
Ingestorte gebouwen en reddingswerkers in La Guaira, Venezuela. Foto door Adrián Naranjo voor Redsonadoras. Gebruikt met toestemming.
Door Ivanna Laura
Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd door Redsonadoras op 24 juli 2026. Een bewerkte versie is met toestemming heruitgegeven door Global Voices als onderdeel van de speciale reportage “Inside Venezuela’s Earthquake Disaster,” waarin we de nasleep van de aardbevingen onderzoeken, verhalen delen en de menselijke impact, de herstelwerkzaamheden en de uitdagingen voor de getroffen gemeenschappen belichten.
Zeven weken na de twee aardbevingen bevinden duizenden nabestaanden zich nog steeds bij de ingestorte gebouwen in La Guaira, ondanks de barre omstandigheden en de ontoereikende steun voor de zoekacties. Hun vastberadenheid om hun dierbaren te vinden houdt hen daar.
Eén van hen is Miriam Villalta. Ze probeert te praten, maar soms lukt het haar gewoon niet. De pijn spreekt voor haar. Al meer dan twee weken woont ze in een tent op slechts enkele meters van het wooncomplex Luisa Cáceres de Arismendi in Playa Grande, in de staat La Guaira, Venezuela. Ze heeft geen enkel nieuws over haar zoon, Greiber Gómez. Ze weet niet of hij vastzat onder het puin toen toren D, waar hij op de derde verdieping woonde, in appartement 3-08, instortte. Maar er is ook geen spoor van hem te vinden in opvangcentra, ziekenhuizen of mortuaria. “Ik vertrek niet voordat mijn zoon gevonden is.”
Moeders, dochters, echtgenotes, nichten: in La Guaira is de zoektocht naar de vermiste personen grotendeels in handen van vrouwen. Ze blijven op de rampplekken, niet alleen wachtend op nieuws – hoewel wachten op zich al uitputtend is. Ze ruimen ook met hun eigen handen puin op, coördineren en organiseren de distributie van hulpgoederen en bieden steun en troost aan andere familieleden. Ze gaan vaak naar de mortuaria om hun dierbaren te identificeren tussen de tientallen lichamen.
Deze taakverdeling is niet ongebruikelijk. Organisaties als UN Women hebben eerder al gedocumenteerd dat vrouwen tijdens humanitaire crises en rampen vaak een onevenredig groot deel van het onbetaalde zorgwerk verrichten, naast zoekacties, organisatie van de gemeenschap en ondersteuning van de getroffenen.

Hulpverleners in La Guaira, Venezuela, 2026. Foto door Adrián Naranjo voor Redsonadoras. Gebruikt met toestemming.
Op 1 juli arriveerde de 50-jarige Villalta in Venezuela. Ze woonde de afgelopen drie jaar in Peru. Haar reis over de weg duurde zeven dagen. Zodra ze het nieuws over de twee aardbevingen zag, belde ze Greiber. Er werd niet opgenomen. Op dat moment wist ze dat ze terug moest naar Venezuela. Nu zoekt ze naar haar 31-jarige zoon: “Drie jaar lang heb ik mijn zoon alleen maar via videogesprekken gezien.”
Meer dan een maand na de aardbevingen van 24 juni houden sommige nabestaanden nog steeds vast aan de hoop “op een wonder”. Villalta is één van hen. Haar instinct zegt haar dat Greiber niet onder het puin ligt. Ze denkt dat hij gewond is geraakt en naar een ziekenhuis elders in het land is overgebracht. De familieleden en vrienden die haar helpen zoeken, hebben echter niets gevonden.
Het Luisa Cáceres de Arismendi-wooncomplex, een door de overheid gebouwd project in het kader van het Misión Vivienda-woonprogramma, bestond oorspronkelijk uit vier torens. Toren C was de enige die volledig instortte. Volgens een onofficiële telling door familieleden zijn er meer dan 200 lichamen uit het puin geborgen.

