Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Hongaarse journalisten laten zich niet monddood maken

Csaba Lukács op zijn werkplek Magyar in Boedapest, oktober 2019. Foto beschikbaar gesteld door Magyar Hang, met toestemming voor publicatie.

In het Hongarije van Viktor Orbán werkt een journalist op het topje van zijn kunnen.

Hongarije staat momenteel op de 73ste plaats op de ranglijst van 180 landen die zijn beoordeeld in de World Press Freedom Index ‘Reporters Zonder Grenzen’, 50 plaatsen lager sinds Orbán en zijn Fidesz-partij in 2010 de macht overnam. De afgelopen drie jaar werden er in Hongarije drie belangrijke dagbladen opgeheven. Op 8 oktober 2016 maakten de nieuwe Australische eigenaren van Népszabadság plotseling  bekend dat het populaire links-georiënteerde nieuwsblad door een te geringe oplage niet meer zou verschijnen. Toen de journalisten wilden gaan werken, vonden ze een gesloten deur. Omdat de krant landelijk een van de grootste oplagen had, was de conclusie al snel getrokken dat Fidesz achter de sluiting zat.

In april kondigde de eigenaar van het nieuwsblad Magyar Nemzet aan dat de krant zou worden opgeheven. Het conservatief-georiënteerde dagblad, dat in 1938 werd opgericht, was een van de vele media en eigendom van de invloedrijke tycoon Lajos Simicska, voorheen een trouw aanhanger van de Fidesz-partij. Maar toen Simicska in 2014 bij Orbán in ongenade viel, nam de Magyar Nemzet tegenover de regering een kritischer houding aan.

Kort nadat de Fidez-partij bij de parlementaire verkiezingen van 2018 een meerderheid had behaald, werd de Magyar Nemzet opgeheven. Analisten veronderstelden dat deze nieuwe stap bevestigde dat Simicska stilzwijgend instemde met de nieuwe verordening en daarom een ernstige confrontatie kon worden bezworen. De Magyar Nemzet bestaat niet meer, de lezers en journalisten wisten alleen dat in februari de naam van de krant verbeurd was verklaard door het regeringsgezinde nieuwsblad Magyar Idők.

Toch besloten de journalisten van de vroegere Magyar Nemzet om met hun journalistieke werkzaamheden door te gaan. Na een kortstondig experiment met hun eigen “samizdat” Magyar Nemzet, begonnen ze in mei 2018 met het onafhankelijke weekblad Magyar Hang (De Stem van Hongarije). Ondanks hun voortdurende oproep, kregen de Magyar Hang-journalisten weinig support van wat was overgebleven van de Magyar Nemzet. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen.

In de marge van de mediaconferentie N-Ost 2019 sprak ik met Csaba Lukács, managing director Magyar Nemzet in Chișinău, Moldavië. De tekst van het interview is voor de duidelijkheid ingekort.

Maxim Edwards: Kunt u ons iets meer vertellen over de redenen van uw vertrek bij de Magyar Nemzet en uw besluit om Magyar Hang op te richten?

Csaba Lukács: Bijna 20 jaar was ik senior-journalist bij de Magyar Nemzet. Twee dagen na de verkiezingen in april 2019 kregen we allemaal een email van de chef-redacteur met het verzoek om maar zijn kantoor te komen, omdat hij iets bekend wilde maken. Hij vertelde dat het laatste nummer van de Magyar Nemzet zou verschijnen. Ik had het voorrecht om de allerlaatste editie te mogen redigeren onder de kop ‘Vége'(‘Het einde’), om afscheid te nemen van onze lezers. We vonden dat we direct in actie moesten komen om een nieuwe krant van nul af te beginnen. Maar helaas wilde de oude eigenaar ons de lijst met abonnees niet geven, dus konden we het goede nieuws niet aan onze vorige lezers doorvertellen. Naast mijn journalistieke bezigheden, werkte ik ook voor een NGO die artsen en paramedici naar rampgebieden uitzendt. Dus toen de Magyar Nemzet werd opgeheven, werd direct aan mij gedacht onder het motto: “Jij bent bekend met rampenbestrijding, dus ben je vast geschikt als onze nieuwe directeur.”

Dus we moesten vanaf nul beginnen. We beschikten slechts over enkele laptops en computers en het meubilair was geschonken. Omdat we geen eigen kantoor hadden, werd de allereerste editie van Magyar Hang in mijn huiskamer gemaakt. De eerste drie maanden kreeg niemand salaris. Ik vroeg iedereen om hun journalistieke werk voor de nieuwe krant als een investering in de toekomst te zien. Helaas konden we slechts 25 van de 100 journalisten van de Magyar Nemzet overnemen, destijds de grootste krant. Het is een wonder dat we het hebben overleefd, en we groeien nog steeds.

