Het ontrafelen van de politieke complexiteit van de moorden in Benue, Nigeria

Nigerian soldiers

Soldaten van het Nigeriaanse leger nemen deel aan een schietoefening met scherp. Foto door USAFRICOM via Wikimedia Commons. Licentie: CC BY 2.0 Deed.

Door Jude Onuzurike

De staat Benue in Nigeria, een geografisch gebied in de onrustige Middle Belt-regio die het overwegend islamitische noorden en het overwegend christelijke zuiden met elkaar verbindt, is het brandpunt geworden van een religieuze en politieke crisis. Hoewel deze crisis al decennia teruggaat, is ze sinds 2015 in hevigheid toegenomen en is ze de afgelopen maanden een nieuw, gewelddadiger stadium ingegaan, waardoor de inheemse bevolking van Benue in haar voortbestaan wordt bedreigd.

Gewelddadige aanslagen zijn schering en inslag geworden: sinds president Bola Tinubu in 2023 aan de macht kwam, zijn er meer dan 10.000 mensen omgekomen door toedoen van gewapende groeperingen. Volgens rapporten van Amnesty International is de staat Benue het zwaarst getroffen door deze aanslagen, met tot nu toe meer dan 7.000 doden.

Sommige organisaties beweren dat dit geweld religieus gemotiveerd is; zo heeft Open Doors, een christelijke waakhondorganisatie, Nigeria al acht jaar op rij aangemerkt als het gevaarlijkste land voor christenen.

Een aanval in juni 2025, die inmiddels bekendstaat als het Yelwata Bloedbad, betekende een keerpunt in het aanhoudende geweld. De aanval vond plaats in de vroege uurtjes van de nacht, waarbij meer dan 200 inheemse mensen in hun slaap werden vermoord in de gemeenschap van Yelwata. Dit was voor paus Leo VI aanleiding om zich in de zaak te mengen en het een verschrikkelijk bloedbad te noemen. De opmerking van de paus trok internationale aandacht en spoorde de Nigeriaanse regering – die tot dan toe grotendeels niet in staat was geweest het geweld te beteugelen – aan om de kwestie aan te pakken.

De veelzijdige aard van de crisis

Benue, ook wel de ‘voedselmand van het land‘ genoemd, wordt voornamelijk bewoond door landarbeiders en speelt een cruciale rol in de voedselproductie en -distributie in heel Nigeria; de regio kampt momenteel echter met een groot aantal binnenlandse ontheemden en wordt geconfronteerd met andere veiligheidsuitdagingen.

Een groot deel van het geweld in de staat Benue is het gevolg van gewapende islamitische groeperingen die vanuit de Sahel zuidwaarts oprukken naar de Middenstrook. Deze aanvallers bestaan voornamelijk uit nomadische herdersgroepen, bekend als Fulani-herders, die door de klimaatcrisis naar het zuiden zijn verdreven; deze crisis heeft het weideland in de hele regio uitgedroogd en de waterbronnen doen opdrogen.

Dit heeft de Fulani-herders ertoe gedwongen om steeds wanhopiger op zoek te gaan naar landbouwgrond, waardoor ze in gewelddadige conflicten zijn geraakt met de sedentaire boerengemeenschappen in Benue en andere staten in de Middenstrook. Toch worden deze invallen ook bepaald door langdurige politieke verhoudingen — en de opvallend terughoudende reactie van de Nigeriaanse regering op het geweld heeft geleid tot brede kritiek van waarnemers.

Benue bestaat voor 98 procent uit christenen, waardoor velen concluderen dat de aanslagen religieus gemotiveerd waren, maar dit is een te simplistische voorstelling van de complexe politieke en veelzijdige aard van deze crisis.

Op 17 juni 2025 suggereerde de toenmalige Nigeriaanse chef van de generale staf, generaal Christopher Gwabin Musa, tijdens een persconferentie, dat grondgeschillen, ongecontroleerde veeweidegang en veeteelt de belangrijkste oorzaken zijn van de moordpartijen in Benue. Veel Nigerianen delen deze mening en schrijven de bloedbaden toe aan een campagne van landroof die vermomd is als een religieus conflict.

De gouverneur van de staat Benue , Hyacinth Alia, meldde diezelfde dag dat 17 van de 23 lokale bestuursgebieden in de staat Benue belegerd worden, waarbij hij opmerkte dat ingrijpen van de federale overheid helpt om dat aantal terug te dringen. Uit hernieuwde aanvallen in 2026 in Agatu, Gwer West en Guma blijkt echter dat de autoriteiten nog geen duurzame oplossing hebben gevonden.

Een week later sloeg Terseer Ugbor, lid van het Nigeriaanse Huis van Afgevaardigden voor het federale kiesdistrict Kwande/Ushongo, tijdens een plenaire vergadering alarm: Fulani-herders zouden meer dan 40 procent van het land in de staat Benue in bezit hebben genomen, waardoor duizenden inheemse bewoners ontheemd zijn geraakt. Ondanks het existentiële karakter van deze aanvallen zijn de veiligheidsmaatregelen niet snel of doortastend genoeg geweest, wat vragen oproept over de verantwoordelijkheid binnen de militaire gelederen.

