
Afbeelding gemaakt met Canva Pro. Met dank aan Sydney Allen.
Door Jetlir Buja
Dit artikel is geschreven door Jetlir Buja uit Kosovo in het kader van het Digital Spark-subsidieprogramma, als onderdeel van het Regional Support Mechanism EECA-project, uitgevoerd door de Metamorphosis Foundation en TechSoup, in samenwerking met CIVICUS en in het kader van het Digital Democracy Initiative (DDI) dat zich richt op het Globale Zuiden. Het wordt gepubliceerd op Global Voices als onderdeel van een overeenkomst voor het delen van inhoud.
In mei 2026 ben ik begonnen met de eerste fase van een project dat tot doel heeft te begrijpen hoe seksistische haattaal functioneert in de online publieke ruimte van Kosovo, met behulp van AI-tools. Hoewel discussies over online geweld tegen vrouwen steeds vaker voorkomen, is er nog weinig lokaal onderzoek naar de daadwerkelijke taal die in deze aanvallen wordt gebruikt en de sociale narratieven die hier gereproduceerd worden.
Het project begon vanuit een eenvoudige maar belangrijke vraag: welke rol speelt seksistische haattaal in het publieke debat? Is het slechts een verzameling beledigende opmerkingen van anonieme gebruikers, of vervult het een bredere discursieve functie?
Het is belangrijk om deze dynamiek te begrijpen, omdat online debatten steeds meer de publieke opinie, politieke participatie en de perceptie van wie er in het openbare leven thuishoort, vormgeven. Als misogyne verhalen online genormaliseerd raken, kan dat vrouwen ontmoedigen om deel te nemen aan het publieke debat, waardoor bestaande ongelijkheden worden versterkt.
Een verontrustend beeld
Nadat we een team hadden samengesteld om het project te begeleiden, begonnen we met het monitoren van reacties op sociale mediaberichten, die werden geplaatst op 22 grote Facebook- en YouTube-pagina's in Kosovo. We verzamelden en analyseerden 625 reacties op 67 berichten die tussen 1 en 31 mei 2026 werden gepubliceerd.
De berichten waren afkomstig van gevestigde mediakanalen die nationaal nieuws brengen.
De periode waarin gemonitord werd viel samen met de lokale verkiezingscampagne en een periode van intensief online politiek debat.
De bevindingen schetsen een verontrustend beeld van hoe er in de digitale publieke ruimte van Kosovo over vrouwen wordt gesproken – een beeld dat nog verontrustender is dan velen zich wellicht kunnen voorstellen.
Ondermijning van vrouwen
De meest voorkomende vorm van seksisme was de systematische ondermijning van vrouwen in het openbare leven. Twee derde van alle seksistische opmerkingen was erop gericht de deelname van vrouwen aan de politiek, de media of het publieke debat te ondermijnen.
Vrouwen werden stelselmatig bespot vanwege hun uiterlijk, intelligentie, beroep of geslacht, in plaats van dat hun standpunten of handelen werd bekritiseerd.
Er kwam een opvallend taalkundig patroon naar voren in de dataset. Vrouwen werden vaak beschreven met behulp van dierlijke metaforen en andere vernederende termen. Termen zoals “lopë” (koe), “sorrë” (kraai), “laraskë” (ekster), en “shtrigë” (heks) verschenen herhaaldelijk. In andere gevallen werden vrouwen gereduceerd tot seksueel getinte beledigingen zoals “kurvë” (hoer/slet), “lavire” (slet/prostituee), of “rrospi” (teef).
Het doel van deze opmerkingen was niet louter beledigen. Ze dienden als een manier om vrouwen hun legitimiteit en geloofwaardigheid in de openbare ruimte te ontnemen.
Een ander terugkerend patroon betreft hygiëne. Seksistische commentatoren beschrijven vrouwen vaak in termen van besmetting, waarbij ze worden afgeschilderd als fysiek en/of moreel onrein.
De vijandigheid was niet beperkt tot vrouwen die vrijwillig deelnamen aan het publieke debat.
Onder de opmerkingen bevonden zich ook aanvallen gericht op vrouwen die waren gemeld als slachtoffer van huiselijk geweld. In plaats van solidariteit met de slachtoffers te betuigen, werd in veel reacties geweld gerechtvaardigd, werden vrouwen ervan beschuldigd zelf geweld te hebben uitgelokt of werd beweerd dat mannen het recht hadden hun vrouwen te ‘disciplineren’ door middel van fysiek of emotioneel misbruik.
