Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Hoe jonge, onafhankelijke vrouwen hun eigen plek veroveren in de Pakistaanse muziekindustrie

Image mixed by Nina Mashurova from photos from Zoe Viccaji, Sara Haider and Natasha Ejaz's Facebook pages.

Afbeeldingen van de Facebook-pagina's van Zoe Viccaji, Sara Haider en Natasha Ejaz, bewerkt door Nina Mashurova

Op haar achttiende kreeg Sara Haider [En – alle links] interesse in muziek en begon ze met het zingen van islamitische liedjes. Vervolgens ging ze op in de underground rock scene van Pakistan. Omdat er geen muzikanten in haar familie voorkomen, ontving ze haar scholing in klassieke muziek aan het voornaamste muziekinstituut van Karachi, NAPA. Ze vond het echter moeilijk een weg te vinden in de door mannen gedomineerde wereld van de Pakistaanse muziekindustrie.

‘Toen ik met mijn muziek begon, waren mannelijke muzikanten en bands een enorm obstakel voor me’, zegt Haider in een interview. In eerste instantie raakte ze ontmoedigd omdat ze steeds liedjes zong die als ‘mannelijk’ werden bestempeld, maar uiteindelijk vond ze een muzikaal voorbeeld in de 75-jarige Saffiya Beyg; een vrouwelijke muzikant en autodidact in het klassiek oosterse genre. Haider zegt hierover: ‘De mogelijkheid om van Saffiya te kunnen leren is fantastisch voor me geweest, vooral omdat ik een tienermeisje was zonder enig benul van de moeilijkheden van het vak’.

Haider zingt ‘Tara Saath’, van het YouTube-kanaal van Uth records.

Zo’n dertig tot veertig jaar geleden domineerden vrouwen als Noor Jehan, Iqbal Bano, Farida Khanum, Abida Parveen, Nayyera Noor, Tina Sani en Nazia Hassan de Pakistaanse muziekindustrie, maar met de opkomst van genres als pop, rock en fusion-sounds met oosterse en westerse invloeden veranderde er veel. In dit nieuwe muzikale landschap moeten jonge en onafhankelijke vrouwelijke artiesten zoals Haider hun eigen paden banen. Dit geldt natuurlijk vooral in een land waar weinig officiële muziekscholen zijn en waar muziek een hunar (ambacht) is die, zoals de familietraditie voorschrijft, van generatie op generatie wordt doorgegeven. In andere gevallen wordt muziekles gegeven door een ustaad (een klassiek-geschoolde privéleraar).

Volgens Haider hebben vrouwen in Pakistan niet dezelfde mogelijkheden als de mannen in hun land, en al helemaal niet in de muziekindustrie. Haider werd geboren in de progressieve miljoenenstad Karachi, ver verwijderd van de provincie Khyber Pakhtunkhwa waar de Taliban na een kortstondige periode van oproer, muziek en dans verbood. Maar ze merkt op dat vrouwen zelfs in de meest liberale stad van Pakistan niet dezelfde muzikale kansen hebben als mannen.

‘Als een meisje uit een doorsnee Pakistaans gezin haar ouders vertelt dat ze iedere avond wil optreden met vijf mannelijke muzikanten en een microfoon in haar hand, dan loopt dat niet goed af’, zegt Haider.

In het hedendaagse Pakistan zien vrouwen door de conservatieve opvattingen binnen het gezin, de politieke onzekerheid en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, vaak geen mogelijkheden een muzikale carrière na te jagen.

Door de groei van de Pakistaanse muziekindustrie en de vorm die deze sector daardoor heeft gekregen, is de aandacht verschoven van klassieke muziek naar pop en rock. Het gebrek aan vrouwen in deze nieuwe muzieksector symboliseert een bredere kloof tussen de seksen. Pakistan staat in de top tien van landen met de grootste beroepsbevolking ter wereld, maar heeft een chronisch gebrek aan vrouwelijke arbeidskrachten. Pakistan scoort wereldwijd dus zeer slecht als het gaat om gelijke deelname van mannen en vrouwen aan de arbeidsmarkt, alleen Jemen doet het nog slechter.

Waar zijn de muziekscholen?

In de muzieksector is deze ongelijkheid voor een deel te wijten aan een gebrek aan muziekonderwijs. Het principe van overerving in Zuid-Azië betekent dat muzikanten normaal gesproken worden voortgebracht door gharanas (muzikale families). Voor degenen die niet uit een muzikaal geslacht komen, is het noodzakelijk om muziekles te krijgen van een ustaad. Het mentorschap van ustaads, wier één-op-één begeleiding reguliere muziekeducatie vervangt, is diep geworteld in de traditionele Zuid-Aziatische muziekcultuur. Het overgrote deel van de meest gerenommeerde ustaads in Pakistan is man, met hier en daar een uitzondering als Saffiya Beyg.

