Eerst luisteren, dan helpen: waarom maatschappelijke betrokkenheid essentieel is voor vrede in Cox’s Bazar, Bangladesh

A Rohingya camp in Cox's Bazar, Bangladesh. Image via Flickr by Mohammad Tauheed. CC BY NC 2.0.

Een kamp voor Rohingya-vluchtelingen in Cox’s Bazar, Bangladesh. Foto via Flickr door Mohammad Tauheed. CC BY NC 2.0.

Het artikel verscheen voor het eerst in Peace News.  Hieronder volgt een bewerkte versie, die met toestemming wordt gepubliceerd.

De komst van meer dan 1 miljoen Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh sinds 2017 heeft het sociale en economische landschap van het district Cox’s Bazar ingrijpend veranderd. De internationale aandacht is grotendeels gericht op de dringende humanitaire behoeften van de ontheemde bevolkingsgroepen die in enkele tientallen kampen verblijven. Uit de ervaringen van de omliggende gastgemeenschappen, die land, hulpbronnen en economische ruimtes met de vluchtelingen delen, blijkt echter dat internationale organisaties nauwer moeten samenwerken met zowel de gastgemeenschappen als de vluchtelingengemeenschappen in Cox’s Bazar.

In plaatsen als Teknaf, een gemeente in het district Cox’s Bazar in het zuidoosten van Bangladesh, melden lokale bewoners dat de druk op hun bestaansmiddelen en sociale verhoudingen de afgelopen jaren gestaag is toegenomen. Uit rapporten van het UNDP in Bangladesh blijkt dat stijgende kosten van levensonderhoud, afnemende mogelijkheden voor daglonerswerk en geruchten over een ongelijke verdeling van hulp hebben bijgedragen aan spanningen tussen vluchtelingen en de gastgemeenschappen.

Abdur Rahim, die helpt bij de coördinatie van een klein netwerk van vrijwilligers uit de gemeenschap in Teknaf, herinnert zich hoe deze zorgen in de beginjaren van de toestroom van Rohingya’s steeds groter werden. Het uitgebreide interview werd in december 2025 door de auteur afgenomen.

“Er deden snel geruchten de ronde dat vluchtelingen veel hulp kregen, terwijl de lokale bevolking achterbleef”, legt Rahim uit. “Tegelijkertijd stegen de prijzen voor basisgoederen en waren er minder kansen op werk.”

Omdat ze de toenemende spanningen zagen, begonnen Rahim en andere vrijwilligers in december 2025 met het organiseren van informele gesprekken tussen vertegenwoordigers van vluchtelingen en gastgemeenschappen, als onderdeel van een lokaal georganiseerd vrijwilligersinitiatief. De bijeenkomsten, die tot op de dag van vandaag doorgaan, verliepen niet altijd even soepel.

“In het begin waren de gesprekken gespannen, soms zelfs confronterend,” zei hij. “Maar geleidelijk aan begonnen mensen elkaars situatie te begrijpen.”

Na verloop van tijd leidden deze gesprekken tot praktische compromissen, informele afspraken over markttoegang, een openere communicatie tussen de gemeenschappen en lokale kanalen om geschillen op te lossen voordat ze escaleerden. „Vrede wordt niet in workshops tot stand gebracht“, zei Rahim. „Vrede ontstaat door middel van relaties.“

Dit soort initiatieven is vaak afhankelijk van de steun van internationale hulpprogramma’s. Donoren en ontwikkelingsorganisaties verstrekken financiering voor jongereninitiatieven, bemiddelingstrainingen, programma’s voor burgerschapsvorming en vroegtijdige waarschuwingssystemen die zijn ontworpen om opkomende conflicten te signaleren. Zo ondersteunde een vredesopbouwprogramma, uitgevoerd door UNICEF en gefinancierd door de Europese Unie, meer dan 20.500 adolescenten en jongeren uit de Rohingya- en gastgemeenschappen in Cox’s Bazar door middel van trainingen, dialoogactiviteiten en de oprichting van sociale ontmoetingsplaatsen voor jongeren.

Daarnaast omvatten de programma’s voor veerkracht bij jongeren en sociale cohesie die Save the Children in Cox’s Bazar heeft uitgevoerd, gestructureerde betrokkenheid van jongeren, trainingen en interventies op gemeenschapsniveau die bedoeld zijn om de veerkracht van zowel vluchtelingen- als gastgemeenschappen te versterken.