ME: Ik begrijp dat jullie om politieke redenen vrijwel geen advertentie-inkomsten kunnen genereren. Kunnen jullie nog andere inkomstenbronnen aanboren?

CL: Het eerste jaar hadden we geen inkomsten. Natuurlijk zijn er private adverteerders, maar die zijn bang dat ze door de overheid worden bestraft, omdat ze onze krant inkomsten bezorgen. Maar we hadden al afspraken met sommige Hongaarse bedrijfjes die al met de overheid overhoop lagen en dus niets hebben te verliezen. Tot nu toe bedragen onze inkomsten die niet direct van de lezers komen, minder dan vijf procent.

Het was altijd niet even gemakkelijk om de bezwaren van benzinestations om onze krant te verkopen, weg te nemen; sommige stemden toe. Momenteel hebben we bijna 2.800 verkooppunten in Hongarije en we verkopen wekelijks 8.000 kranten. Onze recente oplage bereikte 12.000 exemplaren.

Elders hebben veel kranten meer abonnees, maar dan worden er minder exemplaren via verkooppunten verkocht. Het is bijzonder dat wij drie keer zoveel kranten dan het aantal vaste abonnees verkopen. In Hongarije krijgen we telefoontjes van lezers die ons vragen of de Fidesz-partij ervan op de hoogte is als ze zich als abonnee laten registreren. We weten het niet honderd procent zeker, omdat er slechts één distributiecentrum bestaat, namelijk de Hungarian Post die eigendom van de staat is.

ME: Het oprichten van een gedrukt nieuwsmedium is een kostbare en tijdrovende gebeurtenis. Waarom gaf u hier prioriteit aan?

CL: Ik werkte voor een conservatief nieuwsblad met een behoudende lezersgroep die een krant fysiek in hun hand willen houden. Op het platteland en in de steden wonen veel oudere mensen die niet met Facebook of internet kunnen omgaan. In tegenstelling tot gedrukte media, bestaat er in Hongarije geen werkbaar economisch model om met online-media geld te verdienen.

Eigenlijk durfde geen enkel Hongaars bedrijf het aan om onze krant te drukken, zodat we moesten uitwijken naar een drukkerij in Bratislava, Slowakije. Toen we stopten met deMagyar Nemzet, hadden we nog een contract met een drukkerij. Maar toen ze zich realiseerden dat we artikelen wilden publiceren die de regering onwelgevallig waren, was het antwoord dat ze niet genoeg capaciteit hadden. Dus was Slowakije voor ons de beste optie. Het is dichtbij en er is geen Schengen-grens, zodat de Hongaarse autoriteiten het vrachtvervoer om zogenaamde administratieve redenen niet kunnen tegenhouden.

ME: De Magyar Nemzet was een christelijk-conservatief centrum-rechts nieuwsblad.Veel mensen buiten Hongarije begrijpen niet altijd dat heel veel conservatieve Hongaren – niet alleen liberalen of links-georiënteerden – erg bezorgd zijn over de richting die hun land is ingeslagen.  

CL: Tien jaar geleden stemde meer dan de helft van onze lezers op Fidesz. Wij concentreren ons nu op de ‘Orbán orphans’ (afvalligen) die hem steunden, maar nu zijn teleurgesteld; het is onze grootste doelgroep. Orbán en zijn regering hebben een aantal advertentiecontracten aan het links-georiënteerde nieuwsblad Népszava en het wekelijks liberaal-georiënteerde magazine  Magyar Narancs gegund, waardoor ze kunnen overleven. Voor de zogenaamde pluriformiteit moeten ze hun bestaansrecht aantonen. Maar ze zien ons als verraders; ze weren mensen die ‘het conservatieve ideaal om te overleven hebben verraden’. Deze boodschap werd zelfs live tijdens een show op Echo TV uitgedragen. De zender was een onderdeel van de staatspropaganda-machine; een politieke commentator noemde letterlijk mijn naam en die van de hoofdredacteur György Zsombor, terwijl hij riep: “Zij zijn verraders die in oorlogstijd moeten worden geëxecuteerd.”

Niemand weet wanneer zij  de tijd rijp achten om een oorlog te beginnen.

ME: U hebt nog steeds full-time verslaggevers die voor u werken, maar in welke mate hebben zij toegang tot overheidsinstanties? Kunnen zij altijd ministeriële informatie krijgen?