Muziekactivist Zeejah Fazli zegt dat hoewel vrouwen ook in de leer kunnen bij mannelijke ustaads, de conservatieve houding ten opzichte van vrouwelijke mobiliteit en purdah (segregatie tussen mannen en vrouwen) de keuze over het algemeen beperkt, iets wat vrouwen veelal verplicht een lokale ustaad te bezoeken.

Ook zegt Fazli: ‘Vrouwen die het niet is toegestaan om ver te reizen of in een andere stad in een fatsoenlijke studio te werken aan hun muziek, zijn doorgaans afhankelijk van de dichtstbijzijnde of meest toegankelijke ustaad.’

Volgens Pakistaans popartiest Zoe Viccaji is westerse muziekeducatie praktisch niet aanwezig in Pakistan en zijn veelbelovende muzikanten aangewezen op zelfscholing.

Zij zegt: ‘Er is niet echt een systeem voor regulier muziekonderwijs. Ik begon pas twee tot drie jaar geleden met zanglessen. Ieder jaar zoek ik online naar cursussen.’

In Pakistan is muziek geen onderdeel van het nationale onderwijsprogramma, waardoor veel studenten op zelfstudie aangewezen zijn. Maar de meeste studenten zijn niet bezig met muziek. Uit een onderzoek dat in 2011 werd gepubliceerd in de Pakistan Journal of Social & Clinical Psychology bleek dat 90% van de ondervraagde jongeren geen instrument bespeelde. Officiële muziekinstituten zoals de National Academy for Performing Arts (NAPA) in Karachi, dat pas werd opgericht in 2005, zijn zeldzaam.

Dit maakt ieder muzikaal talent waardevol, ook de vrouwen.

Indie singer-songwriter Natasha Ejaz, die sinds drie jaar muziekles geeft zegt: ‘Progressieve ouders doen er niet moeilijk over om hun dochters naar muziekles te sturen. Maar misschien vinden ze het makkelijker omdat ik een vrouw ben.’

Ejaz studeerde zowel klassieke muziek onder begeleiding van Ustad Sultan Fateh Ali Khan, als audioproductie aan het International College of Music in Maleisië. ‘Niet veel mensen verwachten van mij dat ik mijn weg weet in een muziekstudio, maar als ze eenmaal zien wat ik kan, laten ze mij mijn gang gaan en leunen ze zelf achterover’, zegt Ejaz.

Hoewel Ejaz zelf een succesvol producer is, zijn er niet veel andere vrouwelijke producers in Pakistan te vinden. En doordat er geen plek is voor muzikale scholing binnen het nationale onderwijs, zijn ambitieuze artiesten aangewezen op zelfscholing, dure privélessen, of zoeken zij hun heil in het buitenland.

Haider: ‘De muziekindustrie zou vergeven moet zijn van vrouwelijke producers, geluidstechnici, drummers en gitaristen, maar het is overduidelijk dat de obstakels enorm zijn.

Een gebrek aan veilige locaties

Vrouwen wijten hun carrièreproblemen aan de landelijke politieke onrust en de onderontwikkeling van de muziekbranche, maar zij zeggen dat dit ook geldt voor hun mannelijke collega’s. Door de slechte onderwijsvoorzieningen en een gebrek aan locaties om op te treden, zijn de muzikale mogelijkheden voor iedereen schaars.

De politieke onrust in Pakistan zorgt ook voor een stortvloed aan veiligheidsmaatregelen die een verlammend effect hebben op de geplande muziekuitvoeringen, vaak zonder waarschuwing vooraf. Vorig jaar werden door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken 355 terroristische aanslagen in Pakistan geregistreerd.

Viccaji zegt hierover: ‘Iedere keer als je een optreden hebt geboekt, krijg je onvermijdelijk te maken met stakingen of annuleringen. Een voorbeeld: mensen veroordelen het als je op Chand Raat (de laatste avond van de Ramadan) wil optreden, omdat het een religieus feest is en muziek hier volgens hen afbreuk aan doet.’

En hoewel de veiligheidsproblemen iedereen raken, is het gebrek aan veilige locaties in Pakistan een groter probleem voor vrouwen, omdat zij meestal voor een mannelijk publiek optreden.

‘Het kan best eng zijn als je omgeven bent door heel veel mannen en slechts een handvol vrouwen, je moet jezelf dan ook afvragen hoe graag je dit wilt’, zegt Haider.

Ook zegt zij dat vrouwen met nog meer veiligheidsproblemen worden geconfronteerd, doordat de meeste optredens ’s avonds plaatsvinden. Optreden tot in de late uurtjes kan door militante groeperingen zoals de Pakistaanse Taliban, als ongehoord worden beschouwd.

