‘Femicide begint niet op de dag van de misdaad': een Braziliaanse onderzoeker over gendergerelateerd geweld in haar land

A woman holds a poster saying: Stop killing us

Een vrouw met een protestbord waarop de tekst ‘Stop met ons te vermoorden’, tijdens een mars tegen vrouwengeweld in Brasília, de hoofdstad van Brazilië. Foto door Marcelo Camargo/Agência Brasil. Redelijk gebruik.


In het weekend van 6 en 7 november 2025 gingen duizenden Brazilianen de straat op om aandacht op te eisen voor het ongebreidelde geweld tegen vrouwen. Sindsdien werd het nieuws overspoeld met een nieuwe stroom van gruwelijke verhalen. Bijvoorbeeld een vrouw die uit een rijdende auto sprong, nadat ze was ontvoerd en neergestoken door haar ex-partner. Een andere vrouw werd vermoord en met haar handen en voeten in een vuilnisbak gevonden. Het lichaam van een 18-jarige transgendervrouw werd door een taxichauffeur, die bekende haar te hebben vermoord, naar een politiebureau gebracht, waarna hij onmiddellijk werd vrijgelaten. In een ander geval stierf een 25-jarige vrouw nadat ze was geslagen en vervolgens van de tiende verdieping van een gebouw was gevallen, waarna haar partner als hoofdverdachte werd gearresteerd.

Het aantal gevallen van gendergerelateerd geweld is al geruime tijd zorgwekkend in het land, ondanks wetgeving waarbij de daders strenger worden gestraft. Maar hoe kan de duidelijke toename van het aantal gemelde gevallen worden verklaard? Om hier achter te komen, interviewde Global Voices Isabella Matosinhos, onderzoeker bij het Braziliaanse Forum voor Openbare Veiligheid (Fórum Brasileiro de Segurança Pública).

Global Voices (GV): De afgelopen weken stond het Braziliaanse nieuws vol van berichten over geweld tegen vrouwen in het hele land. Hoe kan de huidige situatie worden verklaard?

Isabella Matosinhos (IM): O que estamos vendo nas últimas semanas não é exatamente um aumento súbito da violência, mas a convergência entre três fatores: números historicamente altos, maior visibilidade pública e casos recentes de extrema crueldade, que elevam a violência a uma potência muito alta.

A violência contra mulheres no Brasil não começou agora — ela já vinha se mantendo em patamares muito elevados. O que muda neste momento é que alguns casos se tornaram particularmente brutais e simbólicos, revelando com mais clareza a gravidade das dinâmicas de gênero que estruturam essa violência. Esses episódios chocam pela crueldade, pela repetição e pela sensação de que poderiam ter sido evitados.

Ao mesmo tempo, a sociedade está menos disposta a silenciar. Há maior mobilização social, mais atenção da imprensa e uma consciência crescente de que essas violências não são “casos isolados,” mas parte de um padrão estrutural. Por isso, muitos interpretam o momento como uma explosão, quando, na verdade, é a combinação de violência persistente em níveis altos, casos recentes de grande impacto emocional e uma intolerância social também crescente.

Em síntese, não estamos apenas diante de mais um ciclo de notícias sobre violência contra mulheres. Estamos diante de episódios que escancaram a brutalidade do problema e de uma sociedade que passou a reagir de maneira mais firme, exigindo respostas mais consistentes do Estado.

Isabella Matosinhos: De afgelopen weken constateren we niet plotseling meer geweldpleging, maar een samenloop van drie omstandigheden, zoals historisch hoge aantallen delicten, meer publieke ruchtbaarheid en recente gevallen van extreme wreedheid, waardoor geweldpleging extra aandacht krijgt.

Het geweld tegen vrouwen in Brazilië is niet iets van de laatste tijd, maar manifesteert zich al langere tijd in hevige mate. Tegenwoordig zijn de geweldplegingen vooral wreder en symbolischer, waardoor de zorgwekkende genderproblematiek steeds duidelijker aan het licht komt. De incidenten zijn schokkend door de wreedheden, recidives en het gevoel dat ze voorkomen hadden kunnen worden.

