
Een amourpanter (CC BY 2.0), een koraalrif (CC BY 2.0), en twee Indische neushoorns (CC BY-SA 4.0). Afbeeldingen van Wikimedia Commons.
Deze post is onderdeel van de mei 2026 Spotlight serie van Global Voices: “Global crisis, local solutions”. In deze serie lees je verhalen over verzet en succesvolle klimaatacties, over hoe gemeenschappen in het Mondiale Zuiden tegen de crisis terugvechten, analyses over wat dit betekent voor toekomstige generaties en meer. Je kunt deze journalistieke serie hier steunen met een donatie.
Volgens een overzichtsrapport uit 2019 van het IPBES (een internationaal biodiversiteitspanel van wetenschappers en beleidsmakers van de VN) staan op dit moment meer dan 1 miljoen soorten op het punt van uitsterven. Dit is een alarmerend hoog cijfer; het uitsterven van deze planten, dieren en ecosystemen kan zeer ernstige ecologische gevolgen hebben voor de hele voedselketen. Mensen zijn de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van deze populaties doordat wij de leefgebieden van dieren hebben vernietigd, ecosystemen hebben vervuild, de mondiale opwarming hebben aangejaagd en sommige soorten zo hebben bejaagd dat ze bijna uitgestorven zijn.
Wetenschappers waarschuwen al meer dan 70 jaar voor een door de mens veroorzaakte uitstervingsgolf. Hoewel velen deze waarschuwingen genegeerd hebben, zijn er ook overheden, milieuactivisten en gemeenschappen die het zich wel aantrokken en actie ondernamen om bedreigde populaties weer gezond te maken en beschermingsmaatregelen in te stellen.
In dit artikel, gezamenlijk geschreven door verschillende deelnemers van Global Voices van over de hele wereld, lees je de verhalen van succesvolle natuurbeschermingsprojecten die bedreigde populaties in hun eigen gemeenschap weer lieten opbloeien. Het betreft projecten gericht op zowel ecosystemen en landschappen als soorten, die model kunnen staan voor hoe natuurbescherming en het terugbrengen van populaties in de toekomst eruit kan zien.
De terugkeer van wilde paarden op de steppe van hun voorouders in Centraal-Azië

Przewalskipaarden in Nationaal Park Hustai Nuruu, Mongolië. Afbeelding van Wikimedia Commons. CC BY 4.0
De terugkeer van Przewalskipaarden nadat ze in het wild waren uitgestorven, is een zeldzaam en inspirerend succesverhaal in de wereld van de herintroductie van soorten. Eind jaren '60, toen er geen een meer in het wild leefde, had de wereld al afscheid genomen van deze dieren.
In tegenstelling tot de Amerikaanse mustangs en de Australische brumbies, verwilderde paarden die afstammen van gedomesticeerde dieren, zijn Przewalskipaarden genetisch en fysiek verschillend van het gedomesticeerde paard. Daarmee zijn ze de enige werkelijk nog wilde paarden in de wereld.
Ze zijn vernoemd naar de Russische geograaf en ontdekkingsreiziger Nikolaj Przewalski, die in 1878 op een bijzonder grote schedel en huid van een paard stuitte op één van zijn expedities in Centraal-Azië. Na onderzoek in het Zoölogisch Museum van de Russische Akademie van Wetenschappen concludeerden wetenschappers dat het afkomstig was van een wild paard en kreeg het de officiële naam Equus przewalski.
Het verlangen om dit exotische dier te zien en er een te bezitten, leidde ertoe dat velen kwamen jagen in wat nu Mongolië is, waar deze paarden duizenden jaren lang over de uitgestrekte Eurasiatische steppe hadden gezworven. Hoewel Przewalski er zelf geen levend heeft gevangen, beschreef hij ze als “zeer zenuwachtig” en “met een uitzonderlijk goed zicht, gehoor en reukvermogen”. Degene die wel succesvol waren, vingen alleen veulens die naar Europa werden vervoerd en verkocht aan dierentuinen en particuliere verzamelaars.
Tussen 1897 en 1903 werden er 88 veulens in Mongolië gevangen – slechts 54 overleefden de lange reis over het spoor. Uiteindelijk plantten slechts 12 zich in gevangenschap voort; dit werden de voorouders van de ca. 2000 Przewalskipaarden die vandaag de dag leven. In het wild was het de jacht, het habitatverlies en de concurrentie met vee voor het grasland die voor hun uitsterven zorgden.
“Het is niet ongebruikelijk dat mensen wilde dieren temmen, maar het is zeldzaam om tamme dieren wild te maken”, aldus Dashpurev Tserendeleg, directeur van het Nationaal Park Hustai Nuruu in midden-Mongolië, waar begin jaren '90 de Przewalskipaarden voor het eerst in het wild werden geherintroduceerd.

