leidt tot minder “geregistreerde gevallen” als een land zich beroept op testresultaten als belangrijkste COVID-bron, in plaats van een officiële verzameling van data van ziekenhuizen en huisartsen van patiënten die gediagnosticeerd werden met het virus. Dit betekent geen volledige afwijzing. Het is best mogelijk, en zeker begrijpelijk, dat een land met weinig COVID-gevallen minder geneigd zal zijn om massaal te testen als een natie met duidelijk zware problemen. Het is opmerkelijk dat zowel de VS als het VK de hoogste proportionele testratio's hebben van alle grote landen – met ongeveer 50 procent van hun bevolking die getest werd. Gezien het aantal testen weinig zegt over de kwaliteit van de testprocedures, lijkt de logische redenering te zijn dat Taiwan en Japan hoog in aanzien mogen staan als voorbeeldnaties.

Australië heeft zo'n probleem niet, de testcijfers liggen bij de hoogste in de wereld, zelfs hoger dan die van Duitsland. De Dm is uitzonderlijk laag. Het enige probleem hier is het ongewone karakter van de demografie (een groot gedeelte van de bevolking leeft langs de uitgebreide kustlijnen), de afwezigheid van landgrenzen, de algemene relatieve isolatie van alle hoge COVID-hotspots en de kunst om zich af te sluiten ondanks een groot aantal toeristen en zakelijke contacten. Deze factoren kunnen niet nagevolgd worden, maar kunnen meer determinerend zijn voor het succes als demper van het virus dan eender welk element van beleid of een bepaalde volgorde van officiële interventies.

En er valt nog meer te zeggen over waarom sommige landen overkomen als voorbeeld, en andere niet, onafhankelijk van hun COVID-gerelateerde cijfers. Dit wordt aangetoond in drie rijen van Tabel 1. Pol-FrR is een indicator van politieke vrijheid binnen naties, zoals sinds 1973 gemeten wordt door Freedom House, Washington, DC. De index is gebaseerd op Zweden als 100,  bovenaan de lijst van alle belangrijke naties. Onze tabel 1 toont ook – met een * bij de namen van de 10 landen – die landen die door Freedom House benoemd worden als “electorale democratieën”, en het is duidelijk dat alle 5 van de grootste voorbeeldlanden in deze categorie vallen, en hoog gerangschikt zijn op de Pol-FrR index, gaande van 93 tot 100. De 5 voorbeeldnaties zijn een groep van vrije democratieën, die een serie van statuskenmerken en eigenschappen van een politieke cultuur gemeen hebben met vele van de landen die hen als exemplarisch beschouwen.

Ook al is Taiwan met zijn verbazingwekkende COVID-geschiedenis niet officieel erkend als een onafhankelijke natie door de andere 4 binnen deze selecte groep, de karakteristieken passen heel goed bij die van de groep in zijn geheel. De PPP-kolom toont dat deze landen behoren tot de rijkste, meest gevestigde industriële naties van de wereld, en de inschatting van hun exemplarisch karakter door de belangrijke wereld-mediabronnen weerspiegelt zonder twijfel iets van een culturele club. De PPP-kolom is een maat van de Wereldbank voor koopkracht per capita, die rekening houdt met de per capita-inkomensvergelijking door normale wisselkoersen te vervangen door koersen die dienen om de prijzen van een standaard korf van goederen en diensten te egaliseren.

De index is gebaseerd op de VS als 100. Het is duidelijk dat de gekozen voorbeeldnaties gezien worden als diegenen die nagevolgd kunnen worden – democratisch en vrij – en waar de media aan vasthouden bij het creëren van de mantras van “lering trekken uit”, of “de wetenschap volgen”, enzovoort. Dit wordt bevestigd in kolom Econ-Fr, die een index van economische vrijheid voor 2020 weergeeft, berekend door de Heritage Foundation, Washington DC, in zijn omvangrijke en vrij verkrijgbare 2020 Index of Economic Freedom. Singapore staat aan de top met 89,4, Australië op plaats 4 met 82,6, Zweden op nummer 22 met 74,9, enzovoort. Dat wil zeggen dat, ondanks de grote verschillen onderling in COVID-prestatie, deze groep als voorbeeld beschouwd wordt op basis van een globale cultuur, waarin marktgericht liberalisme met hoge inkomens door de internationale media beloond wordt met de hoogste status van de landen op de wereld. Status gaat hand in hand met geloofwaardigheid, integriteit en vertrouwen, de secundaire beloning van hoge inkomens.

Er kan dus gesteld worden dat het idee van een voorbeeldnatie in een COVID-wereld niet in de eerste plaats gebaseerd is op het COVID-resultaat, maar op een zekere mate van COVID-prestatie plus een grote mate van bewijs van hoge nationale status bij de andere naties op de wereld. Ondanks alle bedenkingen en minpunten opgesomd in dit artikel, blijken heel verschillende landen van de groep toch als voorbeeld te fungeren.