Tegelijkertijd is de maatschappij niet langer bereid om haar stem te laten horen. We zien meer maatschappelijke mobilisatie en bewustwording dat deze geweldplegingen niet “op zichzelf staan”, maar onderdeel zijn van een vast patroon. Daarom zien veel mensen dit moment als een uitbarsting, omdat het feitelijk een combinatie is van hevig geweld, recente voorvallen met enorme emotionele gevolgen en een toenemende sociale intolerantie.

Kortom, we worden niet alleen geconfronteerd met een volgende golf nieuwsfeiten over geweld tegen vrouwen. We hebben ook te maken met gebeurtenissen waarbij de wreedheid van het probleem aan het licht komt, maar ook met een samenleving die steeds grimmiger reageert en consistentere antwoorden van de overheid eist.

GV: Het meest recente jaarverslag van het Braziliaanse Forum voor Openbare Veiligheid (FBSP) registreerde in 2024 1.492 femicides, het hoogste aantal sinds 2015, toen de wet op femicides van kracht werd. Hoe moeten we dit interpreteren?

IM: Esse é um indicador muito preocupante, porque mostra que, dez anos após a lei, ainda não conseguimos reduzir a mortalidade de mulheres por razões de gênero. O feminicídio é o ponto final de uma escalada de violências que começa muito antes, na violência psicológica, na ameaça, no controle, na violência sexual.

Os números recordes mostram que, apesar de termos avançado em legislação, ainda há fragilidades profundas na capacidade do Estado de prevenir, proteger e interromper o ciclo da violência antes que chegue ao extremo. Também revelam desigualdades estruturais de gênero que permanecem muito presentes no Brasil.

IM: Dit is een zeer zorgwekkende situatie, omdat het aantoont dat we na tien jaar wetgeving nog steeds niet in staat zijn het sterftecijfer onder vrouwen door gendergerelateerde oorzaken terug te dringen. Femicide is het eindstadium van een geweldsescalatie die al lang geleden begon met psychisch geweld, bedreigingen, toezicht en seksueel geweld.

De recordbrekende aantallen laten zien dat, ondanks de vooruitgang in wetgeving, de staat nog steeds enorm tekortschiet in het voorkomen, beschermen en doorbreken van de geweldsspiraal, voordat het extreme vormen aanneemt. Het brengt ook de structurele genderongelijkheid aan het licht, die altijd volop in Brazilië aanwezig is.

GV: Hoe evalueert u tien jaar later de concretisering van de wet door de afzonderlijke staten? Zien we misschien een onderrapportage van het aantal  femicides, aangezien moorden van deze aard niet altijd als zodanig worden herkend?

IM: Sim. A aplicação da lei ainda é desigual entre os estados e há subnotificação relevante. Para que um crime seja tipificado como feminicídio, é necessário reconhecer a motivação de gênero e contextualizar aquele homicídio dentro de dinâmicas de violência prévia. Isso depende tanto de investigação quanto de formação adequada de quem registra, investiga e denuncia o caso.

Existem estados com boa classificação e estados onde homicídios de mulheres ainda entram apenas como “homicídio simples,” mesmo quando há evidências claras de que se trata de feminicídio. Em 2024, a nível Brasil, 40,3% dos homicídios femininos foram classificados como feminicídio. Em alguns estados, esse percentual é superior a 60%, o que pode indicar uma leitura dos casos com um olhar apurado para a violência de gênero, por parte das polícias. Em outros estados, o percentual não chega a 15%. Além da violência em si, estamos falando também de invisibilidade estatística, que compromete o planejamento de políticas públicas.

IM: Jazeker. De wet wordt niet in alle staten gelijkelijk toegepast en er is een aanzienlijke onderreportage. Om een misdrijf als femicide te benoemen, moet een gendergerelateerd motief worden erkend en rekening worden gehouden met plaats en tijd binnen de context van eerder geweld. Dit is afhankelijk van het onderzoek en een adequate kennis van degenen die de zaak registreren, onderzoeken en aangeven.

