
Uitgestalde maissoorten. Foto door Hervé Mukulu van GreenAfia.Gebruikt met toestemming.
Dit artikel door Hervé Mukulu is oorspronkelijk gepubliceerd op het nieuwsmedium Icicongo op 16 november 2025, met steun van het Pulitzer Center. Het artikel werd door Global Voices opnieuw gepubliceerd als onderdeel van een wederzijdse overeenkomst met Icicongo.
Klimaatverandering heeft de regio Noord-Kivu in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) getroffen, waar boeren hun landbouwmethoden opnieuw moesten inrichten om te overleven.
Kortere seizoenen, langere droogteperioden en stortregens zijn de dagelijkse uitdagingen waarmee boeren worden geconfronteerd. Dit alles onder een almaar toenemend onvoorspelbaar klimaat, waarbij zware stortbuien het risico op overstromingen en bodemerosie vergroten. Gegevens uit het Geo-Eco-Trop wetenschappelijk tijdschrift uit 2012 laten zien dat de jaarlijkse neerslag in de regio 1.500 mm benadert, terwijl de gemiddelde dagelijkse hoeveelheid regen lichtelijk met o,1 mm is toegenomen. Daardoor is het aantal dagen met jaarlijks meer dan 10 mm regen bijna verdrievoudigd, terwijl de klimaatverandering ervoor heeft gezorgd dat het regenseizoen van negen tot zeven maanden is verkort en de voedselveiligheid verder in gevaar komt.
Volgens dezelfde studie is de groei aan overstromingen voornamelijk te wijten aan de snelle en ongecontroleerde verstedelijking. Stedelijke planning en adequate infrastructuur zijn daarom essentieel. In dat licht bezien stellen wetenschappers voor om over te gaan op nieuwe landbouwtechnieken, het gebruik van vitale, sterke zaden en agrobosbouw.
Het boerenbedrijf is overgeleverd aan de genade van de regenseizoenen
Volgens de Development Indicators Analysis Unit (CAID) kent Noord-Kivu vier seizoenen. Twee natte seizoenen van half augustus tot half januari en van half februari tot half juli, en twee extreem droge seizoenen van half januari tot half februari en van half juli tot half augustus.
Volgens Mulondi Gloire, landbouwingenieur en expert ruimtelijke ordening, zijn twee landbouwseizoenen in een jaar bepalend: een kort seizoen van maart tot mei en een lang seizoen van augustus tot november. Hij verklaart hoe een succesvolle oogst direct afhankelijk is van de hoeveelheid regenval:
Notre agriculture reste familiale, de petite échelle, et dépend entièrement des saisons de pluie.
Het boerenbedrijf in ons gebied is een typisch kleinschalig familiebedrijf, dat totaal afhankelijk is van de regenseizoenen.
In feite kan irrigatie deze afhankelijkheid wegnemen, maar dat blijft een uitzondering. Door een tekort aan financiële en technische middelen en een ruw terrein, zijn veel boeren voor de uitoefening van hun bedrijf nog steeds overgeleverd aan de ‘genade van de regenseizoenen’.
Volgens Charles Valimunzigha, hoogleraar landbouwwetenschappen en directeur van het Agronomisch en Veterinair Onderzoekscentrum van Graben (CERAVEG), hebben we te maken met een uitgesproken paradox:
L’eau n’est pas absente : rivières, ruisseaux et nappes souterraines abondent. Le problème, c’est notre incapacité à la capter et à la gérer.
Er is geen gebrek aan water. Rivieren, beken en grondwater zijn volop aanwezig. Het probleem is dat we niet in staat zijn om het water te verzamelen en te beheren.
Klimaatgegevens afkomstig van de Enzymes Raffiners Association (ENRA Beni), het Agricultural and Veterinary Technical Institute of Butembo (ITAV Butembo) en het National Institute for Agronomic Research (INERA Yangambi), bevestigen dat er een verandering in de frequentie van regenval heeft plaatsgevonden.
