
Een leerling in een leercentrum in Cox's Bazar, Bangladesh. Foto: Mohammed Zubair. Gebruikt met toestemming.
Dit verhaal is geschreven door Mohammed Zubair en Abul Osman, met dank aan The Global Movement Against Statelessness (GMAS), contentpartner van Global Voices. Het is onderdeel van de juli 2026 Global Voices Spotlight serie “Statelessness.” De serie geeft een inkijk in het begrip ‘stateloos’ en waarom mensen in hun vrijheden, onderwijskansen, politieke zeggenschap en nog meer, worden beperkt. Donaties met betrekking tot dit onderwerp kunnen hier worden aangegeven.
Elke morgen worden duizenden Rohungya-jongeren in tientallen Rohingya-vluchtelingenkampen in Bangladesh wakker met dezelfde verwachtingen als andere studenten, waar ook ter wereld. Ze dromen ervan om dokter, leraar, ingenieur of journalist te worden of straks iets voor de gemeenschap te betekenen. Ze lopen rond met aftandse boeken, bezoeken overvolle leercentra met beperkte mogelijkheden of maken zichzelf het een en ander eigen, omdat ze nergens anders weer onderwijs kunnen krijgen.
Rohingya-vluchtelingen mogen geen formeel onderwijs in Bangladesh volgen, als gevolg van overheidsbepalingen, waarbij ze de toegang tot het openbaar onderwijs wordt ontzegd. Het is vluchtelingen niet toegestaan om onderwijs op openbare scholen of universiteiten te volgen; deze restricties zijn vooral van toepassing op hun vluchtelingenstatus en identiteit. Daarom zijn de meeste Rohingya-kinderen en jongeren gebonden aan leercentra, waar alleen basisonderwijs wordt gegeven. Het gevolg is dat duizenden Rohingya-studenten geen kans krijgen om hun studie te vervolgen of hun capaciteiten verder te ontwikkelen, voor een betere toekomst.
Wereldwijd staan deze kinderen bekend als de “verloren generatie.”
Deze formulering zegt alles over de tragedie van hun ontheemding, maar nog niet over wie ze zijn.
Na gesprekken met de Rohingya-jongeren is een ding duidelijk: het is geen verloren generatie. Ze hebben hun dromen niet opgegeven en staan nog steeds achter het belang van goed onderwijs. Wat ze missen is enorm divers, zoals de mogelijkheid om in alle vrijheid te worden opgeleid, hun studie te vervolgen en te bouwen aan een toekomst, waarvan ze droomden voordat ze door het geweld hun vaderland moesten ontvluchten.
Dromen die nooit vervagen
Elke dag wordt dichter en jongerenactivist Mohammed Furkan geconfronteerd met jonge mensen die tot laat in de nacht Birmees, Engels, wiskunde, wetenschappen, geschiedenis en aardrijkskunde studeren. Met vrienden delen ze boeken, onderwijzen ze jongere kinderen en blijven ze zich doorlopend ontwikkelen. De meeste studenten betalen zelf hun boeken, maar sommigen krijgen ze gratis van andere leden van de gemeenschap. Hij denkt dat de wereld zich alleen concentreert op wat de vluchtelingen is ontnomen, maar er wordt vergeten dat ze zich constant moeten verdedigen.
Hij vertelt: “We dromen nog steeds en kunnen nog alles. Maar de kansen, waar elk jong mens recht op heeft, hebben we niet meer”.
Furkan’s woorden betekenen een simpele, maar overduidelijke boodschap: De toekomst van een jongere mag nooit bepalend zijn van de plaats waar ze een veilig onderkomen moesten zoeken.
Deze realiteit is ook terug te zien in de bevindingen van UNICEF en UNHCR. De Rohingya-vluchtelingenkinderen en jonge mensen zijn leergierig en blijven betrokken bij hun opleiding. Die werd niet door een gebrek aan doorzettingsvermogen onderbroken, maar omdat de onderwijskansen in de vluchtelingenkampen in Bangladesh beperkt zijn.

