
Afbeelding door UntoldMag, met toestemming gebruikt
Door Khalid Bencherif en Federica Rossi
Dit verhaal [en – alle links] van Khalid Bencherif en Federica Rossi werd voor het eerst gepubliceerd op UntoldMag op 10 juni 2026. Deze bewerkte versie wordt op Global Voices gepubliceerd in het kader van een overeenkomst voor het delen van content.
Fatima's achtjarige zoon hoestte zich door wéér een slapeloze nacht in Mediouna, een wijk ten zuidoosten van Casablanca in Marokko, waar de lucht iets zwaarders met zich meedraagt dan alleen stof. “Ik maak me alleen maar zorgen om mijn kind,” zei ze, terwijl ze medische dossiers openvouwde die door het vele hanteren helemaal zacht waren geworden. “De dokter zei dat ik moest verhuizen. Maar we hebben nergens om naar toe te gaan.”
De Marokkaanse regering heeft 416 vergunningen verleend voor de invoer van Europees afval, zoals kleding, rubberen banden en industriële bijproducten, dat als brandstof wordt gebruikt in cementovens in de regio Casablanca-Settat, waaronder een gebied op minder dan 15 kilometer van haar huis. Europese bedrijven besparen naar schatting 52 miljoen dollar per jaar door hun afval hierheen te verschepen in plaats van het in eigen land te verwerken. Fatima weet dat niet; wat ze wel weet, is dat haar zoon geen adem kan halen en dat de stank van de stortplaats sommige nachten tot tientallen kilometers ver reikt.
Uit een onderzoek dat gebruik maakte van exclusieve handelsgegevens van het Basel Action Network, douanegegevens en reacties op verzoeken om openbaarmaking van informatie, is gebleken dat Europese landen tussen september 2024 en september 2025 ten minste 36.611 ton afval naar Marokko hebben verscheept; daarvan werd 93 procent geclassificeerd als ‘herbruikbaar’, ondanks aangegeven waarden van slechts 0,10 euro per kilogram.
De verkoopprijzen in de sector voor gesorteerde herbruikbare kleding liggen tussen de 0,50 euro en 1,50 euro per kilogram. Bij die prijs dekt een zending nauwelijks de kosten voor sortering en transport.
Het verschil wijst niet alleen op verschillende markten, maar ook op verschillende goederen: écht herbruikbare kleding brengt hogere prijzen op, terwijl lage aangegeven waarden erop duiden dat het materiaal bestemd is voor de afvalhoop in plaats van voor wederverkoop.
De economie van het dumpen
Het is totaal geen hogere wiskunde. Een correcte afvalverwerking in Europa kost, voorzichtig geschat, ongeveer 88 euro per ton. Het verschepen naar Marokko en het verbranden ervan in cementovens kost 32 tot 34 euro. Toegepast op de 821.500 ton die Marokko naar eigen zeggen in 2024 heeft ingevoerd, vertegenwoordigt dat prijsverschil een waarde van ongeveer 44 miljoen euro per jaar – een getal dat verklaart waarom de handel blijft toenemen in de aanloop naar de deadline van 21 november 2026 – wanneer het EU-exportverbod op plasticafval van kracht wordt.

Spanje overtreft ruimschoots alle andere EU-exporteurs en verscheept tot wel 4,5 kg afval per maand naar Marokko, terwijl de bijdrage van alle andere landen bij elkaar nauwelijks van betekenis is. Handelsgegevens van Basel Network, sept. 2024–sept. 2025.
Het getal van 36.611 ton voor het verbod heeft alleen betrekking op wat Europa nog steeds onder afvalcodes verscheept: kleding, kunststoffen, papier en elektronica. Het aanzienlijk hogere totaalgetal van het Marokkaanse ministerie van Energietransitie en Duurzame Ontwikkeling omvat 517.000 ton ijzerhoudende metalen en 200.600 ton organische reststoffen die door Europese exporteurs worden aangemerkt als handelswaar (schroot) en niet als afval. Het verschil tussen de twee getallen komt in feite overeen met het volume dat nog vóór vertrek uit Europa uit de afvalcategorie wordt gehaald en opnieuw wordt geclassificeerd. “Hoe langer de keten van betrokken partijen, des te korter de handhavingsketen,” zegt Paola Ficco, milieurecht advocaat en directeur van het Italiaanse tijdschrift Rifiuti. “Onofficiële stromen zijn niet op te sporen.”
Spanje neemt bijna 80 procent van de kledingexport naar Marokko voor zijn rekening – 73 ton per dag – en twee derde van het plastic afval.
De betrokken bedrijven zijn stevig verankerd. Het Franse CHIMIREC richtte in 2020 een Marokkaanse dochteronderneming op voor de productie van ‘brandstof ter vervanging van energie’ voor cementfabrikanten. CHIMIREC Maroc liet ons weten dat het uitsluitend huishoudelijk afval verwerkt. Ecoval, een dochteronderneming van LafargeHolcim, is de belangrijkste aanbieder van industriële afvalverwerking in het land. Ciments du Maroc, eigendom van het Duitse Heidelberg Materials, exploiteert een maalinstallatie in Jorf Lasfar, een bekend toegangspunt voor zendingen uit Europa. Zowel LafargeHolcim als Ciments du Maroc reageerden niet op verzoeken om commentaar.
