Nepal: gewone burgers beschermen de natuur en doen nog veel meer

Dit artikel is ons ter beschikking gesteld door Jurgen Callewaert. Het is eerder verschenen op DeWereldMorgen.

Ik was nogal verrast toen ik, begin dit jaar, een artikel [en] van Buzzfeed las over APYAC (Anti Poaching Youth Awareness Comitee) in het Chitwan National Parc [nl] in Nepal [nl]. Het CNP is het grootse nationale park van Nepal, ongeveer 932 km² en de habitat van de wilde neushoorn, tijger, olifant en vele andere beschermde diersoorten. Daarnaast zijn nog verschillende bufferzones, waar mens en dier op een zo goed mogelijke manier trachten samen te leven.

Ik kom al vele jaren in en rond het park en sinds vier jaar ben ik ook gehuwd met de plaatselijke voorzitter (President, zoals ze hier zeggen) van zo`n Anti Poaching Youth Awareness Comitee.
Mijn vrouw Doma Paudel woont en leeft op de grens van het nationale park en verloor op jonge leeftijd haar moeder door een ongeval met één van de wilde dieren uit het park. Niettegenstaande deze tragedie koos ze er toch voor om als vrouw te gaan voor een beroep als natuurgids in de jungle. Geen enkele vrouw had het haar toen al voorgedaan en dus werd zij de eerste vrouwelijke natuurgids in Nepal. Haar sociaal engagement voor haar omgeving is groot, bijzonder groot zelfs en dat leidde tot de Anapurna-award voor meest verdienstelijke vrouw van Nepal in 2010. Intussen runt ze samen met haar broer een succesvol, ecologisch toeristenbedrijf in Chitwan. Haar broer kijkt naar de zakelijke kant van het bedrijf, terwijl Doma veel meer bezig blijft met de sociale kant van een eco-toeristenbedrijf. Zo blijft ze zich inzetten voor haar omgeving en vooral voor slachtoffers van ongevallen met wilde dieren, via Wildlife Victim Fund. Aangezien ze ooit slachtoffer is geweest weet ze maar al te goed hoe het leven er kan uitzien als je als kind met één ouder verder moet opgroeien. Jaarlijks vallen talloze slachtoffers tijdens confrontaties met wilde dieren. Van de winst van hun bedrijf gaat elk jaar 10% naar allerhande projecten die de lokale bevolking ten goede komen. Zo investeren ze onder andere in een generator voor een vrouwengroep of ondersteunen ze een cleanup-campagne in de buurt.

Zo trek ik vaak, samen met mijn vrouw van de ene meeting naar de andere. Ik ontmoet er: gewone burgers, geëngageerde toeristen, hotelbazen, plaatselijke verantwoordelijken verschillende bufferzones, de voorzitter van WWF Nepal, talrijke natuurgidsen, een eigenaar van een textielbedrijfje, een muzikant, … en allemaal beseffen ze hoe belangrijk natuur, klimaat en biodiversiteit is, en nog belangrijker; wat de regio te danken heeft aan het natuurpark.

Zonder park geen toeristen en zonder toeristen geen inkomen.

Zo komen we samen om allerhande activiteiten mee te maken en zelf te organiseren zoals bijvoorbeeld ter gelegenheid van World Rhino day (22 september), World Tiger Day, World Tourism Day, de verkiezing van een nieuwe voorzitter voor de Nature Guide Association, we vergaderen over de invoering van huisvuilophaling, of het ter beschikking stellen van drinkbaar water …
en dan zijn er nog de talrijke feestdagen in Nepal.

Tijd dus om een beetje meer uitleg te gaan vragen aan Doma.

Ik duw het artikel van Buzzfeed onder haar neus en vraag wat ze daarvan denkt?
“Tja, ook iedereen hier heeft het artikel gelezen en het kwam uitgebreid in het nieuws. Wat er zich juist heeft afgespeeld zal niemand echt weten, en we kunnen natuurlijk niet goedkeuren dat er iemand sterft in de gevangenis zonder een eerlijk proces. Alle betrokkenen hebben verantwoording moeten afleggen, en wij kunnen daarmee leven. We kijken echter veel liever naar de toekomst en naar wat we vandaag allemaal kunnen realiseren. Het artikel is trouwens een verhaal van 13 jaar geleden en toen leefden we in Nepal nog in een volledig andere wereld dan vandaag. Voor de burgeroorlog konden we zien dat de populatie van wilde dieren flink aan het stijgen was. Die oorlog zette de deur wagenwijd open voor stropers en het wildbestand daalde drastisch (in Nepal woedde tussen 1996 en 2006 een burgeroorlog met de Maoïsten). Na deze burgeroorlog kregen we terug greep op de zaak en zien we terug een serieuze stijging in het aantal wild dat in het nationaal park vrij kan rondlopen. De populatie neushoorns is terug boven de 600 en Nepal is het eerste land ter wereld waar men erin geslaagd is om de tijgerpopulatie te laten verdubbelen [nl] in 10 jaar tijd. We zijn daar zeer trots op. Vooral de eerste keer dat we een Zero Poaching Year (1 jaar zonder stroperij) mochten meemaken was een bijzondere gebeurtenis. Nu vieren we al 1000 dagen zonder stroperij, en zo proberen we ons record steeds scherper te stellen.