Przewalskipaard. Afbeelding van Animalia. CC-BY-SA-3.0.
Deze historische gebeurtenis werd voorafgegaan door een decennialang fokprogramma van Nederlandse en Mongoolse natuurbeschermers, dat begon in de '70 jaren. De eerste lichting van 16 takhis, zoals de Przewalskipaarden in Mongolië genoemd worden, kwamen in 1992 aan in het Hustai Nationaal Park.
Het aantal takhis in het park ligt nu, in 2026, op 450, terwijl het totaal aantal in Mongolië meer dan 1000 is, en daarmee de helft van de wereldpopulatie vormt.
Door het succes van het eerste herintroductieprogramma zijn er twee extra beschermde gebieden in Mongolië aangewezen: de Great Gobi B Strictly Protected Area in het zuiden en het Khomiin Tal in het westen, waar zo'n 650 takhis in het wild leven.
Daarnaast zijn er takhis in China, Kazachstan en zelfs in Spanje geherintroduceerd, een bewijs van de internationale animo en toewijding om te zorgen voor stabiele, wilde populaties voor toekomstige generaties
Vrouwen aan het hoofd van natuurbeschermingsactiviteiten in Zuid-Azië

Een Bengaalse tijger in het Nationaal Park Kanha, Madhya Pradesh, India. Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0
Eén van de meest indrukwekkende natuurbeschermingsprojecten ter wereld vinden we in Zuid-Azië, waar overheid en lokale burgers de handen ineen hebben geslagen om bedreigde soorten te beschermen.
In Nepal wist men door een goede samenwerking tussen de autoriteiten, ngo's (zoals het WNF) en lokale gemeenschappen de populatie Bengaalse tijgers te verdrievoudigen: van slechts 121 tijgers in 2010 naar 355 in 2022. Hiermee wisten ze de ambitieuze doelstelling van de in 2010 gehouden wereldwijde Tiger Summit al voor de streefdatum te behalen.
Een van de redenen dat Nepal zo succesvol was, is de samenwerking met inheemse groepen om de ambitie in natuurbehoud te leiden. Een voorbeeld is de Pangolin Trail in het Bagh Bhairav bos in de Kathmandu vallei. Hier heeft de ngo Small Mammals Conservation and Research Foundation een wandelroute gemaakt voor ecotoeristen en het beheer volledig overgegeven aan de inheemse Tamanggemeenschap. Hoewel deze regio ooit een notoire hotspot voor stropers was, werken hier nu de inheemse vrouwen als burgerwetenschappers en als bewakers van een van de meest gewilde dieren in de (illegale) dierenhandel, waardoor ook het ecologische karakter en de lokale economie van de regio gestimuleerd worden.
Net over de grens met India, in de jungle van Assam, vindt een heel ander soort natuurbeschermingsproject plaats. In Nationaal Park Kaziranga leeft een van ‘s werelds grootste populaties van de Indische neushoorn. Een ploeg jonge vrouwen uit de plattelandsgemeenschappen hebben letterlijk de wapens ter hand genomen, en verdedigen het park tegen stropers en bij conflicten tussen mensen en wilde dieren.