Het maas in de wet
Het Verdrag van Bazel beperkt in theorie de mogelijkheden voor rijke landen om gevaarlijk afval in armere landen te dumpen. In de praktijk verandert de wijziging van één enkel woord op een douaneformulier – van ‘afval’ in ‘secundaire grondstof’ – een gereguleerde stof in een ongereguleerd handelsproduct.
Met gegevens die zijn verkregen via een verzoek om openbaarmaking van informatie, heeft het Italiaanse Instituut voor Milieubescherming en Onderzoek (ISPRA) ons laten weten dat er tussen 2020 en 2023 geen Italiaans afval is geregistreerd dat naar Marokko is vervoerd “voor verwijderingsdoeleinden”, maar in dezelfde reactie erkende het instituut wel dat er in 2021, 2022 en 2023 “kleine hoeveelheden” waren verscheept “ten behoeve van materiaalherwinning”.
Gegevens van UN Comtrade voor 2023 bevestigen deze stroom; in dat jaar bereikte ongeveer 817 ton Italiaans rubberafval Marokko, met een waarde van 427.000 dollar. In de daaropvolgende maand augustus verleende het Marokkaanse ministerie van Energietransitie toestemming voor de invoer van 20.000 ton, uit alleen Italië.

Drieënnegentig procent van het EU-afval dat naar Marokko wordt geëxporteerd, wordt aangegeven als ‘gedragen kleding’ – maar volgens insiders uit de sector bereikt slechts 20 tot 30 procent daarvan daadwerkelijk de tweedehandsmarkt. Bron: Basel Network, sept. 2024–sept. 2025
Die tegenstrijdigheid vormt de maas in de wet. Volgens EU-wetgeving geldt het verbranden van afval in een cementoven als ‘energieterugwinning’ en niet als ‘afvalverwijdering’. Door afval te herclassificeren als alternatieve brandstof of herbruikbaar handelsproduct, kunnen Europese landen miljoenen tonnen legaal uit hun afvalverwerkingscijfers schrappen, terwijl ze hun nationale recyclingstatistieken onberispelijk houden.
De menselijke tol
De gevolgen voor de gezondheid stapelen zich onzichtbaar op. Gemeenschappen die in de buurt van Marokkaanse cementfabrieken wonen, lopen een verhoogd risico op luchtwegaandoeningen, kanker en sterfte. Uit peer-reviewed onderzoek naar cementovens die gevaarlijk afval mee verwerken, is gebleken dat de dioxine-uitstoot meer dan verviervoudigt zodra gevaarlijk afval aan de brandstofmix wordt toegevoegd. Met name in Marokko is beroepsmatige blootstelling aan cement direct in verband gebracht met COPD (chronic obstructive pulmonary disease) – een belangrijke doodsoorzaak bij aandoeningen van de luchtwegen.
De stortplaats van Mediouna alleen al verwerkt jaarlijks 1,2 miljoen ton afval en raakt stilaan verzadigd; in november 2024 keurde de Wereldbank een programma van 250 miljoen dollar goed om de Marokkaanse stortplaatsen te upgraden – een impliciete erkenning dat de binnenlandse capaciteit ontoereikend is, nog los van de extra belasting door import.
Toen de regering in augustus 2024 instemde met de invoer van ruim twee miljoen ton aan nieuwe import, noemde activist Mohamed Benata van de Environmental Assembly van Noord-Marokko dit “onverenigbaar met de geest van het staatsburgerschap” en in strijd met de grondwet. In 2016 dwong soortgelijke verontwaardiging de regering om de invoer van Italiaans afval op te schorten. De zendingen werden later weer hervat.
De Europese wetgeving inzake de verantwoordelijkheid van bedrijven heeft geen betrekking op wat er gebeurt nadat de containers de haven hebben verlaten. De Richtlijn inzake Passende Zorgvuldigheid op het gebied van Duurzaamheid van Ondernemingen uit 2024 “houdt min of meer op bij de overdracht van de goederen”, zegt Miriam Saage-Maaß, juridisch directeur van het European Center for Constitutional and Human Rights. Of Europese exporteurs enige verantwoordelijkheid dragen voor wat er vervolgens in Marokkaanse ovens wordt verbrand, hangt volgens haar “af van hoe direct de EU-exporteurs verbonden zijn met de afvalverbranding”.
Vanaf november 2026 verbiedt de EU de export van plastic afval naar niet-OESO-landen zoals Marokko; de export van ander, niet-gevaarlijk afval volgt in mei 2027, tenzij een land op een goedgekeurde lijst staat. Marokko diende zijn aanvraag in februari 2025 in. “Circulariteit mag geen elegante manier worden om de gevolgen voor gezondheid en milieu uit te besteden aan andere gemeenschappen,” zegt Cristina Guarda, een Italiaans Europarlementslid van de Groenen/EVA, “waarbij ‘opofferingszones’ buiten Europa worden gecreëerd.”
Maar terug in Mediouna zit Fatima vast tussen twee vuren. Europa viert zijn mijlpalen op het gebied van recycling; Marokko telt de banen. Zij en gezinnen zoals het hare blijven achter en ademen de giftige dampen in – afkomstig van afval dat zowel lokaal wordt geproduceerd als aan wordt gevoerd vanuit een continent dat zijn eigen afval niet meer wil hebben.
Dit verhaal is tot stand gekomen met de steun van Journalismfund Europe