Buiten de grenzen: een ander perspectief op beste COVID-prestaties

Onze 5 andere landen geven een totaal ander beeld. Hoewel Polen en India beiden parlementaire democratieën zijn, hebben ze met deze groep een veel lager inkomen per capita gemeen, met Ethiopië als één van de armste landen ter wereld. Al deze landen kennen een lagere graad van economische en politieke vrijheid, maar ze hebben wel hele positieve COVID-resultaten, gemeten in kolommen Dm en D/C, en over het algemeend redelijke cijfers voor de tests per miljoen (het slechtste is Angola dat de cijfers van Taiwan nog overtreft!). Dit zijn demografisch gezien geen kleine landen, en vanuit dat perspectief verdienen ze de nodige aandacht als mogelijke voorbeeldlanden.

Met zijn hoge Cm-cijfer lijkt Polen op het eerste gezicht een onwaarschijnlijke kandidaat, maar noteer wel dat het cijfer gelijk is aan dat van Zweden, en veel lager dan dat van Spanje (29.692), of Frankrijk (26.769), of het erg hoge Belgische cijfer van 42.547. Het aantal testen per miljoen overschrijdt dat van Japan. De D/C-verhouding is erg laag, een heel eind lager dan dat van het VK, Italië, Frankrijk en zelfs Duitsland. Polen grenst aan 7 landen met hoge of onzekere COVID-cijfers, zoals de Tsjechische Republiek. En, natuurlijk, het is een Europees land.

We zouden kunnen stellen dat het land in het Westen nooit gezien werd als voorbeeldig vanwege het culturele verschil van een laag inkomen per capita, vergelijkbaar met dat van Maleisië, en een lagere graad van economische en politieke vrijheid dan de landen in de gevestigde groep. Dit geldt overigens ook voor Ethiopië en Angola. De meest voor de hand liggende reden voor hun lage graad van COVID-gevallen is een gebrek aan infrastructuur voor doeltreffend testen en de lage graad van ouderlingen in hun populaties, in hoofdzaak een gevolg van de lage inkomens. Zoals reeds vermeld, dit alleen al zou ook de sterftecijfers verlagen. Veruit meer aannemelijke voorbeelden voor anderen zijn India en Maleisië. Ondanks de enorme populatie van India en de extreme armoede, allebei weergegeven in Tabel 1, heeft het land lage Cm-cijfers en vooral lage sterftecijfers. Als een goed gefundeerde parlementaire democratie heeft India een relatief hoog niveau van politieke vrijheid, alhoewel de plannen voor verdere economische groei (een jaarlijks BBP-groeipercentage van meer dan 7 procent vanaf 2012) betekenen dat de regering niet toelaat dat de marktmechanismen de productie en distributie van goederen en diensten bepalen. Gunstig beïnvloed door de leeftijdsverdeling, maar rekening houdend met de enorme omvang van de bevolking, zou India zeker beschouwd kunnen worden als één van de voorbeeldlanden in de groep van lage COVID-naties.

Maleisië als best practice?

Een goed voorbeeld in velerlei opzicht is Maleisië, het door de commentatoren van de internationale massamedia meest onderbelichte land. Het heeft, met een redelijke mate van economische vrijheid, opvallend goede COVID-statistieken verwezenlijkt, gebaseerd op een aanvaardbaar niveau van testen. De cijfers zijn gunstig beïnvloed door grenzen met lage COVID-landen, zoals Indonesië (Dm van 55) of Thailand (Dm van 0.9 en totaal aantal gevallen slechts 3.861!). De Dm- en D/C-niveaus zijn opmerkelijk. Bovendien toont het verloop van COVID-afweer heel wat meer inzet en intelligentie dan de meeste naties in het Westen. Screening werd ingevoerd op alle luchthavens nadat op 13 januari het eerste geval in Thailand bekend werd, en Maleisië rapporteerde zijn eerste eigen geval op 25 januari, duidelijk na Japan, Zuid-Korea, de VS en Taiwan. Al vroeg werden warmte-scanners ingezet. Onder de Movement Control Order van 18 maart verspreidde de regering, met medewerking van de media, actief de “#stayhome”-instructies, NGO's en gevangenen vervaardigden PPE voor de mensen in de frontlinie, en een extra stimulans om een volledige economische terugval te voorkomen werd ingevoerd in februari. Van in het begin accepteerde Maleisië dat China bewezen had door isolatie van de geïnfecteerde groep en de praktijk van sociale distantie de pandemie te kunnen bedwingen. Om nieuwe ziekenhuizen te bekostigen en voorraden van medicijnen aan te leggen, richtten het ministerie van gezondheid en Tenaga National Berhad (TNB) een actiecoalitie op om financiële hulp te krijgen van commerciële bedrijven, overheidsbedrijven (GLCs) en andere organisaties in Maleisië, een vorm van private sector-financiering die het Westen beter zou kunnen benutten. De regering temperde een opsplitsing tussen private en publieke sectoren, deed een beroep op sociale media, en NGO's (niet privé-bedrijven) werden al vroeg ingezet om beschermende maskers en desinfectiekabines te produceren, en om burgers over COVID-19 in te lichten. Op 11 april rapporteerde Maleisië een totaal van 4.346 COVID-gevallen en 1.830 genezen patiënten, een verhouding van 42 procent. Vandaag zijn de cijfers 32.969 en 45.095, een verhouding van 73 procent.