Om zichzelf te verdedigen hebben de gemeenschappen in Benue het heft in eigen handen moeten nemen en burgerwachten gevormd in een poging weerstand te bieden aan deze onophoudelijke aanvallen. De burgerwachten zijn echter hopeloos slecht uitgerust en ernstig in het nadeel, omdat hun aanvallers over geavanceerde wapens beschikken en bovendien het voordeel hebben van geheime informatienetwerken. Dit is letterlijk een geval van met een mes naar een vuurgevecht gaan; daarom zijn de burgerwachten en, bij uitbreiding, de inheemse bevolking grotendeels overgeleverd aan de genade van hun aanvallers.

De reactie van de regering op de recente aanslagen

Na de oproepen van de paus begonnen Nigeriaanse functionarissen de kwestie van het geweld in Benue aan te pakken. Drie dagen na het bloedbad in Yelwata bracht de Nigeriaanse president, samen met zijn legerleiders, een condoleancebezoek aan Benue, waar ze werden begroet met een krachtige toespraak van James Ayatse, de opperhoofd van het inheemse Tiv-volk, die de nadruk legde op de verkeerde informatie en de verkeerde voorstelling van zaken rond de veiligheidscrisis in de staat Benue. Hij zei:

Het gaat hier niet om conflicten tussen herders en boeren, noch om conflicten tussen gemeenschappen, noch om vergeldingsaanvallen of schermutselingen. Waar we hier in Benue mee te maken hebben, is een weloverwogen, goed geplande, grootschalige genocidale invasie en landroofcampagne door terroristische herders en bandieten, die al decennia aan de gang is en elk jaar erger wordt.

Het bezoek eindigde met de vraag van de president aan de inspecteur-generaal van politie waarom er na de aanslag nog geen arrestaties waren verricht. Hij kreeg op dat moment geen duidelijk antwoord. In de dagen daarna werden enkele arrestaties verricht, maar op het moment van publicatie van dit artikel, acht maanden na de aanslagen, was nog geen van de daders berecht of veroordeeld.

Deze halfslachtige reactie wijst eens te meer op de ongelijkheid binnen de Nigeriaanse rechtspraak. Uit de feiten blijkt dat uitgesproken etnisch-religieuze vooroordelen bepalend zijn voor de mate waarin de wet wordt gehandhaafd en/of afschrikking biedt. Het is niet de eerste keer dat de regering in Abuja Centraal-Nigeria over het hoofd ziet. De staat Benue is, vanwege zijn ligging en de verschillende etnische groepen die er wonen, een minderheid en wordt daarom politiek gezien als vervangbaar, waardoor de staat overgeleverd is aan de genade van grotere etnische groepen met meer politieke invloed.

Vandaar de grote tegenstelling tussen de bevolking van Benue en de voortdurende expansiedrift van de Fulani. Dit is een onderliggende factor die heeft geleid tot de schijnbaar eindeloze moordpartijen in Benue.

Een kwetsbaar samenleven

Er zijn talrijke voorbeelden bekend waarbij de Nigeriaanse regering meer begrip toont voor de veehouders dan voor de bevolkingsgroepen die het doelwit zijn. Zo verklaarde Femi Adesina, de speciale adviseur voor media en public relations van de voormalige president van Nigeria, tijdens een persconferentie:

Dorpsbewoners zouden hun voorouderlijk land vrijwillig moeten afstaan voor veeteelt, want ze kunnen alleen een band met hun voorouders hebben als ze zelf nog in leven zijn.

Zijn persconferentie stuitte op hevig publieke afkeuring, wat bijdroeg aan de tanende reputatie van de regering van wijlen president Muhammadu Buhari

Bovendien verklaarde president Bola Tinubu, nog voordat hij aantrad – wat tot nog meer controverse zou leiden – ook publiekelijk dat de afwezigheid van vee op de plaats van een aanval de Fulani-herders van elke schuld vrijspreekt.

Deze controversiële standpunten, samen met diverse andere toespraken waarin belangrijke regeringsfunctionarissen de slachtoffers leken te beschuldigen, hebben niet alleen het vertrouwen tussen de gemeenschappen in Benue en de Nigeriaanse regering ondermijnd, maar ook vragen opgeroepen over hoe de verschillende etnisch-religieuze groepen in Nigeria überhaupt nog naast elkaar zouden kunnen blijven bestaan. Ze versterken bovendien de beweringen dat er sprake is van samenspanning tussen de regering en andere belangengroepen binnen de Nigeriaanse politiek.

Dit soort partijdige retoriek verhoogt alleen maar de spanning in een toch al explosief sociaal-politiek landschap en werkt chaos in de hand in plaats van rust. Het is precies de retoriek die invloedrijke politieke figuren zouden moeten ontmoedigen, aangezien die alleen maar de aanzet vormt tot het vinden van een duurzame oplossing voor het zinloze geweld tegen de bevolking van Benue.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.