
Een huipil van de Kaqchikel-Maya uit Patzún, te zien in het Textile Museum of Canada, daterend uit de periode van eind 20e tot begin 21e eeuw. Dit soort textiel is een belangrijk onderdeel van de Maya-traditie en wordt ook nu nog door Maya-wevers gemaakt. Afbeelding via Wikimedia Commons. CC0.
Dit artikel maakt deel uit van “Indigenous Rights”, de Spotlight-serie van Global Voices in augustus 2026. Deze serie biedt inzicht in het leven en de ervaringen van inheemse volken, met als doel gemeenschappen in verschillende regio’s met elkaar te verbinden, hun ervaringen centraal te stellen en de verhalen van leiders, activisten, gemeenschapsleden en anderen te delen. Je kunt deze berichtgeving steunen door hier te doneren.
Voor veel inheemse gemeenschappen vormen tradities, kunst en ceremonies de kern van hun collectieve identiteit. Ze zijn essentieel om belangrijke mijlpalen in het leven te markeren, het gemeenschapsgevoel te versterken en de geschiedenis van de gemeenschap door te geven aan jongere generaties. Maar al te vaak worden deze tradities uit hun context gehaald, voor commerciële doeleinden aangepast, verkocht of toegeëigend, zodat anderen er voordeel uit halen.

Gebroken aardewerken potten: onderdeel van een huwelijksritueel in Juchitán de Zaragoza, Oaxaca. Afbeelding via Flickr. CC BY-NC-ND 2.0
Spirituele ceremonies worden voor toeristen in scène gezet. Fabrikanten nemen inheemse kunst over zonder de makers te vermelden of te vergoeden. Regeringen eigenen zich inheems erfgoed toe om hun macht te legitimeren. Hoe dit precies gebeurt, verschilt per regio en cultuur, maar de uitkomst blijft hetzelfde: de gemeenschap die deze tradities heeft voortgebracht, raakt zowel middelen als culturele betekenis kwijt, terwijl buitenstaanders ervan profiteren — dit zijn vaak dezelfde partijen die deze gemeenschappen al eeuwenlang onderdrukken.
In Oaxaca in Mexico worden “Oaxacaanse bruiloften” als commercieel arrangement aangeboden, met calenda-optochten, mezcal en traditionele dans, maar ontdaan van de rituelen waaraan deze traditie haar betekenis ontleent.
Ondertussen nemen grote internationale modehuizen schaamteloos patronen uit inheems textiel over en maken ze winst met die ontwerpen, zonder de gemeenschappen die deze ontwerpen oorspronkelijk hebben ontwikkeld daarvoor erkenning of een vergoeding te geven. Maar dit verhaal gaat niet alleen over uitbuiting: in Guatemala verzetten Maya-wevers zich hiertegen en strijden ze voor wettelijke erkenning van hun collectieve rechten op intellectuele eigendom.