Gevorderde studenten in een klaslokaal in Cox's Bazar, Bangladesh. Foto: Mohammed Zubair. Gebruikt met toestemming.
Hoewel sommige leercentra toegang tot het basisonderwijs bieden en veel studenten hun studie kunnen afmaken onder het Myanmar Curriculum Pilot programma, ontbreekt het veel kinderen toch aan permanent kwalitatief onderwijs. Leercentra beschikken vaak over beperkte capaciteiten, waardoor overvolle klaslokalen. Ook zijn er tekorten aan geschoolde of ervaren leraren, leerboeken en ander lesmateriaal. Erg belangrijk is dat de mogelijkheden om na het voortgezet onderwijs (groep 10) door te stromen enorm beperkt zijn, waardoor veel leerlingen geen duidelijk tijdspad naar het hoger secondair onderwijs of universiteit wordt geboden. Hierdoor kunnen veel Rohingya-kinderen en jongeren niet hun opleiding vervolgen, ondanks hun enorme motivatie en toewijding om verder te leren.
De pijn om achter een gesloten deur te staan
Een Rohingya-jongere, Aung Naing Soe, vertelde dat het volgen van onderwijs voor Rohingya-vluchtelingen voornamelijk wordt gefinancierd door UNICEF en samenwerkende partners zoals CODEC, BRAC, JCF, Coast Foundation en andere NGO's. Maar deze programma's voldoen niet aan de eisen die het onderwijs stelt. Daarom hebben de meeste Rohingva-studenten meer vertrouwen in de openbare scholen, die door ervaren Rohingya-leraren worden geleid.
Veel Rohingya-gezinnen zien de openbare scholen niet alleen als klaslokalen, maar als een teken van hoop voor de toekomst van hun kinderen. Volgens Ali Jinnah Hussin, mensenrechtenactivist en onderzoeker, zijn er ongeveer 6.400 informele leercentra in de vluchtelingenkampen actief. Die worden ondersteund door INGO's, maar veel Rohingya-kinderen willen graag naar de door de gemeenschap geleide openbare scholen, omdat ze denken dat gekwalificeerde leraren en het Myanmarese onderwijsplan een beter toekomst biedt.
Veel ouders kiezen voor gemeenschap geleide openbare scholen, omdat ze vertrouwen hebben in de kwaliteit van het onderwijs. De scholen worden geleid door ervaren Rohingya-leraren, waarvan velen in Myanmar les hebben gegeven voordat ze werden verdreven. Maar ze blijven lesgeven volgens het Myanmar-onderwijsprogramma. Daarentegen vinden veel ouders dat de INGO-gebaseerde leercentra niet dezelfde onderwijskwaliteit of diepgang bieden, waardoor de gemeenschapsscholen een betere keus voor hun kinderen zijn.
Ondanks de toewijding van de leraren en de enorme inspanningen van hun studenten, blijft het onderwijs buiten de vluchtelingenkampen onopgemerkt. Zonder internationaal erkende diploma's of geaccrediteerde kwalificaties, zijn jarenlange studies en successen buiten de vluchtdelingenkampen van weinig betekenis, waardoor veel getalenteerde Rohingya-studenten niet meer de kansen hebben om hun opleiding te vervolgen.
Hoewel ze het voortgezet onderwijs in de Bangladese vluchtelingenkampen kunnen afronden, worden de Rohingya door hun vluchtelingenstatus niet voor een hogere opleiding op geen enkele Bangladese universiteit toegelaten.
Voor gezinnen die al alles doen om te overleven, blijft het volgen van hoger onderwijs een onmogelijk te bereiken droom. Jongeren die de illusie hadden ooit in afstudeerkleding te verschijnen, gaan nu op zoek naar eenvoudig dagelijks werk, zodat ze hun gezinnen kunnen helpen om te overleven.
Toch blijven ze dromen.
De kansen blijven.
