
Demonstranten in Isfahan sluiten zich aan bij de massaprotesten in heel Iran. Screenshot van een video geupload naar X door @iranhrs99. Redelijk gebruik.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in The New Arab op 2 januari 2026. Deze opnieuw geredigeerde versie is gepubliceerd als onderdeel van een wederzijdse inhoudelijke overeenkomst met Global Voices.
Kleinschalige protesten die afgelopen zondag in de Grand Bazaar in het hart van de Iraanse hoofdstad Teheran begonnen, als gevolg van een nieuwe scherpe daling van de nationale munt, hebben zich als een olievlek uitgebreid naar andere steden, waarbij doden en gewonden werden gemeld bij confrontaties met de politie en veiligheidsdiensten.
Op 31 december 2025 vonden de protesten tegen het regime in de zuidelijke stad Fasa plaats, waar demonstranten het kantoor van de gouverneur aanvielen. Volgens de Revolutionaire Garde werd diezelfde dag tijdens een confrontatie met de demonstranten een lid van de pro-regime Basij-militie gedood in de westelijke stad Kuhdash.
De volgende dag meldden de lokale media dat drie demonstranten waren vermoord in het westelijke stadje Azna in de provincie Lorestan, toen ze een hoofdpolitiebureau probeerden binnen te dringen.
Vóór de demonstraties in Fasa werden er ook protesten gemeld in Isfahan, Malard, Hamedan, Arak en Qeshm. De Iraanse autoriteiten hebben geen officiële cijfers over de arrestaties vrijgegeven, maar video's en ooggetuigenverklaringen tonen confrontaties tussen de demonstranten en veiligheidsdiensten.
Scherpe daling van de Iraanse munt
In Teheran’ s Grand Bazaar, een traditioneel bolwerk van conservatieve en religieuze groeperingen, vond een nieuwe golf van protesten plaats. Maar op zondag 28 december bereikte de Iraanse rial een historisch dieptepunt, waardoor sommige winkels uit protest tegen de verslechterende economische omstandigheden werden gesloten. Op de vrije markt werd de Amerikaanse dollar verhandeld tegen 1.450.000 Iraanse rials.
De dagen erna bleef de koers echter scherp schommelen, waardoor handelaren hun prijzen moeilijk konden vastzetten. Daarom ging de bazaarstaking maandag en dinsdag door.
Een tapijthandelaar in Teheran, die om veiligheidsredenen niet bij naam wilde worden genoemd, vertelde dat hij door de instabiele situatie geen zaken kon doen.
“De handel vereist een zekere mate van stabiliteit, die er nu niet is”, vertelde hij aan “The New Arab.”
Hij voegde eraan toe dat de kosten van grondstoffen, lonen, transport, huur en andere uitgaven allemaal zijn gekoppeld aan de wisselkoers van de dollar, en dat plotselinge koerswijzigingen de prijsstelling en verkoop bemoeilijken.
De handelaar verwierp beweringen door regeringsgezinde media dat winkelsluitingen door de “oproerkraaiers” onder dwang plaatsvonden, en dat de handelaren er zelf voor hadden gekozen om de aandacht van de autoriteiten te trekken.
“Zelfs als we onze winkels zouden openhouden, kunnen we ons werk niet doen”, zei hij. “Door de pressie van de veiligheidsdiensten gaat de bazaar waarschijnlijk zaterdag weer open, maar we gaan in onze winkels geen handeldrijven totdat de wisselkoers zich stabiliseert.”
Toenemende onrust
De regering reageerde woensdag op de staking met het sluiten van openbare kantoren en commerciële centra in Teheran en in verschillende andere steden. Het koude weer zou volgens de autoriteiten de reden zijn. In Iran valt het weekeinde op donderdag en vrijdag, waardoor de markten feitelijk tot zaterdag zijn gesloten.
Om de handelaren gerust te stellen, hadden de autoriteiten op dinsdag een ontmoeting met vertegenwoordigers van de handelaren, waarbij ze belastingvoordelen, zoals een pauze bij het opleggen van belastingaanslagen en de toegang tot gesubsidieerde buitenlandse valuta voor de import, in het vooruitzicht stelden.
Diezelfde dag trad Mohammed Reza Farzin als gouverneur van de Centrale Bank van Iran af. In december 2022 was hij daar benoemd, nadat Ali Salehabadi na een scherpe daling van de rial was afgetreden. Destijds werd de dollar verhandeld tegen 435.000 rials.
In een interview datzelfde jaar, waarschuwde een econoom dat een leiderschapswisseling bij de centrale bank de daling van de rial niet zou stoppen, wat overeenkomt met het standpunt van de afgetreden Farzin.
“Het maakt niet uit wie de bank leidt”, verklaarde hij. “Zolang de corruptie de economie in haar greep houdt, zal deze situatie voortduren.”
Hij vertelde ook dat internationale sancties op de Iraanse olie-, gas- en petrochemische export, maar ook het risico op een nieuw conflict tussen Iran en Israël, bijdraagt aan economische instabiliteit, een zwakke munt en inflatie.
Door de politieke isolatie is de economie in Iran getroffen en de woede onder de bevolking groter geworden.
“De bevolking demonstreert niet alleen meer voor politieke of persoonlijke vrijheden. Veel mensen kunnen hun gezinnen niet meer voeden en een confrontatie met de oproerpolitie zal het probleem niet oplossen.”
Volgens de econoom was het niet duidelijk of de protesten zich verder zouden verspreiden, maar dat de staking in de bazaar in Teheran waarschijnlijk zou eindigen, gezien de nauwe banden met het regime.
“De bazaar is fervent aanhanger van het religieuze en conservatieve systeem. Daarom zal de regering onder president Masoud Pezeshkian en de bazaarleiders waarschijnlijk een overeenkomst bereiken. Maar of de protesten zich uitbreiden, hangt af van het feit hoe bruut de demonstranten worden onderdrukt en of de oppositie de eenheid kan bewaren.”