CL: Nee. Al het eerste jaar mochten we zelfs de tweewekelijkse persconferentie met Gergely Gulyás, de hoogste ambtenaar op het departement van de premier, niet bijwonen. Onze collega's van de onafhankelijke media hebben namens ons regelmatig gevraagd waarom we werden geweerd. Uiteindelijk werden we een jaar geleden toegelaten. Maar dat is de enige persconferentie door de regering die we mogen bijwonen; als er vragen worden gesteld zijn wij altijd als laatste aan de beurt. We hebben meer dan 500 vragen aan de verantwoordelijke publieke instanties gesteld, zelfs over staatsziekenhuizen betreffende de meest elementaire zaken, maar we krijgen geen antwoord. In Hongarije is wettelijk vastgelegd dat de media moeten worden geïnformeerd, maar het wordt niet nagekomen.

Regelmatig stelen de autoriteiten onze artikelen. Als we vragen stellen, worden de antwoorden naar de propaganda-media teruggestuurd of ze vertellen leugens.

ME: Maar ongeacht of ze nu wel of niet liegen, je zult toch de leugens moeten citeren en enigszins hopen dat ze als objectief worden benaderd. Welke invloed heeft dat op het lezerspubliek? 

CL: Als we iets willen weten, krijgen we geen antwoord. En als we vervolgens iets publiceren zeggen ze dat we geen contact hebben opgenomen en dat er sprake is van nepnieuws. Volgens Gulyás antwoordt de overheid niet, omdat we niet ‘een erkend medium’ zijn. Maar we staan legaal in Hongarije als medium geregistreerd en we voldoen aan alle eisen.

ME: Is er in de toekomst nog persvrijheid in Hongarije?

CL: Ze zullen er alles aan doen om alle andere media te weren of aan te kopen. HVG, het grootste wekelijks magazine, is de volgende. Ik weet zeker dat ze dit medium na de volgende lokale verkiezingen proberen aan te pakken. Ze willen de belangrijkste media in alle sectoren in bezit krijgen. De foundation, die is gelieerd aan Orbán's oligarch Lőrinc Mészáros, bezit 500 media: van een van de grootste commerciële tv- en radiozenders tot regionale nieuws- en sportbladen en magazines. Ze bezit 80 procent van de Hongaarse media, maar ze zullen er alles aan doen om 100 procent in handen te krijgen.

ME: Volgens mij zijn journalisten vaak het eerste slachtoffer van regeringen die deze vorm van rechts-populisme aanhangen: al te gemakkelijk worden ze als vijanden van het volk neergezet.

CL: Om heel eerlijk te zijn: we lopen geen gevaar. Vergelijk ons niet met Turkije, want we zullen nooit in de gevangenis terechtkomen. Hetzelfde geldt voor Rusland: ze zullen ons nooit vermoorden. Maar financieel verkeren we wel in een uiterst kwetsbare positie. We verdienen niet veel geld en als je naaste verwanten of je vrouw bij de overheid zouden werken, worden ze ontslagen. Ze houden ons allemaal in de gaten en weten onze verwanten te vinden. In mijn familie hebben we met elkaar afgesproken dat we s’ zondags tijdens de lunch nooit over politiek praten, omdat iemand in mijn naaste omgeving heeft gezegd dat ik een verrader ben die ‘wordt betaald door (George) Soros.’ En het is waar dat we door (George] Soros worden betaald, omdat de Central European University slechts een abonnement heeft op de Magyar Hang. Daarom ontvangen we wekelijks 450 Forint (€ 1,33) ‘Soros-geld’.

ME: Kunnen andere Europese samenlevingen een les trekken uit de snelle afname van de persvrijheid in Hongarije?

CL: Veranderingen kunnen snel gaan. Een democratie is kwetsbaar en als een winnaar in een land er voor kiest om zich niet aan de afspraken te houden, kan hij doen wat hem goeddunkt. Wij hadden nooit gedacht dat dit in Hongarije zou kunnen gebeuren, vooral als we terugdenken aan 1956 toen het volk tegen de Sovjet-Unie in opstand kwam. En toen er in 1989 een regimewijziging plaatsvond, dachten we dat een dictatuur in ons land voor altijd verleden tijd zou zijn. Maar toen een ‘sterke man’ zich aandiende, kreeg hij bij drie parlementaire verkiezingen meer dan 66 procent van de stemmen. Hij verwierf een constitutionele meerderheid en veranderde wetten, zoals de kieswet, waardoor het nu bijna onmogelijk is om Fidesz te verslaan.

Hij kan vanaf nu ongelimiteerd zijn gang gaan en we weten niet wanneer de veranderingen gaan plaatsvinden. Daarom moeten we er rekening mee houden dat deze situatie nog lang kan duren.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.