‘Muzikanten hebben geen 9-tot-5-baan. Ons werk begint en eindigt later’, zegt Viccaji. In haar auto met geblindeerde ramen rijdt zij vaak ’s nachts in haar eentje door Karachi, een van de dichtstbevolkte steden ter wereld. Voor de meeste Pakistani staat Karachi synoniem voor straatcriminaliteit en ontvoeringen.

Viccaji: ‘Iedereen vraagt aan me waarom ik om 4 uur ’s nachts door Karachi moet rijden. Ze vinden dat ik om problemen vraag. Ze zijn bang omdat ik een vrouw ben. Je bent zelfs niet veilig voor de politie.’

Tijdens haar studie in de Verenigde Staten was het normaal om alleen over straat te gaan, maar bij haar terugkeer naar Karachi moest ze haar veiligheidsmethoden herzien. Veel van haar medestudenten stelden voor dat ze naar ieder optreden een mannelijke vriend mee zou nemen, iets wat zij zeer zorgwekkend vond.

Viccaji is zich bewust van de talloze manieren waarop haar geslacht bepalend is voor hoe andere professionals uit de industrie haar behandelen. Op haar zeventiende sloot Viccaji zich aan bij de band ‘Ganda Bandas’ (wat zoiets betekent als ‘vieze mensen’), maar tegenwoordig gaat zij door het leven als soloartiest, waardoor zij haar eigen keuzes moet maken – zonder de hulp van mannen.

‘Zelfs toen ik op zoek was naar een manager voelde het alsof ze mij serieuzer zouden nemen als mijn vader, een toonbeeld van mannelijkheid, erbij zou zijn’, zegt Viccaji.

Ze herinnert zich een gênante situatie toen zij een mannelijke producer bij haar thuis uitnodigde voor een bespreking: ‘Hij vertelde mij later dat hij nog nooit was uitgenodigd door een vrouw als zij alleen thuis was – dit had hij nog nooit meegemaakt in Pakistan.’

‘Ik ben me er constant van bewust dat je als muzikant in je eentje werkt. Als vrouw moet je alert zijn op de manier waarop je tegen mannen praat, zodat je niet verkeerd begrepen wordt. Als ik een man was geweest, dan zou de werksfeer minder gecompliceerd zijn.

De vrouwen benoemen echter dat niet alleen het vrouw-zijn, maar vooral de opvattingen binnen het gezin doorslaggevend zijn voor toegang tot muzikale scholing en een carrière.

Haider vertelt dat situaties als deze ook in haar vriendenkring voorkomen. Zelfs de talentvolste vrouwen worden ontmoedigd door familieleden. ‘Een goede vriendin van mij kan prachtig zingen. Ze begon op vijftienjarige leeftijd met gitaarspelen en schrijft haar eigen liedjes vanaf haar zeventiende. Ze komt echter uit een extreem conservatief milieu. Ze is goed opgeleid en welgesteld – ze mag van haar ouders naar een gemengde school, auto leren rijden en spijkerbroeken dragen – maar zingen voor een publiek of op tv is uitgesloten.’ Dit soort verhalen hoor je hier volgens Haider aan de lopende band.

Kijkend naar de toekomst

‘Mensen stoppen hun frustraties en hoop in hun muziek’, zegt Haider. ‘Wat men ook zegt over de Pakistaanse muziekindustrie, het is een krachtig platform voor het uiten van emoties.’

Tegen de verwachting in worden vrouwen die zich in de opkomende Pakistaanse muziekindustrie begeven, omarmd. Fazli geeft bijvoorbeeld aan dat de industrie wel op zoek is naar vrouwelijke artiesten.

En het heeft ook zijn voordelen om een van de weinige vrouwen in de industrie te zijn. Viccaji merkt dat er hierdoor minder concurrentie voor haar is. Vrouwen met een hoge status, zoals Abida Parveen of Nazia Hassan, die veel erkenning krijgen en een breed publiek aanspreken, krijgen over het algemeen meer waardering dan mannen.

‘Er zijn niet veel vrouwelijke Pakistaanse muzikanten – er zijn überhaupt niet veel muzikanten in Pakistan, dus er is een redelijk grote kans dat jouw muziek door veel mensen wordt gehoord’, zegt Viccaji.

Zie ook ons uitgebreide verslag: Fighting for Their Art Against Censorship.

Dit artikel is geschreven in opdracht van Freemuse, vooraanstaand verdediger van de rechten van muzikanten wereldwijd, en Global Voices voor Artsfreedom.org. Het artikel mag opnieuw gepubliceerd worden door niet-commerciële media, met een verwijzing naar de auteur Sabrina Toppa, Freemuse en Global Voices en een link naar het originele artikel. 

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.