Apyac, of de Anti poaching youth awareness comitee of een CBAPU (Comunitee Based Anti Poaching Unit) is eigenlijk een kleine schakel in een groter geheel dat instaat voor de bescherming, het onderhoud en de bescherming van het Nationale Park en de omliggende bufferzones.

Het is belangrijk dat we alle dieren beschermen en voor een goeie biodiversiteit zorgen. Bijvoorbeeld als de hoeveelheid herten daalt door ziekte, of sterft door grote overstromingen, dan heeft dat meteen een invloed op het aantal tijgers in dat gebied. En dit is zo voor alle dieren hier. Niet alleen de dieren moeten beschermd worden; we moeten ook de plantengroei in de gaten houden. Enkele jaren geleden kregen we te maken met een Mexicaanse klimopsoort die hier bijzonder goed groeide, alleen ze groeide zodanig goed dat ze andere plantensoorten overwoekerde en overheerste. Het duurde jaren vooraleer de neushoorn deze plant begon te eten en we zo de strijd tegen deze invasieve plant konden winnen. Het is veel beter dat we dat op een natuurlijke manier kunnen doen. In de sixties en seventies van de vorige eeuw hebben we hier ooit geprobeerd om de malariamug uit te roeien en toen werd er vooral met DDT gewerkt. Een uiterst giftig middel dat vandaag gelukkig verboden is.

De klimaatverandering zorgt ook nog voor andere problemen in het park, zo komt het wel eens voor dat een meer uitdroogt of dat de rivier een andere loop neemt en dan moet er ingegrepen worden, zodat wilde dieren steeds over water beschikken. Onder de gidsen wordt dan uitvoerig gediscussieerd of dat we de natuur zijn vrije loop moeten laten, of we de natuur een beetje moeten helpen, en hoever de mens daarvoor moet gaan. Zo hebben we ook al een aantal keer gehad dat er neushoorns uit het park werden uitgevoerd naar een ander nationaal park (Bardia) om daar ook het toerisme te stimuleren. Of zo werden er twee als relatiegeschenk verstuurd naar China. We hebben het daar wel moeilijk mee, want in het verleden is al gebleken dat, van de acht neushoorns die uitgevoerd werden naar Bardia, dat er daarvan na twee jaar nog slechts twee in leven waren.

Gelukkig hebben we het NTNC (The National Trust for Nature Conservation). Daar zitten de geleerden en die beschikken over de nodige kennis en fondsen om alles te realiseren.
Het is hun doel om oplossingen te vinden voor de problemen die zich voordoen in, maar ook net buiten het park. Net buiten het park hebben we bufferzones, waar de Buffer Zone Management Committees actief zijn. In de bufferzone waar Doma actief is zijn er 22 user committees, die op zich samengesteld zijn uit 1781 user groups. Die user groups zijn kleine sociale verenigingen die op de één of andere manier actief zijn in die bufferzone. Het gaat over een vrouwenvereniging die samen een plaatselijke akker bewerken in hun vrije tijd, of een groep die leert om speelgoed en souvenirs te maken die ze dan kunnen verkopen aan de toeristen. Maar er zijn ook groepen die eigenlijk de taak van de overheid opnemen of overnemen en naar de scholen trekken om les te geven over klimaat en milieu. Ze voeren toneelstukjes op die de plaatselijke bevolking moeten wijzen op de gevaren van de wilde dieren (het minimaliseren van het human-wildlife-conflict). Ze organiseren meetings met boeren om hen te leren hoe er kan omgegaan worden met natuurlijke gewasbeschermers en pesticiden. Proberen tips te geven om het conflict tussen wilde dieren en bewoners te minimaliseren en te voorkomen. Of zoals, Doma zelf gedaan heeft, een vereniging Wildlife Victim Fund WVF starten ter ondersteuning van slachtoffers van wilde dieren. Ze gaan dan zelf telkens op zoek naar de nodige fondsen om hun acties te financieren. De ene keer kloppen ze aan bij de hoteleigenaars, terwijl ze zich een andere keer richten tot WWF, of andere organisaties.

Apyac-leden werken overal mee in al die evenementen. Zo gaan ze ook soms mee met het leger op patrouille, op de grens van het nationale park. Omdat APYAC-leden gewone burgers zijn, kunnen ze veel gemakkelijker de mensen aanspreken die aan illegale visvangst doen, of gras gaan snijden in het nationale park, wat natuurlijk niet toegelaten is. Het is veel efficiënter om een buurman aan te spreken en te wijzen op de wetten en de gevaren die heersen in het nationale park, dan dat de mensen meteen gearresteerd worden door leger of politie. Wanneer we als APYAC mee trekken op patrouille zijn we natuurlijk ongewapend. Het enige wat we soms wel bij hebben is het jungle gun, een anderhalf meter lange bamboe stok, om ons te beschermen tegen de wilde dieren. Het park met bufferzone beschikt over 50 verschillende posten waar gecontroleerd wordt op wat er allemaal gebeurt. 18 kampen zijn exclusief militaire posten, 15 daarvan zijn enkel burgerlijke posten en de andere 17 zijn een combinatie van beide.”