Twee boswachters of Van Durgas, Mitali en Dipanjoli, lopen patrouille op zoek naar stropers in Nationaal Park Kaziranga, India. Afbeelding van Arpita Das Choudhury. Gebruikt met toestemming.
Ze staan bekend als de Van Durgas, of “Godinnen van het Woud”, deze vrouwelijke boswachters die in de meest kwetsbare gebieden van het park patrouilleren, bewapend met geweren, en hun weg vinden door gebied dat deels onderwater staat, waar nesten van cobra's liggen en neushoorns op je af kunnen stormen. Hun aanwezigheid leverde meetbare resultaten op: de laatste stroperszaak in het park dateert uit 2021 en tijdens de verwoestende overstromingen in juli 2024 hielpen de Van Durgas om dieren door de wildcorridors te drijven en tegelijk het aantal menselijke slachtoffers tot het laagste aantal ooit te beperken.
Een extra leven voor grote katachtigen in Rusland
Zeldzame soorten worden bijna nooit door maar één enkel project gered, hoe goed het ook wordt opgezet. Er is een breed plan van aanpak nodig, met daarin onderwijs en voorlichting, beschermde natuurgebieden, wetenschappelijk onderzoek, opzichters, cameravallen en steun van de gemeenschap. Die betrokkenheid van de gemeenschap kan bestaan uit het doorgeven van waarnemingen, het doneren van geld, het promoten van natuurbeschermingswerk of eenvoudigweg met een roofdier samen leren leven.

Een amoerpanter, gefotografeerd door een cameraval. Foto van het Ministerie van de Russische Federatie voor de Ontwikkeling van het Verre Oosten. Fair use.
Aan het begin van de 21e eeuw waren er nog maar enkele tientallen amoerpanters in het wild over in het Russische Verre Oosten. De jacht op de dieren was in de voormalige Sovjetrepubliek al sinds 1956 verboden, maar dat hielp niet genoeg: panters bleven doodgaan door stroperij, het kappen van bos, bosbranden en minder voedselbronnen. Maar vandaag de dag is hun situatie een stuk beter: door een netwerk van cameravallen zijn er in 2024 in het Ruissche Primorye opnames van 129 volwassen amoerpanters en tenminste 14 welpen gemaakt.
Doordat elk dier een kenmerkend vlekkenpatroon heeft, haast als een vingerafdruk, kunnen onderzoekers individuele panters identificeren met behulp van de cameravallen en waarnemingen van lokale bewoners. Daarnaast is het Leopard Guardians program, waar deelnemers individuele dieren kunnen adopteren, natuurbeschermingsprojecten steunen en de panter een naam kunnen geven.

De Siberische tijger (ook wel amoertijger genoemd). Afbeelding van Flickr. CC-BY-NC-2.0
In het geval van de Siberische Tijger bleek samenwerking met de mensen die in zijn leefgebied wonen cruciaal voor zijn herstel. Voor ecologen is de aanwezigheid van de tijger een teken dat het goed gaat met de taiga in het Verre Oosten. Maar voor een lokale bewoner is de tijger misschien niet zozeer een teken van een gezond ecosysteem maar meer een bedreiging voor honden, vee of hun inkomsten.
Dat is waarom eenvoudige en praktische voorlichting van belang is: wat doe je als je een tijger tegenkomt, waar meld je een probleem en hoe bescherm je huisdieren en vee. In Primorye en Khabarovsk Krai zijn er speciale teams die in dat soort gevallen kunnen helpen en kunnen inwoners gecompenseerd worden voor vee of honden die door tijgers zijn aangevallen. Als hulp vragen voor mensen makkelijk wordt gemaakt, is de kans dat ze “zelf afrekenen” met het roofdier veel kleiner.
Volgens de enquête gehouden door het Amoertijgercentrum in 2021-2022 waren er meer dan 750 Siberische tijgers in Rusland, inclusief welpen. Dit aantal is niet alleen het resultaat van beschermde gebieden en een jachtverbod maar ook van ngo's, donoren, rehabilitatiecentra, samenwerking tussen lokale bevolking, noodteams en financiële compensatie. Deze onderdelen van natuurbescherming zorgen ervoor dat mensen en zeldzame dieren samen kunnen leven in hetzelfde gebied, zonder dat elke ontmoeting een probleem hoeft te worden.
Onder de zee

