Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Stemmen voor onszelf

"I Voted"; photo by Krishna Praveen, used under a (CC BY-NC-SA 2.0 license.

‘Ik heb gestemd’. Foto door Krishna Praveen, geplaatst onder een CC BY-NC-SA 2.0 licentie.

Sinds ik ben begonnen met mijn blog [en – alle links] over het politieke landschap in Trinidad en Tobago krijg ik regelmatig de vraag op wie ik ga stemmen bij de verkiezingen in 2015. Ik ben gaan bloggen om de toenemende hulpeloosheid en hopeloosheid die ik had over mijn leven en werk als volwassene in Trinidad en Tobago het hoofd te bieden.

Die wanhoop bereikte een hoogtepunt – of dieptepunt, afhankelijk van hoe je het bekijkt – tijdens de illegale noodtoestand die in augustus 2011 door minister-president Kamla Persad-Bissessar werd uitgeroepen vanuit haar privéwoning.

Deze ‘noodtoestand’ paste niet in onze traditie, net als vele andere maatregelen die werden genomen tijdens de regeerperiode van de People’s Partnership-partij. De wijze van bekendmaking, de onduidelijke redenen en het feit dat het hele gebeuren drie maanden duurde gaven mij een helder inzicht in hoe makkelijk het is voor een groep mensen om mijn bewegingsvrijheid en burgerrechten in te perken en zelfs te bepalen of ik de kenmerken van een crimineel heb.

Gedurende die drie maanden hoorde ik mijn vrienden het gebrek aan vrijheid verdedigen op grond van het feit dat zij zich er ‘veilig’ door voelden. In werkelijkheid droeg de noodtoestand weinig bij aan het bestrijden van criminaliteit. Tegen de tijd dat de noodtoestand werd opgeheven in december 2011 besloot ik dat mijn tijd als passieve burger maar eens over moest zijn.

Als mensen mij nu vragen voor wie ik ga stemmen bij de volgende verkiezingen, dan zeg ik dat ik voor mijzelf ga stemmen.

Nee, dat betekent niet dat ik mijn geluk ga beproeven in het verkiezingsstrijdperk. Het betekent wel dat ik de tijd heb genomen om mijzelf te onderwijzen over het burgerschap, want ik ben niet meer van mening dat het probleem met onze politiek bij de gekozen regeringen ligt, maar eerder in het soort burgers en kiezers dat ons land voortbrengt.

Ondanks de onrust, onderdrukking en het geweld dat het Caribisch gebied gevormd heeft, wordt de regio, dankzij haar omgeving van zon, zee en strand, beschouwd als een relaxed oord. En nergens is die opvatting zo aanwezig als in Trinidad en Tobago.

Onze cultuur is er een van uitstellen tot de laatste minuut, het wegwuiven van elk nieuw idee wat hard werken vereist, van praten, praten en nog meer praten, en onwil om ergens aan deel te nemen als er geen vermaak aan te pas komt. We houden van losbandigheid, maar we vermijden conflicten. We raken snel in een ruzie verwikkeld, maar houden er niet van om de ander met een ongemakkelijk gevoel of schuldgevoel op te schepen, want we geloven niet in het loslaten van het verleden. Vriendjespolitiek is hier een levenswijze, zelfs in die mate dat we er een eigen uitdrukking voor hebben: to give a bligh (iemand een kans of steun geven).

Deze cultuur heeft geleid tot luiheid met betrekking tot onze rol als burger. In Trinidad en Tobago is er maar eens per vijf jaar sprake van ‘democratie’, die begint en eindigt bij de stembus. Het ‘parlement’ is voor ons een gebouw dat we aan gasten kunnen aanwijzen als we door Port of Spain rijden, en de taak van de minister-president en kabinetsleden is het verspreiden van voedselpakketten en zo nu en dan een kusje geven aan een baby.

We hebben geen kennis van de geschiedenis van ons land en erger nog, we kennen onze wetgeving niet. En we voelen er ook niet veel voor om ons aan de wet te houden. We begrijpen onze regeringsvorm niet. Het ‘Westminster-systeem’ is slechts een term. De ‘scheiding der machten’ had net zo goed een bezwering in obeah (Caribische volksmagie) kunnen zijn. En vergeet het maar om onze uitvoerende macht ter tafel te brengen: de president, de hoogste rechter en het rechtswezen hadden evengoed een tovenaarsraad kunnen zijn.

Ik besloot om afstand te doen van dit soort maatschappelijke luiheid en mezelf te onderwijzen. Het voor het eerst trainen van welke spier dan ook vereist toewijding en lef en al snel besefte ik dat mijn land, naast maatschappelijke lessen op scholen, ook betere journalisten en verslaggevers nodig heeft. Op enkele columns in een aantal dagbladen na is er bijna geen informatieve, politieke verslaggeving in onze media. Met de praatprogramma’s op de radio is het nog erger gesteld, omdat opvattingen daar voornamelijk op een emotionele manier worden gedeeld. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de media een sleutelrol hebben in het veranderen van de publieke denkwijze en de manier waarop problemen worden besproken.

Mijn reis die in 2011 begon is tot nu toe uitdagend, opwindend en soms ook saai gebleken. Er was veel lezen, schrijven en praten voor nodig en dat was niet altijd prettig, maar het heeft me wel geholpen om mijn ideeën over politiek en bestuur te formuleren, af te werpen en te hervormen. Ik kijk nu anders naar politici en kiezers en ik heb zorgvuldig een lijst met criteria opgesteld waaraan een politieke partij moet voldoen om mijn steun te krijgen.

Ik ga er niet langer zomaar vanuit dat politici integer zijn. Niet omdat ik geloof dat iedere politicus corrupt is, maar omdat geen enkel persoon immuun is voor de verleiding van macht. Ongecontroleerde macht leidt tot onbalans en misbruik. Als de kiezers niet scherp blijven en hun gekozen regering niet verantwoordelijk houden, zullen zij misbruikt worden door diezelfde regering. En dat is precies wat er nu gebeurt.

Ondanks groeiende onvrede over geldsmijterij, corruptie en zwak leiderschap van de People’s Partnership-regering zijn er maar weinig kiezers bereid om in opstand te komen en de regeringsleiders tot verantwoording te roepen. Misschien zijn we bang voor represailles. Misschien zijn we op zoek naar een ‘bligh’. Misschien zijn we te onwetend over onze taak als burgers. Misschien moeten we ons bezinnen op wat we precies nodig hebben en wat we verwachten van onze leiders. Grondregels en bezwaren invoeren en vasthouden aan de criteria die we zelf hebben opgesteld. En vaststellen welk soort beleid we willen in plaats van passief de kilometers aan afvoerleidingen en voedselpakketten in ontvangst te nemen.

Om al deze redenen hoop ik dat 2015 het jaar wordt dat de inwoners van Trinidad en Tobago hun rol als burger gaan omarmen en zullen beginnen met voor zichzelf te stemmen.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.