Graffiti met de tekst: “We zijn al geplunderd.” La Guaira, Venezuela, 2026. Foto door Ivanna Laura voor Redsonadoras. Gebruikt met toestemming.
Villalta, haar oudste zoon en haar zus beginnen elke dag zonder ontbijt. “Hulp komt pas ‘s avonds aan”, zegt ze. Naarmate de weken verstrijken, is het aantal donaties – onder meer van voedsel – gestaag afgenomen.
“Maar we zijn hier nog steeds en we vechten voor onze geliefden. De enige mensen die zijn komen opdagen, zijn zijn vrienden, niet zijn meerderen. Brandweerlieden zijn gekomen om hun collega's te redden, verpleegkundigen en politieagenten zijn gekomen voor de hunne – maar niemand is gekomen voor mijn zoon.”
Op 22 juli meldden de dagelijks bijgewerkte cijfers van de regering van Delcy Rodríguez meer dan 5.300 doden, 16.740 gewonden en 17.907 daklozen. De officiële cijfers vermelden echter niet het aantal vermiste personen – een statistiek die een beter beeld zou geven van de omvang van de ramp.
De Verenigde Naties schatten aanvankelijk het aantal vermisten op ongeveer 50.000, terwijl onafhankelijke initiatieven ongeveer 40.000 vermisten hebben gedocumenteerd.
‘Ik weet dat ze niet meer leeft, maar ik moet haar toch uit het puin halen’
Er is één plek waar de 28-jarige Daniela Castro rust heeft gevonden – “hoe vreemd dat ook mag klinken,” zegt ze. Ze verwijst naar de ruïnes van het gebouw Opppe-26, in de Caribe-wijk van Caraballeda, La Guaira, waar ze sinds 25 juni verblijft.
In gebouw I, appartement 8-05, woonde haar moeder, Yraima Josefina García Miquilena, 65 jaar oud, slank gebouwd, met lang zwart haar en grijze uitgroei. Ook woonden daar haar neefjes, Breyelis en Breiner Castro, 13 en 12 jaar oud, beiden slank, met een donkere huidskleur en krullend haar.
Er is veel tijd verstreken en de zoektocht gaat door. Castro is getuige geweest van reddingsacties op andere verdiepingen en in andere torens, maar “er is niemand uit gebouw I teruggevonden.”
Er tegenover staat Opppe-25, een bouwwerk dat niet volledig is ingestort, hoewel een groot deel van de muren nu op de grond ligt. Castro leunt tegen een kolom en zit op gebroken stukken beton. “Wij waren degenen die dit viraal hebben gemaakt,” zegt ze.
Ze verwijst naar een video waarop verschillende mannen te zien zijn die met een touw een betonplaat proberen te verplaatsen. Volgens verschillende familieleden arriveerden er, nadat die beelden circuleerden, veel zwaardere machines bij de Opppe-gebouwen in Caribe.
Opppe staat voor het Presidentieel Bureau voor Speciale Plannen en Projecten. In La Guaira zijn naar schatting minstens 16 Opppe-gebouwen ingestort en zijn er 27 onbewoonbaar geworden.

Een ingestort gebouw in La Guaira, Venezuela, 2026. Foto door Adrián Naranjo voor Redsonadoras. Gebruikt met toestemming.
Sinds 24 juni is slapeloosheid een constante metgezel van Castro geworden, dus om 12.00 uur ‘s nachts was ze nog wakker. Toen kwam er een bericht: “Er is een lichaam gevonden. Ik denk dat het je moeder is.” Castro stond onmiddellijk op en vroeg haar broer om haar er naartoe te brengen. Om 1 uur arriveerde ze in Caraballeda. De stoffelijke resten waren niet van García Miquilena. Om 3 uur keerde ze terug naar La Vega. “Ik heb het gevoel dat ik in het ongewisse blijf hangen,” zegt Castro.
Ze kijkt op. De overblijfselen van Opppe-26 zijn er nog steeds, en daarmee verdwijnt elke hoop om haar moeder levend terug te vinden. Castro vreest dat als het lichaam van haar moeder nooit wordt gevonden, ze voor altijd het gevoel zal hebben dat haar moeder nog steeds ergens is.
“Wat me hier houdt is het verlangen om haar nog een laatste keer te zien. Ik weet dat ik haar niet levend zal vinden, maar ik zal geen vrede hebben totdat ik haar uit het puin heb gehaald,” zegt ze.