Een levendig koraalrif. Beeld van Pexels. Vrij gebruik.
Terwijl veel werk in natuurbehoud zich richt op aantrekkelijke, grotere landdieren — populaire ‘aaibare’ dieren, zoals olifanten, panda's en tijgers – zijn waterecosystemen minstens zo belangrijk, of meer zelfs, voor het gezond houden van het bioom op Aarde en het beschermen van de planeet.
Op de eilanden en archipels van Zuidoost-Azië vormt de achteruitgang van de mariene ecosystemen een van de grootste bedreigingen voor het levensonderhoud aan de kust en de mondiale biodiversiteit. Naar schatting van de Asian Development Bank vormen de koraalriffen in Zuidoost-Azië ongeveer een derde van alle koraalgebieden in de wereld en bevatten ze 76 procent van alle koraalsoorten en 37 procent van alle koraalvissen ter wereld.
Deze riffen ondersteunen sleutelsoorten, zoals krill en kleine vissen, die aan de basis staan van de gehele mariene voedselketen. Ze leggen ook blauwe koolstof vast en nemen daarbij CO2-uitstoot op, net zoals de regenwouden dat bovengronds doen.
Deze cruciale ecosystemen staan echter onder druk.
Volgens schattingen van het World Resources Institute wordt 88-95 procent van de riffen in Zuidoost-Azië ernstig bedreigd door bleken, een proces waarbij de koraaldiertjes de microalgen, die in hun weefsel wonen, eruitgooien; een teken dat ze onder enorme stress staan en op sterven na dood zijn.
Door dit proces komt er een enorme hoeveelheid CO2 in de atmosfeer vrij, en doodt het de biomen waar het mariene leven, zowel klein als groot, leeft. Het zet zo een kettingreactie in gang van biologische ineenstorting die verwoestend zal zijn voor mensen en de wereldwijde inspanningen voor natuurbehoud. Dit bleken kan het gevolg zijn van een stijgende oceaantemperatuur, veranderende zuurtegraad van de oceaan als gevolg van vervuiling en run-off (oppervlakkige afstroming van water met bodemdeeltjes), een toename in extreem getij en menselijke activiteiten, zoals intensief bootverkeer of bouwactiviteiten. Sommige activisten schatten dat tegen 2050 90 procent van de koraalriffen totaal verdwenen zou kunnen zijn.

Gezonde roze koralen naast stervende gebleekte koralen in het Great Barrier Reef in Australië. Beeld van Australian Institute of Marine Science. CC-BY-3.0-AU.
Geconfronteerd met zoveel bedreigingen tegelijkertijd, proberen natuurbeschermers zowel de riffen te herstellen als de soorten die van het rif afhankelijk zijn.
Milieuactivisten in Indonesië laten zien hoe je met ‘koraaltuinieren‘ koraalriffen kunt herstellen; een methode waarbij duikers onder water koraal kweken en deze dan op dood of stervend rif planten. Onderzoekers in Maleisië en Singapore experimenteren met nieuwe manieren om koraal te beschermen en de groei te stimuleren, onder andere door voedend substraat te maken met een 3-D printer waarmee koraalgroei kan worden versneld en door koraal te kweken dat geselecteerd is op hun herstellingsvermogen, waardoor het bestand is tegen de gevolgen van de klimaatcrisis.
Inwoners van kustgemeenschappen komen daarnaast in opstand tegen bouwprojecten en pleiten bij de overheid voor het uitvoeren van beschermingsmaatregelen die helpen bij het herstellen van het rif. Veel eilandstaten in Oceanië, zoals Palau, voeren mariene natuurbeschermingsprojecten uit, zoals het creëren van beschermde zeegebieden waar bevissing, bouwprojecten en duiken beperkt of helemaal verboden zijn.
Hoewel er nog een lange weg is te gaan, maken kustgemeenschappen in dit gebied duidelijk dat opgeven simpelweg geen optie is.
Vind je haaien belangrijk? Vermijd ze dan op je bord