Er zijn staten met correcte statistieken, maar er zijn er ook waarbij  vrouwenmoorden eenvoudig als “poging tot moord” worden afgedaan, zelfs wanneer er duidelijk bewijs is van femicide. In Brazilië werd in 2024 40,3 procent van de moorden op vrouwen als femicide geregistreerd. In sommige staten is dit percentage hoger dan 60 procent, wat kan duiden op een overschatting van het aantal gevallen door een juiste inschatting van de politie bij gendergerelateerd geweld. In weer andere staten komt het percentage niet boven de 15 procent uit. Naast het geweld zelf, constateren we dat de statistieken worden gemanipuleerd, waardoor de planning van het overheidsbeleid gevaar loopt.

GV: In 2024 werd femicide in een nieuwe wet strafbaar gesteld, met hogere straffen als gevolg. Toch worden we ook nu nog met het zorgwekkende scenario geconfronteerd. Hoe kunnen we deze twee feiten interpreteren?

IM: O aumento de pena, por si só, não reduz feminicídio. Se reduzisse, seria muito simples de resolver o problema. Mas isso não acontece. A violência contra mulheres se alimenta de fragilidade institucional e normas sociais que toleram o machismo e o controle masculino.

Ou seja: sem políticas preventivas, sem rede de proteção estruturada, sem investigação rápida e sem medidas protetivas efetivas, a punição posterior tem impacto limitado.

A lei é importante, porque afinal ainda recorremos ao sistema penal para responsabilização de pessoas que cometem crimes, e porque ela passa a ideia de que nós, como Estado, não toleramos a violência de gênero. Mas ela atua no final do processo de violência. Para reduzir feminicídios, precisamos agir no começo – na violência psicológica, no controle, na ameaça, nos sinais que antecedem o crime para, assim, impedir a escalada da violência e o desfecho letal que é o feminicídio.

IM: De verhoging van de strafmaat alleen zorgt niet voor minder femicides. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou het probleem eenvoudig kunnen worden opgelost. Maar dat is niet zo. Geweld tegen vrouwen wordt gevoed door de tekortkoming van instituties en sociaal normbesef, waarbij chauvinisme en mannelijke dominantie worden getolereerd.

De strekking: zonder preventief beleid, een gestructureerd beschermingsnetwerk, snel onderzoek en effectieve beschermende maatregelen, zullen straffen achteraf weinig effect sorteren.

De wet is belangrijk, omdat we het strafrecht nog steeds nodig hebben om de daders ter verantwoording te roepen, en waarin is opgenomen dat de staat gendergerelateerd geweld niet tolereert. Maar de wet wordt pas toegepast als het geweldsdelict al heeft plaatsgevonden. Wanneer we het aantal femicides willen terugdringen, moeten we in het beginstadium ingrijpen, zoals bij psychisch geweld, het toezicht, de bedreiging en bij signalen die aan het misdrijf voorafgaan. Want alleen dan kunnen we de geweldsescalatie en femicide als  fatale afloop een halt toeroepen.

GV: Is het mogelijk een schatting te maken van de cijfers over 2025, vergeleken met 2024?

IM: Ainda é cedo para qualquer projeção, porque dependemos dos dados consolidados das polícias civis. A tendência dos últimos anos tem sido de estabilidade em patamares muito altos ou algum crescimento, e isso mostra que as políticas existentes não têm sido suficientes para conter a violência letal contra mulheres.

IM: Het is nog te vroeg om voorspellingen te doen, omdat we afhankelijk zijn van vaststaande gegevens van de civiele politie in verschillende staten. De afgelopen jaren tonen een stabiele, zeer hoge of lichte groei, wat betekent dat de bestaande maatregelen niet voldoende zijn om het dodelijk geweld tegen vrouwen te keren.

GV: Op een spandoek tijdens de protesten in São Paulo stond: ‘Femicide begint al met uitspraken’. “Speelt de toename van vrouwonvriendelijke uitspraken door politici en influencers een rol zoals we dat momenteel in Brazilië zien?”

IM: Sim, tem peso, e não é pequeno. O feminicídio não começa no dia do crime; ele começa nas hierarquias de gênero que estruturam a sociedade. Começa quando a violência psicológica é minimizada, quando o controle do parceiro é naturalizado como ciúme, quando piadas ou comentários degradantes sobre mulheres são tratados como humor.