Volgens UNHCR krijgen slechts een beperkt aantal vluchtelingenjongeren wereldwijd toegang tot het hoger onderwijs, ondanks dat velen de capaciteiten, het doorzettingsvermogen en hun wens hebben om hun studie te vervolgen. Steeds stellen ze weer een simpele vraag: waarom wordt ons de mogelijkheid ontzegd om onze studie te vervolgen, terwijl het volgen van onderwijs een fundamenteel mensenrecht is? Zijn wij, Rohingya, soms geen mensen die gelijke kansen verdienen als studenten uit andere landen, willen groeien en een toekomst opbouwen zoals alle jongeren overal ter wereld? Hier is geen sprake van privileges, maar wel van gelijkheid, waardigheid, rechtvaardigheid en mensenrechten.
Onderwijs betekent ook hoop
De dichter Ro Hefzuex legt uit hoe het voelt als je je studie abrupt moet afbreken, omdat je een vluchtelingenstatus status bezit. “Voordat we ook maar enigszins onze capaciteiten of ervaring kunnen aantonen, worden we vaak al buitengesloten.
Maar wanneer activist Ro Hamid Ullah het onderwerp onderwijs ter sprake brengt, begint hij bijna nooit over klaslokalen of schoolboeken, maar wel over hoop.
Voor ontheemde jongeren is onderwijs meer dan alleen les krijgen. Voor hen is het een reden om te geloven, dat morgen misschien beter wordt dan vandaag. Wanneer die hoop plotseling omslaat, zijn de emotionele gevolgen enorm.
Noor Kolima verloor haar ouders al op zeer jonge leeftijd. Ze woont met haar broer met een psychische aandoening, die nauwelijks voor zichzelf kan zorgen, in het grootste vluchtelingenkamp ter wereld in Cox's Bazar, Bangladesh. Voor Noor is het een dagelijks gevecht om in haar basisbehoeften te voorzien, zowel wat betreft levensonderhoud als onderwijs. Het enige wat nog aan haar gezin herinnert is een prachtige en symbolische sjaal van haar moeder, die ze nog draagt. Ze ziet het als een teken, alsof ze op een dag kan bewijzen dat ze ergens in de wereld thuishoort.
Noor was nog geen 14 jaar toen ze haar doodzieke moeder verloor. Ondanks het verdriet om het verlies van haar moeder, blijft ze dromen om ooit dokter te worden. Ze wil de levens van andere vrouwen redden en niet meemaken dat mensen – zoals haar moeder – sterven, omdat ze geen medische hulp kunnen krijgen. Ze denkt dat wanneer ze op dit moment een opleiding zou kunnen volgen, ze straks zelf andere meisjes kan opleiden.
Veel Rohingya-studenten kampen met onzekerheid, frustratie en teleurstellingen. Sommigen worden gedwongen van school te gaan om het gezin financieel te ondersteunen. Anderen vervolgen hun studie zonder het vooruitzicht of hun inspanningen ooit hun dromen zullen waarmaken.
Toch blijven ze leren.
Hun veerkracht is onbeschrijfelijk.
Onderzoek door Save the Children toont aan dat lange onderbrekingen tijdens het volgen van onderwijs de mentale gezondheid, het vertrouwen en de toekomstige kansen kunnen schaden. Achter elke onderbreking tijdens het onderwijstraject schuilt een jong mens dat blijft hopen.
Wat Rohingya-jongeren echt willen
Rohingya-jongeren vragen de wereld niet om excuus. Ze vragen om dezelfde kansen waar studenten in andere landen recht op hebben. Ze willen goed onderwijs, erkende diploma's, een beroepsopleiding, toegang tot universiteiten en een eerlijke kans om een betekenisvol leven op te bouwen door kennis en hard werken. Onderwijs is geen liefdadigheid, maar een fundamenteel mensenrecht.
Investeren in onderwijs betekent niet alleen het helpen van individuele studenten, maar wel het investeren in toekomstige leraren, artsen, ingenieurs, ondernemers, journalisten en gemeenschapsleiders die op een dag hun gemeenschappen nieuw leven kunnen inblazen.
De stemmen van de Rohingy-jongeren in dit artikel geven een duidelijke boodschap af: zelf hebben ze het onderwijs niet opgegeven en de wereld moet hen niet opgeven.






