Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

De restauratie van de erfgoedgebouwen van Trinidad en Tobago brengt discussie op gang

 

Gerenoveerd verblijf van de President, Port of Spain, Trinidad. Foto door Jada Steuart, gebruikt met toestemming.

[Tenzij anders vermeld, verwijzen alle links naar pagina's in het Engels, NdT].

Een aantal erfgoedlocaties van Trinidad en Tobago was de afgelopen jaren dringend aan restauratie toe, maar het recente bouwkundig herstel van deze nationale gebouwen is met gemengde gevoelens ontvangen.

De saneringswerkzaamheden van het Red House (de traditionele zetel van het parlement van het land), bijvoorbeeld, of Mille Fleurs (één van de Magnificent Seven gebouwen grenzend aan het Queen's Park Savannah van de hoofdstad Port of Spain), hebben jaren in beslag genomen. De werken aan het Red House spannen de kroon – ze duren al 20 jaar .

De lange tijdspanne is mede te wijten aan de enorme omvang van de projecten en het feit dat sommige gebouwen volledig verwaarloosd zijn – Mille Fleurs is een goed voorbeeld. Het Red House was naar verluidt in zo'n slechte toestand dat heropbouw het enige alternatief was.

Vele projecten kwamen niet verder dan de planningsfase onder opeenvolgende politieke overheden. Pas in de laatste vier tot vijf jaar werd de nodige financiering vastgelegd en kon met de werkzaamheden worden begonnen.

Enkele van de gebouwen die profiteerden van deze serie van renovaties zijn Killarney (ook bekend als Stollmeyer's Castle), Whitehall (ook wel Rosenweg genoemd) en het President's House.

Killarney (ook bekend als Stollmeyer's Castle), een van de Magnificent Seven gebouwen die grenzen aan de belangrijkste groene ruimte van de hoofdstad. Foto door Jada Steuart, gebruikt met toestemming.

Voorafgaand aan hun restauratie werd enorme druk uitgeoefend om ze op te knappen, met name door The National Trust of Trinidad and Tobago, waarbij zowel de publieke als de private sector werden gelobbyd om te investeren in het rentmeesterschap van de 43 geregistreerde erfgoedsites van het land.

Tijdens een presentatie van het ministerie van Financiën in oktober 2019 vertelde premier Dr. Keith Rowley dat de gebouwen niet alleen gered moesten worden vanwege hun relevantie voor de geschiedenis van het land, maar dat de bouwwerkzaamheden die werden uitgevoerd ook werkgelegenheid creëerden:

If we could not do that [restore the buildings] […] we are not worthy of our independence [from Great Britain].

Als we dat niet zouden kunnen [de gebouwen herstellen] […] zijn we onze onafhankelijkheid [van Groot-Brittannië] niet waardig.

Facebook-gebruiker Aneka Nicole formuleerde het als volgt:

Trinis:
Travel to DC, go to 1600 Pennsylania Avenue, pose and take pics to post on social media.

Trinis:
Travel to the UK, go to Buckingham Palace, pose and take pics to post on social media.

Also Trinis:
Cuss about the cost of restoring historic buildings in Trinidad and Tobago, saying they are a waste of time and money.

I wonder if they know the annual cost of maintaining the two foreign examples I used?[…] the same examples they're happy to pose in front of and profile.

Trinis:
Reis naar DC, ga naar 1600 Pennsylania Avenue, poseer en neem foto's om te posten op sociale media.

Trinis:
Reis naar de UK, ga naar Buckingham Palace, poseer en neem foto's om te posten op de sociale media.

Ook Trinis:
Tekeer gaan over de kosten van de restauratie van historische gebouwen in Trinidad en Tobago, en zeggen dat ze een verspilling van tijd en geld zijn.

Ik vraag me af of ze weten wat de jaarlijkse kosten zijn van het onderhoud van de twee buitenlandse voorbeelden die ik heb gebruikt? […], dezelfde voorbeelden waar ze graag voor poseren om zich te profileren.

‘Onderontwikkeling van mensen'?