Veel sneller dan landen zoals Engeland hebben de Maleisische autoriteiten het belangrijke probleem van de ouderen in bejaardentehuizen herkend. Al op 27 maart introduceerde de Maleisische regering het Prihatin Rakyat Economic Stimulus Package (PRIHATIN) met 25 miljoen RM, toegekend om hulp te bieden aan bejaardentehuizen, bestaande uit uitkeringen in geld, voedselvoorziening en materiaal voor gezondheidszorg, alsook een eenmalige uitkering van 250 RM voor gepensioneerden van de staat. Maleisië besteedde een veel groter deel van zijn zeer beperkte middelen aan hulp voor de ouderen dan de meeste van de Westerse naties, en al veel eerder, waardoor het een verdienstelijk resultaat van zeer lage Dm en D/C cijfers bereikte.

Meer dan vrijblijvende uitspraken – selecteren met bedachtzaamheid

Het Maleisische voorbeeld illustreert dat er een verscheidenheid is aan positieve acties van landen die tot nu toe niet als exemplarisch beschouwd werden, hoewel ze een veel beter COVID-resultaat hebben als meer welvarende naties. Op zich kan dit soort bewijsmateriaal geen voorbeeld voor iedereen vormen. Een voorbeeld kiezen op basis van een enkel geval helpt waarschijnlijk niet echt. Maar wat duidelijk wordt, is dat globale voorbeelden er niet hetzelfde uitzien wat betreft politieke structuren, inkomen of economische ideologie. Het is beter dat elk land aan de hand van de eigen omstandigheden passende elementen uitkiest. Mogelijk is de beste optie het meer globale beeld te bekijken, maar specifiek rekening te houden met verschillen in inkomen en leeftijdsverdeling, de grenssituaties, dichtheid en graad van verstedelijking, en mate van luchtvervuiling. Zulke factoren kunnen de selectie sturen in de richting van landen of een land met gelijkaardige omstandigheden, en het best presterende COVID-land kan dan een goed voorbeeld zijn. Maar een oordeel mag niet te vlug geveld worden!

Factoren zoals leeftijdsstructuur of grenzen zijn vrij goed herkenbare en objectieve maatstaven. Politieke systemen en beleidslijnen zijn dat juist niet, ze veranderen met elk regime (we zijn benieuwd naar de ontwikkelingen in de VS). De enige uitweg uit deze netelige kwestie is allereerst te beseffen dat de COVID-incidentie en -mortaliteit slechts gedeeltelijk gerelateerd is aan het officiële beleid van een land. Eigenlijk werd de verhouding tussen ziekte, overlijden en bestuur tot nu toe zeer weinig belicht. Alleen al om die reden is een goed COVID-voorbeeld niet altijd een goed voorbeeld van politiek en maatschappelijk leven, vooral niet zoals het gedefinieerd wordt door beleidsmakers in parlementaire democratieën. Misschien zou de keuze tussen Australië en Japan, of tussen Indië of Maleisië, niet zo normatief moeten zijn. Het is wellicht verstandig de COVID-prestatie zorgvuldig af te wegen in de context van alle omstandigheden, en te beseffen dat  bestuursbeleid misschien niet het belangrijkste aspect is.

Professor Ian Inkster is een globaal historicus en politiek economist aan de SOAS Universiteit van Londen. Hij heeft gedoceerd en onderzoek verricht aan universiteiten in Engeland, Australië, Taiwan en Japan. Hij is auteur van 13 boeken over Aziatische en globale dynamieken met een specifieke focus op industriële en technologische ontwikkelingen, en is uitgever van History of Technology sinds 2000. Toekomstige boeken zijn Distraction Capitalism: The World Since 1971, en Invasive Technology and Indigenous Frontiers. Case Studies of Accelerated Change in History, met David Pretel. Volg hem op Twitter op @inksterian

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.