Bruiloft in de Santo Domingo-tempel in Oaxaca, Mexico. Afbeelding via Wikimedia Commons. CC BY-SA 2.0
In het zuiden van Mexico hebben gemeenschappen in Oaxaca een rijke traditie van uitbundige bruiloften, die steeds vaker als commercieel product worden aangeboden aan mensen van buiten de gemeenschap. Bij Oaxacaanse bruiloften horen meestal elementen als een calenda (een traditionele optocht uit Oaxaca), de Guelaguetza (een traditioneel festival uit Oaxaca) en bepaalde gerechten en dranken, evenals muziek, dans en rituelen.
Wanneer deze bruiloften worden teruggebracht tot commerciële transacties, gaat hun culturele betekenis verloren. De Oaxacaanse auteur Kupijy Vargas legt uit:
El concepto de bodas oaxaqueñas está ofertado en un mercado comercial, ofrecido al público por paquetes, construidos a partir de la apropiación cultural de una calenda, incluyendo el mezcal, la música y las mujeres bailando.
Estos paquetes ofrecen ese concepto para después tener una fiesta en el jardín etnobotánico, en donde se sirve comida oaxaqueña gourmet, alimentos que se comen dentro de la región pero servidos de manera estilizada. Quienes los preparan y los sirven, es decir, los meseros, cocineras, etcétera, son quienes sostienen con sus atenciones a esa fiesta en donde no existe la Guelaguetza, ni el acto de dar y recibir, sino que existe una monetización por los servicios. Es allí cuando el colonialismo vuelve a triunfar, convirtiendo en trabajadores a todas esas personas de la cultura en la que crecieron y nacieron, en sus propias tierras.
Het concept van de Oaxacaanse bruiloft wordt commercieel aangeboden in arrangementen waarin een calenda (een traditionele optocht uit Oaxaca) uit de culturele context wordt gehaald en wordt gecombineerd met mezcal, muziek en dansende vrouwen.
Daarna volgt een feest in de etnobotanische tuin, waar Oaxacaanse gerechten worden geserveerd die ook in de regio zelf worden gegeten, maar hier op een gekunstelde manier worden gepresenteerd. Het zijn juist de mensen die het eten bereiden en serveren — onder wie de obers en koks — die het feest met hun werk en oog voor detail dragen. Van een Guelaguetza (een traditioneel Oaxacaans feest) of wederkerigheid is geen sprake. In plaats daarvan draait het alleen nog maar om geld. Zo krijgt het kolonialisme opnieuw de overhand: mensen die in deze cultuur geworteld zijn, worden in hun eigen land gereduceerd tot arbeidskrachten.
In deze regio en in andere inheemse gemeenschappen is een vergelijkbaar patroon te zien in de omgang met textiel. Volgens de Oaxacaanse auteur Tajëëw B. Díaz Robles is er sprake van culturele toe-eigening wanneer traditionele textielontwerpen worden overgenomen zonder de gemeenschappen die ze hebben ontwikkeld te erkennen of te vergoeden.
…propongo que el plagio y/o apropiación de la blusa de Tlahui y de sus patrones gráficos por parte de Isabel Marant y Antik Batik (otra empresa de moda francesa que también incurrió en la copia del textil de Tlahui en su colección Bartra de 2014) es la conversión de formas diversas de derechos de propiedad colectiva-comunal a propiedad privada, puesto que hasta el momento del plagio los bordados eran considerados parte de la identidad cultural de un colectivo, un textil cuyos patrones gráficos identifican a una comunidad en específico y que se recrea comunitariamente. Esto no significa que no sean personas específicas las que las elaboran ni que no exista una comercialización local, pero estas personas crean y producen en un contexto comunitario delimitado y las prendas circulan en un mercado que identifica claramente su origen. De ahí que Marant y Antik Batik, en palabras de las autoridades comunitarias de Tlahuitoltepec en su pronunciamiento de junio de 2015, hayan cometido algo que enuncian como ‘la apropiación de un patrimonio cultural.’
Ik stel dat het plagiëren en toe-eigenen van de Tlahui-blouse en de grafische patronen ervan door Isabel Marant en het Franse modebedrijf Antik Batik, dat het Tlahui-textiel ook kopieerde voor de Bartra-collectie uit 2014, neerkomt op het omzetten van verschillende vormen van collectieve of gemeenschappelijke eigendomsrechten in privé-eigendom. Voordat het door modebedrijven werd gekopieerd, gold het borduurwerk als onderdeel van de collectieve culturele identiteit van de gemeenschap. De patronen zijn kenmerkend voor die specifieke gemeenschap en worden binnen de gemeenschap telkens opnieuw in borduurwerk toegepast.
Dat wil niet zeggen dat individuele wevers de kledingstukken niet zelf maken of dat er geen lokale handel in bestaat. Wel vindt de productie plaats binnen een duidelijk afgebakende gemeenschap en worden de kledingstukken verhandeld op een markt waar hun herkomst duidelijk herkenbaar is. Marant en Antik Batik hebben zich volgens een verklaring van de gemeenschapsautoriteiten van Tlahuitoltepec uit juni 2015 schuldig gemaakt aan ‘de toe-eigening van cultureel erfgoed’.
Sommige Maya-gemeenschappen in Guatemala verzetten zich hiertegen en pleiten voor wettelijke bescherming van traditionele ambachten en textiel.
De strijd duurt inmiddels al meer dan tien jaar. In 2016 spanden de Vrouwenvereniging voor de Ontwikkeling van Sacatepéquez (AFEDES) en een samenwerkingsverband van weefcoöperaties een grondwettelijke procedure aan. Zij stelden dat het ontbreken van wettelijke bescherming voor de rechten van inheemse gemeenschappen op hun traditionele textiel op zichzelf al in strijd was met de grondwet. Het Grondwettelijk Hof stelde hen twee keer in het gelijk en droeg het Congres op wetgeving aan te nemen die deze rechten beschermt. Tot nu toe heeft het Congres daar geen gehoor aan gegeven. Twee wetsvoorstellen werden niet aangenomen: Initiatief 5247 in 2017 en Initiatief 6136 in 2022.

Een huipil uit het stadje San Antonio Aguas Calientes in Guatemala. Afbeelding via Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0.
In juni 2026 werd Initiatief 6788 ingediend door de beweging “Ru Chajixik ri Qana'ojb'äl”, wat in het Kaqchikel “onze kennis beschermen” betekent.
Net als de eerdere voorstellen bepaalt het wetsvoorstel dat de intellectuele eigendomsrechten op textiel collectief, onvervreemdbaar en niet aan verjaring onderhevig zijn. Dat betekent dat deze rechten bij de gemeenschap berusten en niet bij een individu, dat ze niet kunnen worden verkocht of overgedragen en dat ze niet kunnen vervallen.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, worden inheemse volken wettelijk erkend als de makers van hun weefwerken, ontwerpen en technieken. Daaronder vallen ook specifieke motieven, patronen, symbolen, kleuren, schrifttekens en rotstekeningen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Daarnaast zou er een Nationale Raad voor Intellectuele Eigendom van Textiel en Inheemse Kleding worden opgericht om deze rechten te beschermen. Daarnaast hebben de wevers het Congres om drie concrete toezeggingen gevraagd: een positief oordeel waarin wordt bevestigd dat de collectieve intellectuele eigendomsrechten van inheemse volken een grondwettelijke en internationaalrechtelijke basis hebben, een versnelde behandeling van het wetsvoorstel en een structurele dialoog tussen het Congres en de beweging om de voortgang van het wetsvoorstel te volgen.
Ongeacht de uitkomst van de behandeling in het Guatemalteekse parlement kan het voorstel als voorbeeld dienen voor inheemse groepen over de hele wereld die hun eigen intellectuele eigendomsrechten willen beschermen.