Zonder dergelijke externe steun zouden veel lokale organisaties moeite hebben om hun activiteiten voort te zetten.

Internationale organisaties brengen ook technische expertise en organisatorische middelen mee waar grassroots-groeperingen niet altijd zelfstandig over kunnen beschikken. Uit onderzoek naar humanitair bestuur blijkt echter dat structurele onevenwichtigheden de invloed van lokale actoren op besluitvormingsprocessen vaak beperken.

Projectkaders worden vaak opgesteld in hoofdkantoren op grote afstand, nog voordat er echt overleg heeft plaatsgevonden met de gemeenschappen waar de programma’s zullen worden uitgevoerd; dit is een uitdaging die in verschillende onderzoeken naar humanitair bestuur en lokale participatie naar voren is gekomen.

Internationale organisaties moeten doorgaans maanden van tevoren gedetailleerde voorstellen bij donoren indienen, met daarin meetbare resultaten en strikte uitvoeringsschema’s, wat een weerspiegeling is van financieringsstructuren waarin de nadruk ligt op vooraf vastgestelde indicatoren en tijdschema’s.

In een gemeenschap in de upazila Teknaf werden spanningen die door de bewoners aanvankelijk werden omschreven als religieuze meningsverschillen, later in verband gebracht met concurrentie om markttoegang en werkgelegenheid tussen verkopers uit de gastgemeenschap en vluchtelingenhandelaren. In een andere plaats in het district Cox’s Bazar bleek dat de bezorgdheid over radicalisering onder jongeren voornamelijk te maken had met werkloosheid en beperkte toegang tot beroepsopleidingen en besluitvormingsfora – kwesties die uitgebreid aan bod komen in evaluaties van de jeugdontwikkeling in de regio.

“Als de conflictanalyse te oppervlakkig is, blijven de oplossingen ook oppervlakkig”, aldus een buurtwerker in Teknaf die vanwege het gevoelige karakter van bemiddelingswerk anoniem wenst te blijven.

Lokale organisaties bevinden zich vaak in een lastige spagaat tussen twee vormen van verantwoording. Uit onderzoek naar verantwoording in de humanitaire sector blijkt dat lokale organisaties zowel moeten voldoen aan de rapportagevereisten van donoren als aan de verwachtingen van de gemeenschap wat betreft tastbare resultaten.

Een doorbraak kan zich op subtiele wijze voordoen: een mildere toon tussen rivaliserende gemeenschapsleiders, een gezamenlijke maaltijd na jaren van wantrouwen, of het stilletjes herstellen van de communicatie tussen buren. Soortgelijke resultaten zijn vastgelegd in initiatieven voor gemeenschapsdialoog die in Cox’s Bazar zijn uitgevoerd, waar lokale bemiddelingsinspanningen hebben bijgedragen aan een betere communicatie tussen de gastgemeenschap en de vluchtelingengemeenschap.

“Het zijn kleine veranderingen, maar ze zijn van groot belang,” zei Rahima Akter, een jeugdbegeleidster in Cox’s Bazar, tijdens een persoonlijk interview in december 2025. “Helaas zijn ze moeilijk vast te leggen in projectrapporten.”

Korte financieringscycli maken het werk nog ingewikkelder. Veel initiatieven voor vredesopbouw draaien op subsidies met een looptijd van twee of drie jaar, terwijl het opbouwen van vertrouwen vaak veel meer tijd vergt. “Vertrouwen in gemeenschappen kost tijd”, zei begeleider Jaber Ali. “Soms, net wanneer de relaties beginnen te verbeteren, loopt de projectfinanciering ten einde.”

Wanneer de financiering afloopt, kunnen zorgvuldig opgebouwde netwerken verzwakken. Opgeleide bemiddelaars kunnen de ondersteuningsstructuren verliezen die hen in staat stelden in te grijpen bij eerdere geschillen, terwijl de onderliggende spanningen onopgelost blijven.

The presence of International agencies in a Rohingya Refugees Camp in Ukhia, Cox's Bazar, Bangladesh. Image via Wikipedia by Captain Raju. CC BY-SA 4.0.