Discursos públicos misóginos – especialmente vindos de figuras políticas – legitimam esse ambiente. Eles reforçam a ideia de que homens têm direito sobre corpos e decisões das mulheres, e enfraquecem esforços de prevenção. O discurso não mata sozinho, mas ele cria terreno fértil para que a violência aconteça e seja tolerada.

IM: Jazeker, en dat is niet gering. Femicide begint niet op de dag van de misdaad zelf, maar in de gendergerelateerde hiërarchieën die de samenleving structureren. Het begint wanneer het psychisch geweld wordt gebagatelliseerd, de controlerende taak van een partner tot jaloezie wordt genormaliseerd en grappen of kleinerende opmerkingen over vrouwen als humor wordt gezien.

Vrouwenhatende openbare toespraken door vooral publieke figuren worden in deze omgeving gelegitimeerd. Ze versterken het idee dat mannen over het lichaam van vrouwen kunnen beschikken en voor ze kunnen besluiten, waardoor preventie-inspanningen worden ondermijnd. Woorden alleen kunnen geen schade aanrichten, maar ze zijn misschien wel aanleiding voor geweld dat wordt getolereerd.

GV: President Luiz Inacio Lula da Silva en andere bekende mannen van verschillende disciplines hebben de rol die mannen in deze discussie spelen, ter sprake gebracht. Hoe denkt u over de feiten en omstandigheden aangaande deze kwestie, gezien de rol van de overheid?

IM: Trazer os homens para a discussão é imprescindível, porque a violência contra mulheres, via de regra, tem como autor um homem. O modo como formulamos os dados também importa. Quando dizemos “mais de 1.400 mulheres foram vítimas de feminicídio em 2024”, estamos descrevendo um fato. Mas quando dizemos “em 2024, homens mataram mais de 1.400 mulheres”, estamos apontando responsabilidade. Isso desloca o foco: do comportamento da vítima para a ação do agressor.

E a participação dos homens na prevenção passa por reconhecer que a violência não começa no tapa ou no soco: começa quando eu rio de uma piada machista, quando compartilho um vídeo íntimo sem consentimento, quando justifico o controle sobre a roupa, o corpo ou a liberdade de uma mulher. Sem envolvimento deles, não há mudança cultural duradoura.

IM: Het is heel belangrijk om mannen bij deze discussie te betrekken, omdat geweld tegen vrouwen doorgaans door mannen wordt gepleegd. De manier waarop we de feiten benoemen, speelt ook een rol. Wanneer we aangeven dat “meer dan 1.400 vrouwen in 2024 slachtoffer van femicide waren”, benoemen we een feit. Maar wanneer we zeggen dat “in 2024 meer dan 1.400 vrouwen werden vermoord”, wijzen we op een zekere verantwoordelijkheid. De aandacht wordt in dat geval van het gedrag van de slachtoffers naar de geweldpleging van de agressor verlegd.

De rol van mannen bij het voorkomen van geweldpleging begint bij de erkenning dat geweld niet begint met slaan, maar wel wanneer ik lach om een seksistische grap, wanneer ik met anderen zonder toestemming een vertrouwelijke video deel of wanneer ik de kleding, het lichaam en de vrijheid van een vrouw verdedig. Zonder hun betrokkenheid is er geen sprake van een duurzame culturele verandering.

GV: Het meest recente jaarverslag vermeldt dat geweld tegen vrouwen een enorme uitdaging blijft aangaande het overheidsbeleid, vooral als het gaat om de openbare veiligheid. Welke problemen komt u tegen?

IM: No campo dos dados, enfrentamos desafios que começam na forma como as polícias civis registram as informações. O trabalho que fazemos no FBSP – de coletar, padronizar e tornar comparáveis os dados das 27 unidades da federação — já revela a dimensão do problema: os boletins de ocorrência nem sempre seguem um mesmo padrão e a qualidade do preenchimento é muito desigual.

Ainda assim, hoje conseguimos traçar um perfil mínimo das vítimas de feminicídio, como idade e raça, mas seria igualmente importante conhecer o perfil dos agressores — algo que, em teoria, deveria constar nos registros, especialmente porque a maior parte dos feminicídios ocorre no contexto de uma relação íntima de afeto. No entanto, esses campos são preenchidos de maneira muito precária ou simplesmente não são informados, o que impede análises mais precisas e a formulação de políticas focadas no agressor.

