
Transgenders in Banaras komen op 20 maart 2026 bijeen, om hun bezorgdheid te uiten over de Transgender Rights Amendment Bill 2026. Foto door Varanasi Queer Pride (Instagram). Gebruikt met toestemming.
In het Indiase Lagerhuis is een wetsvoorstel ingediend dat de kern raakt van het recht op lichamelijke autonomie en privacy van transgenders, zoals dat door het Hooggerechtshof van India is gewaarborgd in een baanbrekend arrest uit 2014, National Legal Services Authority (NALSA) versus de Unie van India. Activisten hebben het wetsvoorstel daarom „ongrondwettelijk“ en „gevaarlijk“ genoemd, en aangezien het naar verwachting binnenkort van kracht zal worden, heeft dit ook de bezorgdheid en onzekerheid over de gevolgen ervan vergroot.
Voorstellen tot wijziging van bestaande wetgeving
De Transgender Persons (Protection of Rights) Amendment Bill, 2026 (“2026 Bill”) is onlangs ingediend tijdens de lopende begrotingszitting van het Indiase parlement. Het voorstel beoogt een wijziging van de Wet inzake de bescherming van de rechten van transgenders van 2019 („2019 Bill“), tot groot ongenoegen van de transgendergemeenschap in India.
Volgens activisten vormen de voorgestelde wijzigingen in de Wet van 2019 op twee manieren een bedreiging voor de veiligheid en privacy van transgenders. Ten eerste beperken ze de definitie van wie als „transgender“ wordt beschouwd, door in feite een breed scala aan identiteiten uit te sluiten, waaronder, maar niet beperkt tot, transgendermannen, non-binaire en genderfluïde personen die niet in starre gendercategorieën passen, evenals vele intersekse- en transfeminiene identiteiten. Ten tweede schrappen de wijzigingen de bepaling in de wet die, in de tekst van de wet, expliciet het recht op zelfidentificatie van het eigen geslacht garandeerde. In plaats van zelfidentificatie zou iemand nu medisch bewijs van geslachtsverandering door middel van een operatie moeten voorleggen, en een verklaring van de medisch directeur of hoofdarts moeten indienen bij de districtsmagistraat. Die kan, nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de verklaring correct is, een verklaring afgeven waarin de geslachtsverandering vermeld wordt.
Controle op genderidentiteit
De wetswijzigingen voorzien ook in de oprichting van „medische commissies“ die de genderidentiteit moeten vaststellen. Deze commissies worden voorgezeten door een Chief Medical Officer of een Deputy Chief Medical Officer, en schrijven voor dat de districtsmagistraat pas certificaten mag afgeven nadat hij het advies van deze commissie heeft bestudeerd. De bepaling biedt de districtsmagistraat bovendien de mogelijkheid om, indien nodig, de hulp van andere medische deskundigen in te roepen.
Het stripkanaal Sanitary Panels geeft zijn mening:
#TransRights #RejectTransBill2026 pic.twitter.com/bsQERim8Qj
— Sanitary Panels (@sanitarypanels) March 16, 2026
Deze bepalingen bestempelen transgenderidentiteit als een medische aandoening door deze aan een verplichte medische verklaring te onderwerpen, en geven aanleiding tot ernstige bezorgdheid over de privacy. Het is belangrijk om te vermelden dat de wet van 2019 en de bijbehorende voorschriften geen medische of fysieke ingrepen verplicht stelden. In plaats daarvan stonden ze transgenders toe om rechtstreeks erkenning aan te vragen op basis van hun zelfgekozen genderidentiteit. Als zij later besloten een geslachtsveranderende operatie te ondergaan, konden zij een aanvraag indienen voor aangepaste documenten. De voorgestelde wijzigingen brengen een ingrijpende verandering in dit proces teweeg door in het allereerste stadium van de erkenningsprocedure een medische commissie in te schakelen, waardoor de mogelijkheid van erkenning op basis van enkel zelfbeeld feitelijk wordt uitgesloten.
Bovendien roept het opnemen van een bepaling die de districtsmagistraat toestaat de hulp van andere medische deskundigen in te roepen, extra bezorgdheid op met betrekking tot de privacy. Door de districtsmagistraat zo’n ruime beoordelingsbevoegdheid te geven, bestaat het risico dat hij/zij de zaak van een aanvrager met meerdere medische deskundigen bespreekt. Er wordt niet bepaald dat deze raadplegingen vertrouwelijk moeten plaatsvinden, noch dat hiervoor de geïnformeerde toestemming van de betrokken persoon vereist is. Maar deze zorgen zijn allemaal van ondergeschikt belang. Zelfs als er vertrouwelijke, op toestemming gebaseerde en trans-vriendelijke procedures zouden worden ingevoerd, raakt de eis dat een medische commissie de genderidentiteit moet vaststellen de kern van de uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak NALSA, en is deze daarmee in strijd.
Invoering van strafbare overtredingen: protectie of controle?