Niet iedereen is het er mee eens om prioriteit te geven aan de restauratie van erfgoedsites – zeker niet als je kijkt naar de hoeveelheid geld die is uitgegeven. Zo kostte de renovatie van Whitehall in totaal 32 miljoen Trinidad en Tobago-dollars (ongeveer 4.736.000 USD in de Verenigde Staten). De rekening voor het President's House bedroeg 89 miljoen TT (ongeveer 13.172.000 USD), en het Red House was nog veel duurder, oplopend tot een geschat totaal van 441 miljoen TT (ongeveer 16.872.000 USD).

Het Rode Huis was van oudsher de zetel van het parlement van het land; parlementaire zittingen moesten de afgelopen jaren worden verplaatst vanwege de restauratiewerkzaamheden. Foto door Jada Steuart, gebruikt met toestemming.

In een brief aan de redactie van de Trinidad en Tobago Newsday suggereerde Gregory Wight dat de gebouwen weliswaar mooi zijn, maar dat het geld misschien beter besteed had kunnen worden:

I read a quotation recently on third world development which says, ‘All too often development in the Third World means the over-development of objects and the underdevelopment of people.’ Now, that gave me real pause, because what is the value of gleamingly restored historical buildings when many of our young citizens feel so left behind that they would rather burn these buildings down than treasure them?

Ik las onlangs een citaat over de ontwikkeling in de derde wereld dat zegt: “Ontwikkeling in de derde wereld betekent maar al te vaak de overontwikkeling van objecten en de onderontwikkeling van mensen”. Nu, dat stemt tot nadenken, want wat is de waarde van schitterend gerestaureerde historische gebouwen als vele jongeren zich zo in de steek gelaten voelen dat ze deze gebouwen liever zouden afbranden dan koesteren?

Sommige netizens (internetburgers) delen zijn mening dat het geld misschien beter besteed had kunnen worden aan ziekenhuizen, scholen en de broodnodige sociale programma's. De overheid stelt echter dat de restauratie van deze gebouwen zowel van cultureel als van economisch belang is.

Een Newsday hoofdartikel was het ermee eens:

Money spent on these projects could have probably been pumped into healthcare, education, and infrastructure. The difference is, however, that taking care of our heritage sites is not just expenditure. It’s actually an investment in our future.

Het geld dat aan deze projecten besteed werd, had waarschijnlijk in gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur kunnen gepompt worden. Het verschil is echter dat de zorg voor onze erfgoedsites niet alleen een kostenfactor is. Het is eigenlijk een investering in onze toekomst.

Het artikel stelde ook dat historische gebouwen sociale waarde hebben:

Aside from the economic argument, it is also true that these buildings are of intense social importance, and that means they should not be lost. To preserve our history is not to suggest a wish to return to the old days of inequity and oppression. It is, rather, to remind us constantly of where we have come from as well as our own capacity to evolve.

Afgezien van hun economische belang zijn deze gebouwen van grote maatschappelijke betekenis, wat betekent dat ze niet verloren mogen gaan. Het in stand houden van onze geschiedenis is niet de wens om terug te keren naar de oude tijd van ongelijkheid en onderdrukking. We moeten eerder voortdurend herinnerd worden aan waar we vandaan komen en aan ons eigen vermogen om ons te ontwikkelen.

De meeste gebouwen dateren van voor de onafhankelijkheid (Trinidad en Tobago werd onafhankelijk in 1962), en velen zien ze als een herinnering aan de kolonisatie van het land door Groot-Brittannië. De architectuur uit het koloniale tijdperk is echter niet het enige dat gerestaureerd wordt; andere renovatieprojecten zijn onder andere het Brian Lara Stadion en twee lokale ziekenhuizen.

The Whitehall is het officiële kantoor van de premier van het land. Foto door Jada Steuart, gebruikt met toestemming.

Op het moment van publicatie kon Global Voices de toegang voor rondleidingen in voltooide gebouwen niet bevestigen. Whitehall, bijvoorbeeld, wordt van oudsher gebruikt als het kantoor van de premier, dus er zijn veiligheidsbeperkingen. Terwijl Killarney al onderdak bood aan verschillende tentoonstellingen die toegankelijk waren voor het publiek, is het interieurwerk in het Rode Huis en Mille Fleurs nog volop aan de gang, zodat er nog geen officiële verklaringen afgelegd werden óf en wanneer ze opengesteld worden voor het publiek.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.