In deze discussies werd geweld vaak niet als misdaad afgeschilderd, maar als gevolg van het feit dat vrouwen niet aan traditionele verwachtingen voldeden.
Even verontrustend was de behandeling van vrouwen die als vermist waren opgegeven. In verschillende gevallen reageerden mensen op meldingen van vermiste vrouwen niet met bezorgdheid of empathie, maar met speculaties, spottende opmerkingen, en seksueel getint commentaar. Het feit dat deze vrouwen mogelijk in gevaar waren, beschermde hen niet tegen vrouwonvriendelijk commentaar.
Tijdens het monitoren werd ook een zaak gedocumenteerd waarin seksueel getinte taal tegen een minderjarig meisje was gericht. Deze bevinding is belangrijk, omdat het een algemene veronderstelling over online vrouwenhaat in twijfel trekt.
Van vrouwen die de politiek, de journalistiek of andere publieke beroepen betreden, wordt vaak verwacht dat ze te maken krijgen met onevenredig veel vijandigheid. De dataset suggereert echter dat seksistische vijandigheid vrijwel elke vrouw of elk meisje kan treffen dat zichtbaar wordt in de online publieke ruimte.
Dit laat duidelijk zien dat de onderliggende drijfveer van veel seksistische opmerkingen niet het verzet tegen bepaalde opvattingen of acties is, maar vijandigheid jegens vrouwen en meisjes als sociale groep.
Of een vrouw nu in de publieke ruimte verschijnt als politicus, journalist, slachtoffer van geweld, vermiste persoon of zelfs als kind, ze kan altijd het doelwit worden van vernederende opmerkingen, stereotypen en vormen van verbaal geweld.
Terugkerende narratieven
Uit de dataset blijkt dat vrouwenhaat in de sociale mediaomgeving van Kosovo via verschillende terugkerende narratieven werkt.
Ten eerste worden vrouwen afgeschilderd als inherent minder competent en als minder gerechtigd om deel te nemen aan het openbare leven.
Ten tweede worden traditionele genderrollen gepresenteerd als natuurlijk en onbetwistbaar, waarbij van vrouwen wordt verwacht dat zij voornamelijk huishoudelijke en zorgtaken blijven vervullen.
Ten derde worden vrouwen beoordeeld op basis van normen van seksuele moraal die zelden op mannen worden toegepast.
Ten slotte worden geweld en mannelijke autoriteit vaak genormaliseerd door taal waarin vrouwen verantwoordelijk worden gehouden voor het misbruik dat zij ervaren.
Hiertegenover stonden weliswaar weinig, maar betekenisvolle antiseksistische reacties. Ook deze stemmen zijn er en dat is het goede nieuws dat uit deze steekproef naar voren komt. Van de 625 commentaren hadden er 32 als doel om geweld tegen vrouwen te veroordelen, dubbele normen aan te vechten en op te roepen tot respect en gelijkheid.
Hun taalgebruik verschilde duidelijk van dat van seksistische commentatoren. Terwijl vrouwonvriendelijke commentaren sterk leunden op beledigingen, ontmenselijking en spot, beriepen antiseksistische commentaren zich op concepten als waardigheid, eerlijkheid en mensenrechten.
Dit artikel beschrijft de eerste fase van een breder onderzoek. Door middel van handmatige analyse heeft het onderzoek terugkerende vormen van vrouwonvriendelijk discours geïdentificeerd, waaronder de ondermijning van vrouwen in het openbare leven, de normalisering van genderstereotypen, de seksualisering van vrouwen en de rechtvaardiging van geweld.
De belangrijkste les uit deze fase is de waarde van het actief monitoren van seksistische en haatzaaiende uitlatingen in de online publieke ruimte. Zonder systematische observatie blijven veel van deze patronen onzichtbaar.
Tegelijkertijd is monitoren niet alleen een onderzoeksinstrument. Het kan ook een functie van algemeen belang vervullen. Gedurende het hele project kwamen we opmerkingen tegen met bedreigingen, de rechtvaardiging van geweld en geseksualiseerde taal gericht tegen kwetsbare groepen.
Dergelijke gevallen benadrukken de noodzaak van strengere moderatie. Een van de bevindingen van dit project is dat veel van de onderzochte pagina's seksuele en beledigende reacties niet of nauwelijks modereren. Dit benadrukt ook de behoefte aan meer verantwoordelijkheid vanuit mediaorganisaties die publieke discussies op hun platforms faciliteren.