Outro exemplo de fragilidade é a tentativa de identificar quantas vítimas de feminicídio tinham uma Medida Protetiva de Urgência vigente no momento do óbito. Alguns estados não conseguiram fornecer a informação, ainda que este seja um dado crucial para entender falhas de proteção. Essas lacunas mostram que o país precisa qualificar não apenas a produção dos dados, mas também a capacidade institucional de integrá-los e usá-los como ferramenta de prevenção.

No campo da implementação das políticas públicas, o desafio é semelhante: a Medida Protetiva de Urgência, prevista pela lei Maria da Penha, é um recurso poderoso para evitar a escalada da violência, mas os feminicídios de mulheres que estavam sob MPU evidenciam falhas na fiscalização e no monitoramento. A proteção não se encerra na decisão judicial; ela depende de articulação entre polícia, Judiciário, assistência social e saúde, além de equipes com capacidade real de acompanhar o risco.

Somam-se a isso as fragilidades da rede de acolhimento – delegacias especializadas insuficientes, serviços de assistência sobrecarregados, falta de abrigos e equipes reduzidas. Quando a rede não funciona de forma coordenada, a responsabilidade pela própria proteção recai novamente sobre a mulher, o que é insustentável frente ao risco que ela enfrenta.

Em síntese, os principais obstáculos estão na qualidade e integração dos dados, na fiscalização das medidas protetivas e na capacidade do Estado de oferecer acolhimento e proteção contínua. Esses elementos são fundamentais para prevenir o feminicídio, mas ainda não estão plenamente consolidados no país.

IM: Op het gebied van het aanleveren van gegevens worden we geconfronteerd met uitdagingen die begonnen met de manier waarop de civiele politie in elke staat haar informatie registreert. De manier waarop we in het forum opereren – vanaf het verzamelen tot standaardiseren van gegevens en ze op een lijn brengen met de 27 federaties – illustreert de omvang van het probleem. De politieregistraties volgen namelijk niet altijd hetzelfde proces en de kwaliteit van de aangeleverde informatie komt niet met elkaar overeen.

Tegenwoordig kunnen we het basisprofiel van een slachtoffer achterhalen, zoals leeftijd en ras, maar eigenlijk is het net zo belangrijk om het profiel van de daders te kennen. Dat zou theoretisch in de dossiers moeten worden vermeld, vooral omdat we ervan uitgaan dat de meeste femicides binnen de privésfeer plaatsvinden. Maar de vereiste gegevens op de formulieren worden vaak onvolledig of helemaal niet ingevuld, waardoor duidelijke conclusies en beleidsdoelstellingen – gericht op de dader – worden bemoeilijkt.

Het is ook moeilijk te achterhalen hoeveel slachtoffers van femicide een  zogenoemd Noodbevel ter Bescherming (Emerggency Protective Order, EPM)) hadden bij overlijden. Sommige staten kunnen deze informatie niet verstrekken, maar het is wel een doorslaggevende factor om tekortkomingen bij beschermende maatregelen te begrijpen. Deze leemtes tonen aan dat het land niet alleen over betere informatie moet beschikken, maar ook moet zijn ingericht om de gegevens preventief toe te passen.

Wat betreft de uitvoering van het overheidsbeleid constateren we een vergelijkbare uitdaging. De Emergency Protective Order, zoals vastgelegd in de Maria da Penha Law, is een krachtig instrument om escalatie van geweld te voorkomen, maar femicides onder een  noodbevel leggen de tekortkomingen bloot bij het toezicht en bewaking. Bescherming eindigt niet alleen met een rechterlijke uitspraak, maar is afhankelijk van de samenwerking tussen politie, de rechterlijke macht, de sociale diensten en de gezondheidszorg, in samenspraak met organisatie-eenheden die bekend zijn met risico-inschatting.