De aanwezigheid van internationale organisaties in een Rohingya-vluchtelingenkamp in Ukhia, Cox’s Bazar, Bangladesh. Foto via Wikipedia door Captain Raju. CC BY-SA 4.0.

Internationale organisaties hebben na het uitbreken van de Rohingya-crisis snel levensreddende hulp ingezet en hebben onderdak, voedsel en medische zorg verstrekt aan meer dan 900.000 Rohingya-vluchtelingen in Cox’s Bazar.

Als gevolg daarvan werd er in de jaren na de toestroom van vluchtelingen in de gastgemeenschappen veelvuldig melding gemaakt van zorgen over stijgende kosten van levensonderhoud, druk op de lokale infrastructuur en concurrentie op de arbeidsmarkt.

Hoewel internationale kaders nuttige instrumenten en richtlijnen bieden, wijzen studies over adaptieve vredesopbouw erop dat strategieën die in andere contexten succesvol zijn, zorgvuldig moeten worden aangepast aan de lokale omstandigheden.

Veel lokale conflicten zijn nauw verweven met rivaliteit tussen politieke partijen, geschillen over landbeheer en al lang bestaande sociale hiërarchieën. Deze dynamiek vraagt om oplossingen die zijn gebaseerd op lokale kennis en relaties.

In plaats van terugtrekking pleiten lokale vredesopbouwers voor een intensievere samenwerking, waaronder gezamenlijk ontworpen processen waarbij lokale actoren worden betrokken voordat projectvoorstellen definitief worden vastgesteld, en financieringscycli met een langere looptijd die ruimte bieden voor aanpassingen in de loop van de tijd.

In discussies over de hervorming van de humanitaire hulp is ook aanbevolen om de rapportageverplichtingen voor kleinere subsidies te versoepelen, zodat maatschappelijke organisaties zich vooral kunnen richten op hun werk in de praktijk in plaats van op het voldoen aan administratieve voorschriften.

Bij projecten die zonder zinvolle lokale inbreng worden ontwikkeld, bestaat het risico dat er voorbij wordt gegaan aan knelpunten of dat lokale ongelijkheden worden versterkt; dit is een punt van zorg dat in talrijke onderzoeken naar participatieve ontwikkelingspraktijken naar voren is gekomen.

Daarentegen blijken initiatieven die zijn gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap doorgaans veerkrachtiger te zijn; zo hebben onderzoeken naar lokale humanitaire hulpverlening in Cox’s Bazar aangetoond dat door de gemeenschap geleide hulpacties het gevoel van eigen verantwoordelijkheid versterken en ervoor zorgen dat de communicatiekanalen open blijven, zelfs nadat de officiële projectperiode is afgelopen.

Nu Bangladesh nog steeds te maken heeft met economische druk, politieke polarisatie en de aanhoudende humanitaire situatie rond de Rohingya-crisis, wordt het belang van inclusieve vredesopbouw steeds duidelijker.

Internationale hulp blijft onmisbaar. De effectiviteit ervan hangt echter niet alleen af van financiële middelen en technische expertise, maar ook van bescheidenheid en oprecht partnerschap.

Aan het einde van een bemiddelingsbijeenkomst in Teknaf sloten de begeleiders de sessie niet af met een lijst van prestatie-indicatoren, maar met een reeks vragen: Met wie moeten we als eerste praten? Welke gemeenschapsoudsten kunnen helpen de spanningen te verminderen? Hoe kan het vertrouwen stap voor stap worden hersteld?

De antwoorden op deze vragen komen zelden voor in officiële rapporten. Toch vormen ze de stille basis van sociale cohesie. Voor lokale vredesopbouwers in heel Bangladesh is de les duidelijk: duurzame vrede kan niet van een afstand worden gerealiseerd. Ze moet groeien binnen de gemeenschappen zelf, gevormd door lokale realiteiten en ondersteund door internationale partners die bereid zijn te luisteren voordat ze handelen.

Alle interviews waarnaar in dit artikel wordt verwezen, zijn afgenomen in Teknaf en de omliggende gebieden van Cox’s Bazar tijdens veldbezoeken in december 2025. Sommige namen zijn gewijzigd om de identiteit van de betrokkenen te beschermen.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.