De Oorlogstunnel: overleven tijdens het beleg van Sarajevo

Het huis van de familie Kolar in Sarajevo, het beginpunt van de Oorlogstunnel. Foto: Alem Bajramović, met toestemming gebruikt.

Dit artikel, geschreven door Kristina Gadže, werd eerder gepubliceerd op Balkan Diskurs [en], een project van het Post-Conflict Research Center (PCRC). Global Voices publiceert deze geredigeerde versie als onderdeel van een overeenkomst voor het delen van informatie.

Het beleg van Sarajevo [en] (1992–1996) was het langstdurende beleg van een hoofdstad in de moderne geschiedenis. De dagelijkse bombardementen en aanvallen van sluipschutters, gericht op de burgerbevolking, waren gruwelijk en werden verergerd door de blokkade van humanitaire hulpgoederen en het feit dat de stad afgesneden was van de rest van Bosnië en Herzegovina en de wereld. In een poging om te overleven en contact te leggen met de buitenwereld, groeven inwoners van Sarajevo een tunnel in de tuin van de familie Kolar. Aangezien de tunnel van de wijk Dobrinja naar Butmir liep, kwam hij bekend te staan als de D-B Tunnel, oftewel de Oorlogstunnel.

De Oorlogstunnel stond onder controle van de Krijgsmacht van de Republiek Bosnië en Herzegovina (ARBiH) en werd gebruikt voor de toevoer van eten en sigaretten en ook om wapens de stad in te smokkelen. De tunnel verbond de stad Sarajevo, die geheel afgesneden was door de Krijgsmacht van de Servische Republiek (VRS), met het gebied aan de andere kant van het vliegveld van Sarajevo dat in handen was van Bosnië. Dit gebied stond onder controle van de Verenigde Naties. De tunnel liep onder de landingsbaan van het vliegveld door.

De bouw van de tunnel begon in april 1993. Volgens curator Edis Kolar, de zoon van Bajro Kolar, wist de familie van tevoren dat er een tunnel in hun tuin gebouwd zou worden, maar hier werd niet publiekelijk over gesproken.

De binnenkant van de Oorlogstunnel. Foto: Alem Bajramović, met toestemming gebruikt .

Hoewel ze aan het front vochten, gingen zowel Edis Kolar als zijn vader regelmatig kijken of alles in orde was met hun huis. Edis herinnert zich dat er op een dag een paar mensen voor hun huis stonden, waaronder ingenieur en hoofdontwerper van de tunnel Nedžad Branković, een groep architecten van Zenica en Bakir Izetbegović (zoon van de toenmalige president van Bosnië en Herzegovina Alija Izetbegović, die directeur was van het Bouwinstituut in Sarajevo en later ook de politiek in ging).

“Ik herinner me nog goed wat Bakir zei: ‘We hebben het huis en de grond voor iets nodig.’ We wisten dat er een tunnel werd gebouwd, maar dat was een goed bewaard geheim. Mijn vader begreep wat hij nodig had, dus hij zei alleen dit: ‘Wat van mij is, is ook van jullie,’” zo vertelt Edis. Hij zegt dat zijn vader lid was van het team dat de tunnel groef en ook hielp met het verkrijgen van het materieel.

Twee maanden na dat bezoek, zo gaat Edis verder, begonnen mensen om de beurt met hun handen te graven. Er werd minder gebombardeerd, maar toen de Krijgsmacht van de Servische Republiek (VRS) hoorde dat er een tunnel gegraven werd, voerde ze op 17 en 18 maart 1993 twee hevige aanvallen uit. “Alles werd verwoest. Maar het was vergeefs,” zegt Edis. De bouw ging, ondanks de schade, door.

Edis zegt dat de tunnel van enorm belang was voor de inwoners van Sarajevo en dat de toekomst er mogelijk heel anders uit had gezien, als hij niet gebouwd was. Hij benadrukt ook dat de tunnel enkel voor transport en bevoorrading gebruikt werd en niet als vluchtroute diende.

Een museum als symbool

Edis legt uit dat, nadat de gangen en communicatielijnen aangelegd waren, de tunnel een symbool werd van het dagelijks leven van de inwoners van Sarajevo en sommige mensen maakten zelfs gebruik van de tunnel om te trouwen.

Een van die mensen was een vriend van Edis, Elvir Spahić, die toen 18 jaar oud was en zij aan zij had gevochten met Edis in de streek Treskavica. “Hij [Spahić] had een vriendinnetje dat uit Hrasnica kwam en we plaagden hem daarmee. Maar op een morgen zei Spahić dat hij ging trouwen. We lachten erom, maar we namen onze geweren ter hand, losten een paar schoten in de lucht en vervolgens ging het paar door de tunnel naar Sarajevo,” vertelt Edis.

Volgens Edis werd de tunnel in de laatste maand van de oorlog niet gebruikt, omdat hij volgestroomd was met water. Edis en zijn vader gingen naar huis om de tunnel schoon te maken en vonden allerlei achtergelaten spullen, zoals karretjes en foto's. “We verzamelden alles, zetten het in de kelder die leeg was en dat was het begin van het museum [en],” zo vertelt Edis.

Ondanks nauwe samenwerking met scholen wordt de Oorlogstunnel niet zo vaak bezocht door leerlingen van scholen in Herzegovina of de Bosnische entiteit Republika Srpska. Foto: Alem Bajramović, met toestemming gebruikt .

Geïnspireerd door het idee om te behouden wat achtergelaten was, ging Edis in heel Bosnië en Herzegovina op zoek naar voorwerpen uit die periode. Ook nu nog kunnen spullen aan het museum gedoneerd worden die mogelijk een verband hebben met de tunnel tijdens het beleg van Sarajevo. Edis zegt dat zijn vader het huis na de oorlog niet wilde restaureren, hoewel veel humanitaire organisaties hulp hadden geboden voor herbouw. Hij wilde dat het huis bewaard bleef exact zoals het was.

Toegankelijke museumcollectie

Tot 2012 werd het museum beheerd door Bajro en Edis Kolar, waarna het Sarajevo Canton Memorial Fund het museum onder hun hoede nam. De bouw [bih] van de 130 meter lange tunnel, die geheel opnieuw aangelegd moest worden omdat hij onder het vliegveld van Sarajevo doorliep, werd in april 2022 voltooid. Een gedeelte van de landingsbaan van het vliegveld was in 1998 gerenoveerd en de buis van de tunnel werd geheel met beton afgewerkt.

“Drie of vier jaar geleden werd besloten om de buis af te sluiten en niet onder het vliegveld door te gaan, maar zoveel mogelijk op eigen grond te blijven. In die betonnen buis lagen planken en rails,” zegt Edis. Hij voegt eraan toe dat de conceptuele fase van het project door architect Selina Tanović uitgewerkt is en dat een internationale aanvraag werd ingediend voor steun om het project tot stand te brengen.

Ieder jaar organiseert het Oorlogstunnelmuseum speciale bijeenkomsten voor blinde en slechtziende kinderen. Foto: Alem Bajramović, met toestemming gebruikt .

De tunnel en het museum worden ieder jaar door zo'n 170.000 mensen bezocht. De collectie is toegankelijk gemaakt voor blinden en slechtzienden en personen met ontwikkelingsstoornissen. “Ieder jaar organiseren wij samen met een onderwijzer en onze curator speciale bijeenkomsten voor blinde en slechtziende kinderen. Zij hebben geholpen met het uitbrengen van een museumgids in braille, zegt Edis.

Naast mensen uit Bosnië en Herzegovina en de regio trekken de tunnel en het museum ook bezoekers uit de rest van de wereld.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.