DRC: Stadsbomen zijn natuurlijke CO₂-opslagplaatsen die meer aandacht verdienen

Overview of Bunia. Screenshot from the video “By early 2026, the city of Bunia will have a modern airport built in international standards” on the Today TV YouTube channel

Overzicht van Bunia. Screenshot uit de video “By early 2026, the city of Bunia will have a modern airport built in international standards” van het HK Today TV YouTube-kanaal.

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd op 8 maart 2026 op www.greenafia.com. Global Voices heeft het artikel opnieuw gepubliceerd in het kader van een samenwerkingsovereenkomst met GreenAfia.

Bomen die in grote steden worden aangeplant, vormen een essentieel onderdeel van de oplossing voor klimaatverandering. Hoewel ze van oudsher als minder belangrijk worden beschouwd dan oerbossen, blijkt uit een onderzoek uit oktober 2025 dat ze een belangrijke rol kunnen spelen bij natuurbeschermingsinspanningen, wat de belangstelling van wetenschappers in de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft gewekt.

Uit een wetenschappelijk onderzoek dat is uitgevoerd in de stad Bunia in de provincie Ituri, in het noordoosten van de DRC, is gebleken dat stadsbomen niet alleen een landschappelijke functie hebben. Ze fungeren als natuurlijke koolstofputten die een aanzienlijk deel van de door menselijke activiteiten veroorzaakte uitstoot van koolstofdioxide (CO₂) kunnen compenseren.

Steden als CO₂-opslagplaatsen

In tegenstelling tot de veel bestudeerde natuurlijke bossen komen Afrikaanse stedelijke gebieden grotendeels niet voor in het klimaatbeleid, vanwege een gebrek aan betrouwbare gegevens. Om dit tekort aan te pakken, hebben onderzoekers van de Universiteit van Bunia 2.311 bomen geïnventariseerd op 21 percelen van elk één hectare in drie gemeenten van Bunia: Mbunya, Nyakasanza en Shari.

Met behulp van niet-destructieve methoden op basis van boomdiameter, hoogte en houtdichtheid heeft het team de bovengrondse biomassa en de koolstofvoorraad geschat zonder ook maar één boom te kappen.

De cijfers uit dit onderzoek spreken voor zich: 1.759 ton bovengrondse biomassa opgeslagen door stadsbomen in Bunia; 8.795 ton opgeslagen koolstof, wat overeenkomt met 2.374 ton CO₂ die uit de atmosfeer is verwijderd.

Gemiddeld slaat één stadsboom in Bunia 380 kilogram koolstof op, wat overeenkomt met ongeveer 124 kg geabsorbeerde CO₂. Op één hectare stedelijk gebied bedraagt de gemiddelde koolstofvoorraad 47,6 ton, een cijfer dat vergelijkbaar is met dat van sommige aangetaste bosgebieden.

n Bunia levert een stadsboom, als hij tot 124 kg CO₂ kan compenseren, een koolstofwaarde op van 1 tot 4 dollar op de vrijwillige koolstofmarkt (een mechanisme voor de handel in koolstofkredieten waarmee bedrijven en particulieren hun koolstofvoetafdruk vrijwillig kunnen compenseren), wat aantoont dat steden in de Democratische Republiek Congo hun bomen kunnen omzetten in effectieve klimaatactiva.

Niet alle soorten vervullen dezelfde rol

Een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek was dat de meest effectieve soorten voor koolstofopslag werden geïdentificeerd: Eucalyptus globulus: 61 procent van de opgeslagen koolstof; Mangifera indica (mangobomen): 14 procent; Persea americana (avocadobomen): 9 procent; Grevillea robusta: 7 procent; en Senna siamea: 5 procent.

Deze bevindingen tonen aan dat de keuze van de boomsoort van groot belang is. Sommige soorten spelen, vanwege hun houtdichtheid en snelle groei, een onevenredig grote rol in het klimaat in verhouding tot hun aantal.

Dit onderzoek brengt een grote verandering teweeg, met name in de ontwikkeling van stedelijk beleid, waarbij steden in de Democratische Republiek Congo stedelijke bomen nu kunnen opnemen als klimaatinfrastructuur, naast wegen en afwateringssystemen. Het aanplanten of behouden van bepaalde bomen wordt daarmee een meetbare strategie voor klimaatmitigatie.

Wat landgebruik en herbebossing betreft, biedt deze studie een wetenschappelijke basis voor het selecteren van de soorten die prioriteit moeten krijgen, waarbij decoratieve aanplant met een lage koolstofimpact wordt vermeden en stedelijke vergroeningsprogramma's worden gericht op soorten met een sterke klimaatprestatie.

Bunia zou ook de aandacht kunnen trekken van beleidsmakers binnen het kader van klimaatfinanciering. Met lokale gegevens kunnen steden als Bunia proefprojecten opzetten voor stedelijke koolstofkredieten, financiering voor klimaatadaptatie en -mitigatie nastreven, en het ecologisch beheer van hun groene ruimtes verbeteren.

Deze studie laat zien dat de strijd tegen klimaatverandering niet alleen in de grote bossen van het Congobekken wordt gevoerd, maar ook in de straten, velden, scholen en stadswijken waar elke boom telt. Maar het belangrijkste is dat elke soortkeuze, elk beleid inzake behoud of vernietiging, meetbare klimaatkosten met zich meebrengt.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.