Ook zien we zwakke punten bij het ondersteuningsnetwerk, zoals gebrekkig gespecialiseerde politiediensten, overbelaste sociale diensten, maar ook een tekort aan opvanghuizen en personeel. Wanneer het netwerk niet goed functioneert, moet een vrouw zelf voor haar eigen bescherming zorgen, wat eigenlijk niet is te verdedigen door de risico's die ze loopt. De belangrijkste obstakels liggen allereerst bij de kwaliteit en de verwerking van gegevens, bij het toezicht op beschermende maatregelen en het vermogen van de overheid om ondersteuning en bescherming te bieden. Deze uitgangspunten zijn essentieel ter voorkoming van femicide, maar zijn in het land  nog niet volledig geïntegreerd.

GV: Hoe zou het traject naar de toekomst er kunnen uitzien en is het mogelijk om de trend vanaf nu te keren?

IM: O primeiro é fortalecer a prevenção, com políticas que atuem antes da violência escalar: educação para igualdade de gênero; formação de profissionais da escola; saúde e assistência para identificar sinais precoces e orientar caminhos de proteção. Sem prevenção, o Estado chega sempre tarde.

O segundo é garantir proteção rápida e eficaz às mulheres em situação de risco. Isso envolve qualificar a rede de acolhimento, ampliar abrigamento, e garantir que isso exista não só em grandes centros urbanos, mas que esteja espalhado em todo tipo de município no país. Passa também por monitorar o cumprimento de medidas protetivas e criar fluxos integrados entre rede de acolhimento, assistência e Justiça. A vida de muitas mulheres depende da agilidade dessa resposta.

O terceiro é aprimorar investigação e responsabilização. Delegacias especializadas, perícia disponível, análise de risco estruturada e equipes preparadas para lidar com violência de gênero são essenciais para romper ciclos de violência e reduzir impunidade.

Por fim, o país precisa investir em dados de qualidade, integrados e atualizados, capazes de orientar políticas públicas e monitorar resultados. Sem diagnóstico preciso, não há política eficaz. Reverter a tendência exige articulação intersetorial, financiamento estável e compromisso político contínuo. Não há solução simples, mas há um caminho possível que passa por fazer do enfrentamento à violência contra a mulher uma prioridade de Estado, não de governo.

IM: Allereerst moeten we zorgen voor meer preventie, door beleid waarbij al wordt opgetreden voordat het geweld escaleert, het geven van voorlichting over gendergelijkheid, maar ook door het aanstellen van deskundigen op scholen, in de gezondheidszorg en sociale diensten, zodat we in een vroeg stadium signalen herkennen en mensen kunnen begeleiden en beschermen. Zonder preventie is de overheid altijd te laat.

Ten tweede is het belangrijk dat een snelle en doeltreffende bescherming van vrouwen die risico lopen wordt gegarandeerd. Dit betekent dat het ondersteuningsnetwerk in kaart wordt gebracht, er meer aanbod aan  opvangcentra is, en de garantie dat het netwerk niet alleen in stedelijke gebieden opereert, maar ook in diverse gemeenten in het hele land. Ook moet er toezicht komen op de naleving van beschermende maatregelen en geïntegreerde samenwerking worden gecreëerd tussen ondersteuning,  hulpverlening en het rechtssysteem. De levens van veel vrouwen zijn afhankelijk van de snelheid van reageren.

Ten derde zijn beter onderzoek en verantwoordingsplicht belangrijk. Gespecialiseerde politiediensten, beschikbare expertise, gestructureerde risicoanalyses en teams die voorbereid zijn op de aanpak van geweldpleging tegen genders, zijn essentieel om de geweldsspiraal te doorbreken en de onschendbaarheid een halt toe te roepen.

Tenslotte moet het land investeren in kwalitatieve, geïntegreerde en actuele gegevens die als leidraad dienen voor het overheidsbeleid en de continue bewaking van de resultaten. Zonder een duidelijke diagnose kunnen we niet spreken van een effectief beleid. Om deze trend te keren, zijn een intersectorale samenwerking, stabiele inkomsten en een voortdurende politieke betrokkenheid vereist. Er bestaat geen eenvoudige oplossing, maar misschien is er wel een weg die leidt naar een staat (en niet de regering), die de aanpak van het geweld tegen vrouwen als prioriteit ziet.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.