Volgens de wet van 2019 stelde Sectie 18 specifieke handelingen strafbaar, zoals het dwingen van een transgender persoon tot dwangarbeid, het weigeren van toegang tot openbare plaatsen, het dwingen hun woning te verlaten, of het blootstellen aan fysiek, seksueel, verbaal, emotioneel of economisch misbruik. De voorgestelde wijzigingen behouden deze misdrijven zonder enige poging om de onevenredig lage straffen voor bepaalde misdrijven, zoals seksueel misbruik tegen een transgender persoon, te rationaliseren in vergelijking met straffen die worden voorgeschreven onder het algemene strafrecht van India. Anderzijds worden er nieuwe bepalingen ingevoerd om handelingen strafbaar te stellen zoals dwangarbeid, het inzetten van personen voor bedelen of prostitutie, ontvoering en het toebrengen van ernstig letsel of schade door iemand ertoe te dwingen „een transgenderidentiteit aan te nemen, te omarmen of naar buiten toe uit te dragen“ of zelfs „zich naar buiten toe te kleden, te presenteren of te gedragen als een transgenderpersoon“ door middel van verleiding, aanmoediging, misleiding, dwang of iets dergelijks..
Op het eerste gezicht lijken deze bepalingen een oplossing te bieden voor ernstige vormen van dwang. Maar het blijft onduidelijk welk gedrag precies bedoeld wordt. Het is volstrekt onduidelijk wat de wet ziet als het zich “presenteren, kleden of gedragen” als transgender, vooral in de context van de nieuwe gemedicaliseerde definitie. Deze termen zijn niet gedefinieerd of gekarakteriseerd, en blijven open voor (mis)interpretatie door de politie en de staat.
De grens is vaag tussen situaties waarin sprake is van daadwerkelijk geweld of ontvoering, en situaties waarin sprake is van vrijwillige integratie in gemeenschapsnetwerken en -normen (zoals in de hijra gharanas – traditionele, op verwantschap gebaseerde gemeenschapsstructuren onder transgenders in Zuid-Azië). Dit wekt zorgen over het misbruik van het strafrecht in situaties waarin transgender personen onderdak en steun krijgen van hun gemeenschap – vooral bij gebrek aan steun van de staat – hun geboortefamilies en de bredere samenleving. Het lijkt erop dat er opnieuw een beroep op het strafrecht is gedaan zonder dat er vooraf overleg met belanghebbenden heeft plaatsgevonden of dat er effectbeoordelingen zijn uitgevoerd met betrekking tot de maatschappelijke, fiscale en justitiële gevolgen van de wet.
Er is een gebrek aan bewijs in het publieke domein dat wijst op de noodzaak van dergelijke criminalisering. Het is dus onduidelijk of het probleem dat de Staat wil oplossen, wel een probleem is dat momenteel bestaat.
Een soortgelijke toevoeging werd in de wet van 2019 controversieel voorgesteld, maar uiteindelijk geschrapt. In de ruimere context van de 2019 Bill, versterken deze voorstellen het koloniale narratief van het met argwaan bekijken van uitingen van transgenderidentiteit, vooral wanneer ze buiten de nauw gedefinieerde categorieën vallen die door de wet erkend zijn. Deze mogelijkheid draagt bij aan de vrees dat bepalingen die bedoeld zijn als beschermende maatregelen zouden kunnen worden gebruikt om identiteit en gemeenschapsrelaties te controleren, in plaats van daadwerkelijk schade te voorkomen.
De Weg Voorwaarts
Het wetsvoorstel is nog niet ondertekend en van kracht geworden, wat betekent dat er verschillende scenario’s mogelijk zijn. Het wetsvoorstel zou door de Tweede Kamer kunnen worden aangenomen, door de regering ingetrokken, of doorverwezen naar wat bekend staat als een Parliamentary Standing Committee — een groep parlementsleden die het wetsvoorstel grondig zou kunnen bestuderen en eventueel ook deskundigen en belanghebbenden uit de samenleving zou raadplegen, alvorens een eindrapport met aanbevelingen in te dienen.
Activist Prakhy post in X (voorheen Twitter)
Vandaag, tijdens de persconferentie in Delhi over het wetsvoorstel tot wijziging van de transgenderwet van 2026. Ik hoop dat we onze krachten kunnen bundelen en ons hiertegen kunnen verzetten. #Nogoingback #Rejecttransbill2026 #Rejectbill79 pic.twitter.com/wyH1a4JaC5
— prakhy (@prakkhy) 16 maart 2026
Een andere mogelijkheid is een rechtszaak nadat het wetsvoorstel is ondertekend en in werking is getreden. Er lopen echter al sinds 2019 procedures bij het Hooggerechtshof waarin verschillende bepalingen van de Wet inzake de bescherming van de rechten van transgenders van 2019 worden aangevochten, wat betekent dat een oplossing via deze weg, als die er al komt, waarschijnlijk lang zal duren.
Ondertussen blijven activisten en leden van de transgendergemeenschap zich inzetten om ervoor te zorgen dat het wetsvoorstel wordt ingetrokken, zodat de wet weer in overeenstemming komt met de basisbeginselen die het Hooggerechtshof in de zaak NALSA heeft uiteengezet.