De Mustelus canis, of de donkere toonhaai, wordt veel gegeten in het gerecht cazón. Beeld van Wikimedia Commons / NOAA. Public Domain.
Venezuela heeft de langste kust van het Caribisch gebied en is het leefgebied van 123 verschillende soorten haaien (waaronder ook roggen en draakvissen), aldus Leonardo Sánchez, hoofd van het Center for Shark Research (CIT), een Venezolaanse ngo.
Volgens een report uit 2024 van het IUCN ( International Union for Conservation of Nature) is 37,5 procent van de haaiensoorten wereldwijd bedreigd en loopt het risico op uitsterven door overbevissing.
Dit botst met de Venezolaanse cultuur, waarin het vlees van jonge haaien (dit vlees wordt ook wel cazón genoemd in het Spaans) een belangrijk onderdeel is van de culinaire traditie aan de kust. Het maken van empanadas de cazón – goedkope gefrituurde deegflapjes met haaienvleesvulling – vormt een belangrijke bron van inkomsten voor veel gezinnen met lage inkomens, met name voor vrouwen. Cazónvlees vind je ook veel in andere kustgebieden in Latijns-Amerika, zoals in Mexico.

Een verkoopster van empanada's op de Conejero Markt in Venezuela. Beeld van Wikimedia Commons. CC0
CIT and andere lokale organisaties, zoals Proyecto Tintorera, laten gezamenlijk van zich horen om de haaien te steunen met hun oproep aan Venezolaanse consumenten in april 2026: “Stop met cazón eten”. De campagne werd verrassend genoeg door grote mediakanalen overgenomen en trok ook veel aandacht op sociale media.
“Cazónvlees komt van verschillende soorten jonge haaien, die nog niet volwassen zijn. Haaien hebben een lange draagtijd met maar weinig jongen en worden bij intensieve bevissing niet vervangen. Roggen, welke al gegeten worden in Venezuela, kunnen niet als vervanging dienen omdat ze erg op haaien lijken; ze planten zich maar elke twee jaar voort”, zegt Sánchez in a CIT post. “Als ze er niet meer zijn, wat doen de mensen die nu leven van het maken van empanada's dan?”
Hij stelt voor dat het vlees van de haaien en roggen vervangen wordt door vlees van veelvoorkomende soorten. Sommige bekende lokale chef-koks, zoals Daniel Torrealba, volgen dit advies al op en gebruiken geen cazónvlees of roggenvlees meer in hun gerechten, zoals de digitale Venezolaanse krant El Estímulo meldt. Torrealba legt uit:
El cazón y la raya (otra especie en peligro) están muy por encima de la cadena alimenticia en los océanos y su extinción le haría mucho daño a ese ecosistema.
De cazón en de rog (ook een bedreigde diersoort) staan bovenaan de voedselketen in de oceaan en hun uitsterven zou enorme schade berokkenen aan dat ecosysteem.
Tot nu toe, heeft de Venezolaanse regering niet op de campagne gereageerd.
De gegeven voorbeelden van de cazóns, Bengaalse tijgers, Przewalskipaarden en de andere dieren in dit artikel laten duidelijk zien dat om echte vooruitgang in natuurbehoud en herpopulatie te boeken het niet genoeg is om slechts top-down beperkingen op te leggen. Om succes te hebben, is voorlichting en onderwijs, de betrokkenheid van lokale gemeenschappen, onderzoek en zowel gedragsverandering als maatschappelijke verandering noodzakelijk – en de voorbeeldprojecten laten zien dat die verandering ook echt mogelijk is.
Deze succesverhalen zijn een model van een vorm van natuurbehoud die geworteld is in de gemeenschap dat andere landen en gebieden kan helpen hun eigen wegkwijnende ecosystemen weer op te bouwen.