La quantité annuelle évolue peu, mais leur intensité augmente. Des épisodes extrêmes (grêle, orages violents) frappent plus souvent, parfois en pleine période censée être sèche et détruisent les semis cultures.
Hoewel de jaarlijkse hoeveelheid regenval bijna hetzelfde is gebleven, is de neerslaghoeveelheid tijdens regenbuien toegenomen. Extreme weersomstandigheden, zoals hagel en zware onweersbuien, komen vaker voor tijdens verwachte droge perioden, waarbij de jonge plantjes en gewassen worden vernield.
Naast de schommelingen in regenval dient zich nog een probleem aan in de vorm van oude en onproductieve zaden, die vaak volgens totaal verouderde methoden worden gekweekt. Maar de boeren, NGO’ s, researchcentra en autoriteiten hebben laten weten dat ze zich meer zullen inspannen om klimaatbestendige gewasvariëteiten te ontwikkelen.
Het onstabiele weer bevordert de uitbraak van ziekten als meeldauw, een schimmelziekte die veel plantensoorten aantast en schimmelinfecties die hele oogsten ruineren. Gloire Mulondi:
Nous assistons à des manifestations locales du changement climatique global liées à l’augmentation des gaz à effet de serre.
We zijn getuige van lokale uitingen van een wereldwijde klimaatverandering, die wordt aangewakkerd door hogere broeikasgasemissies.
Ontwikkeling van duurzame landbouwmethoden
Volgens plantenwetenschapper Héritier Mbusa is de te volgen koers duidelijk:
…planifier, irriguer et diversifier. Passer d’une agriculture de survie à un système capable d’anticiper et de s’adapter, grâce à la technologie, à la reforestation et à des variétés mieux armées face aux aléas climatiques.
Plannen, irrigatie en diversifiëren. De transitie van zelfvoorzienende landbouwmethoden naar een systeem waarbij kan worden geanticipeerd en aangepast, maar ook door het toepassen van technologieën, herbebossing en rassen die beter bestand zijn tegen gevaarlijke weersomstandigheden.
Sahani Walere, expert op het gebied van natuurrampenbeheer, vindt dat de lokale landbouw in een impasse verkeert:
Nous ne pouvons garantir une agriculture durable si nous n’envisageons pas des mécanismes d’adaptation au changement climatique.
Duurzame landbouw kunnen we alleen garanderen wanneer we werkmethoden invoeren, waarbij we ons aanpassen aan klimaatverandering.
Hij pleit voor een regionaal netwerk van weerstations, zodat een betrouwbare jaarlijkse prognose voor de landbouw kan worden opgesteld.
Volgens de wetenschapper tonen de cijfers een gemiddelde temperatuurstijging van 1,8 graden Celsius over de afgelopen 50 jaar en een toename van het aantal klimaatverstoringen tijdens de korte regenseizoenen.
Wanneer de uitstoot van broeikasgassen aanhoudt, is het zelfs mogelijk dat de kleinschalige landbouw – als ruggengraat van de lokale economie – zou kunnen verdwijnen.
Om de landbouwproductie te waarborgen, roept hij de beleidsmakers op om de klimaatgegevens als vast onderdeel te integreren bij de uitoefening van het boerenbedrijf.
Om deze uitdagingen aan te gaan, en voor een bestendige landbouw, pleit hoofdcoördinator Gloire Mulondi voor een transitie op basis van boslandbouw en agro-ecologie. Hij vertelt:
Nous devons adopter des nouvelles pratiques adaptées aux nouvelles réalités climatiques.
We moeten nieuwe methoden introduceren, die zijn gebaseerd op de veranderende klimaatomstandigheden.
Gloire Mulondi wijst ook met nadruk op het behoud van de bodemvruchtbaarheid en het terugdringen van de uitstoot door ontbossing en houtkap. Volgens hem moeten technologie, satellietbeelden, bodemkaarten en digitale hulpmiddelen worden ingezet. Dit vooral omdat de “agro-ecologie afhankelijk is van het evenwicht tussen planten, bodem en het milieu, minder opname van chemische stoffen en de benodigde biodiversiteit.”






