
Jongeren uit Kroatië, Servië en Bosnië en Herzegovina. Foto van het PCRC-archief, met toestemming gebruikt.
Dit artikel [en – alle links] van Iris Knežević verscheen voor het eerst op Balkan Diskurs op 10 maart 2026. Een bewerkte versie is opnieuw op Global Voices gepubliceerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst met het Post-Conflict Research Center (PCRC).
Terwijl regionale politici steeds vaker nationalistische retoriek omarmen en de verdeeldheid vergroten, kiezen jongeren uit Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Servië voor een andere aanpak: een aanpak gebaseerd op dagelijkse samenwerking, solidariteit en leren.
Voor hen is regionale samenwerking geen politieke slogan, maar een concrete ervaring opgedaan door middel van informeel onderwijs, training en initiatieven vanuit het maatschappelijk middenveld.
De samenwerking vindt buiten het formele onderwijssysteem om plaats door middel van workshops in Sarajevo, studiereizen in Zagreb en gezamenlijke projecten in Belgrado. In deze ruimtes bespreken jongeren verantwoordelijkheid, de herinneringscultuur en de erfenis van de oorlogen van de jaren negentig. Ze ontwikkelen daarbij kritisch denkvermogen en stellen vragen die in formele instellingen vaak onbesproken blijven.
Niet-formeel onderwijs: een ruimte van vrijheid en solidariteit
In tegenstelling tot formeel onderwijs, dat vaak gebukt gaat onder nationalistische verhalen en selectieve interpretaties van het verleden, biedt informeel onderwijs ruimte voor kritische reflectie en open dialoog. Regionale trainingen, jongerenuitwisselingen en workshops vanuit het maatschappelijk middenveld helpen jongeren de complexiteit van het verleden en het belang van samenwerking in het heden te begrijpen.
Vid Radičević is een 22-jarige uit Zemun, Servië. Voor hem is regionale samenwerking een kans om met nieuwe mensen, mentaliteiten, plaatsen en gewoonten in aanraking te komen en om “iedereen te begrijpen, zonder dat er vertaling voor nodig is, hoe deze talen dan ook in boeken worden geclassificeerd.” Hij voegde eraan toe: “Het is belangrijk om andere realiteiten dan de onze te begrijpen en te leren kennen, zodat we beter kunnen begrijpen waar we staan, hoe we onze omgeving graag zouden willen zien en wat we binnen onze eigen gemeenschap kunnen doen om die opener te maken, of meer gericht op wat we ervan willen leren.”

Vid Radičević bij een protest in Novi Pazar. Foto: privéarchief van Vid Radičević, met toestemming gebruikt.
Organisaties uit het maatschappelijk middenveld brengen al bijna dertig jaar jongeren samen rond thema's als overgangsjustitie, mensenrechten en regionale solidariteit. Studiereizen, bezoeken aan plaatsen van leed en openbare discussies tonen aan dat het onder ogen zien van het verleden geen verraad van het eigen land is, maar een daad van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Tijdens de trainingen horen jongeren vaak voor het eerst de perspectieven van mensen “van de andere kant”. Dit is meestal hun kans om te praten zonder overheersende politieke retoriek, en velen worden geraakt door de overeenkomsten tussen hun ervaringen, gezien de exclusieve politieke omgeving waarin ze zich in Zagreb, Sarajevo en Belgrado bevinden.
Regionale samenwerking als krachtig middel voor verzet
Temidden van de regelmatige politieke spanningen tussen Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Servië, fungeert de regionale jongerensamenwerking als een vorm van burgerlijk verzet. Jongeren weigeren de logica van collectieve schuld en permanente onverdraagzaamheid te accepteren en kiezen in plaats daarvan voor solidariteit.
Enis Mlivić, een 24-jarige uit Breza, Bosnië en Herzegovina, zei dat regionale samenwerking stimulerend werkt, omdat het het gevoel van isolement doorbreekt. Hij legde uit: “Als je weet dat er mensen in Belgrado, Zagreb, Podgorica of Pristina zijn die strijden voor vergelijkbare waarden op het gebied van mensenrechten, verantwoordelijkheid en herinneringscultuur, besef je dat je er niet alleen voor staat. Dit geeft legitimiteit en kracht. Het verbindt middelen, kennis en ervaringen, maar belangrijker nog, het verbindt mensen.”

Enis Mlivić op het Vredesfestival georganiseerd door het Post-Conflict Research Center. Foto: PCRC-archief, met toestemming gebruikt.
De solidariteit van jongeren in de regio blijkt uit gezamenlijke campagnes tegen haatzaaiende uitspraken, steun aan activisten en protesten, optredens en andere activiteiten, maar ook uit simpele gebaren zoals het bijwonen van herdenkingen in buurlanden.
Samen het verleden verwerken
Zonder ruimte te creëren voor dialoog en wederzijds begrip is regionale samenwerking niet houdbaar; dat is de les die jonge activisten leren. De ontkenning van oorlogsmisdaden, de relativering van rechterlijke uitspraken, en de politieke instrumentalisering van oorlogstrauma's vergroten het wantrouwen en beperken de ruimte voor dialoog.
Daarom zijn regionale initiatieven die jongeren met elkaar verbinden van groot belang. Ze creëren netwerken van vertrouwen die grenzen en de dagelijkse politiek overstijgen. Wanneer jongeren samen de uitspraken van internationale rechtbanken analyseren, plaatsen van leed bezoeken of samenwerken aan onderzoek, bouwen ze aan een cultuur van verantwoordelijkheid, wat een voorwaarde is voor duurzame vrede.
Tena Vizinger, een 21-jarige uit Zagreb, is ervan overtuigd dat regionale samenwerking bij de verwerking van het verleden cruciaal is voor de toekomst. Ze verduidelijkt dat ze het vooral heeft over de toetreding van de Europese Unie en het wegnemen van wederzijdse obstakels in dit proces: “Ik denk dat het mogelijk is om samen het verleden te verwerken, en dat dit kan worden vergemakkelijkt door structurele veranderingen, bijvoorbeeld in het onderwijs. Kroatië en andere landen hebben echt hooggekwalificeerde en bekwame leraren die het idee van wederzijdse dialoog bevorderen, en ik hoop dat dit op de lange termijn zal leiden tot concrete samenwerking tussen landen bij het omgaan met het verleden.”
Ondanks uitdagingen variërend van beperkte maatschappelijke middelen tot politieke druk, blijft het regionale jeugdactivisme groeien. Jongeren werken samen tijdens trainingen, workshops en gezamenlijke projecten, waarmee ze laten zien dat initiatief en solidariteit institutionele obstakels kunnen overwinnen. Hoewel ze niet voor de oorlogen van de jaren negentig hebben gekozen, zijn ze zich ervan bewust dat de erfenis van het conflict de sociale verhoudingen nog steeds vormgeeft.
Met deze initiatieven laten jongeren zien dat samenwerking niet alleen maar een ideaal is, maar een praktische realiteit. Gezamenlijke trainingen, bezoeken aan plaatsen van leed, zoals voormalige kampen, monumenten en andere gedocumenteerde locaties van oorlogsgeweld, en projecten van het maatschappelijk middenveld, helpen stereotypen te doorbreken, ruimte te creëren voor dialoog en de basis te leggen voor concrete collectieve actie. Dit suggereert dat de toekomst van de regio niet kan worden bepaald door verdeeldheid, maar door samenwerking en gezamenlijke inspanningen.