Ik vraag aan Doma of het belangrijk is dat Apyac of Cbapu bestaat als er dan toch al zoveel toezicht is?
“Natuurlijk zijn de Apyac groepen belangrijk, omdat de militairen telkens maar voor een beperkte periode op dezelfde post zijn. Anders zouden ze kunnen een band opbouwen met lokale bewoners en zou een deel van hun aandacht kunnen verslappen. Dat zou dan opnieuw de deur kunnen openzetten naar de illegale jacht.

De burgerlijke posten zijn vaak wetenschappers of bureaucraten die veel minder een gevoel hebben met wat zich dagelijks afspeelt op de grens van het nationale park. Ze zijn echter ook belangrijk om een link te behouden met andere landen, en met de nationale overheid.

Een andere groep die heel belangrijk is voor het succes van het park zijn de gidsen die dagelijks met toeristen in het park trekken. Meestal zijn het zelf mensen die op de grens van het park wonen en dagelijks meemaken hoe bijvoorbeeld wilde zwijnen, ‘s nachts, hun moestuin komen leegeten. De gidsen zijn het reclamebord voor het park, zij moeten ervoor zorgen dat de toeristen mooie foto’s kunnen maken van de fauna en flora. Zij zijn er ook bijzonder trots op dat het nu zo goed gaat. Veel toeristen zorgt voor een mooi inkomen voor de gidsen, en dus een betere levensstandaard voor die mensen.

We zien trouwens dat wanneer we uit een kleine lokale groep iets ondernemen, bijvoorbeeld financieel ondersteunen van een slachtoffer van een wild dier, dat men vanuit NTNC, WWF of bufferzone management ook zijn steentje probeert bij te dragen. De overheid is een log en bureaucratisch geheel en daarom zijn de kleine groepen hier zo belangrijk.”

Hoe zie jij dan de toekomst van het park?
“Wel we zien nu terug een kleine terugval in het aantal neushoorns, en dit komt door een aantal redenen. Enerzijds zijn een aantal dieren gestorven door de gevolgen van zware overstromingen de laatste jaren, er waren zelfs een aantal dieren die ver India in gevlucht waren. Die werden gevangen en terug naar het park gebracht. Anderzijds zit het park wellicht aan zijn maximale populatie. We zien hier en daar ook een dier dat gestorven is na een gevecht met een andere neushoorn. Normaal staat er begin volgend jaar terug een telling van het aantal neushoorns op het programma en dan weten we terug zeker hoeveel er aanwezig zijn in het park.

Een ander issue dat we konden vaststellen is dat na de overstromingen we ook heel wat afval konden terugvinden in de jungle, en dat leidde tot een verbod op plastiek in het nationale park. Chitwan was hiermee dus het eerste nationale park in Nepal waar we zoiets konden invoeren. We moeten er ons dan ook van bewust zijn om minder plastiek te gaan gebruik, of het op een betere manier op te halen, in de gebieden rond het nationale park. Zo'n verbod of zo'n wet komt er vaak door geëngageerde toeristen die er de locals op attent maken wat problemen kunnen zijn en wat we er kunnen aan doen. Het blijft echter een zeer moeilijk verhaal, omdat het hier zeer warm is en we dus veel moeten drinken, en de plastiek fles daarbij het gemakkelijkste te verkrijgen is. De alternatieven moeten nog ingeburgerd geraken en we werken daar hard aan, maar iedereen moet meewillen. Sommige mensen, waaronder vooral Indische toeristen, schrikken ervan als we een opmerking maken als ze weer eens iets achteloos op de grond werpen. Gelukkig krijgen we dan vaak de steun van westerse toeristen die dat meer op prijs stellen en begrijpen.
Het toerisme is booming business in Chitwan. Veel Nepalezen beginnen of krijgen het financieel wat gemakkelijker en beginnen te reizen, of komen gewoon hun familie bezoeken, en daarbij staat dan een bezoekje aan het park op het programma. Vooral tijdens bepaalde feestdagen kan het al behoorlijk druk zijn. We zullen er dus heel hard moeten op toezien dat de druk op het nationale park niet te hard toeneemt.

Tot slot zal het ook aan onze overheid, en die van onze naaste buur, India, zijn om de gepaste maatregelen te nemen tegen de klimaatveranderingen. Als we elk jaar te maken krijgen met grote overstromingen zal dat zeer nadelig zijn voor de dieren, planten en de waterhuishouding in het park.”

In de tijd dat ik hier ben, ontmoet ik vele mensen die het goed menen. Alleen zullen sommigen nog wat ouderwetse principes zoals corruptie en politieke inmenging overboord moeten gooien. Men zal genoodzaakt zijn om samen te werken met alle spelers rond het park.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.