
Foto door Ileanaruavi op Pixabay. Gebruikt met toestemming. Vrij te gebruiken onder Pixabay.
Door Frida Ibarra
In de hooglanden van Chiapas, Mexico, waar de mist rondom de groene bergen kronkelt, woont mijn oma nog steeds in de kleine plattelandsgemeenschap waar ze haar gezin heeft grootgebracht. Ze heeft nooit leren lezen of schrijven.
Mijn moeder, die vast was besloten om haar school af te maken, vertrok als teenager uit het dorp om naar school te gaan in de nabijgelegen stad, een hele reis die voor weinig meisjes in haar gemeenschap was weggelegd.
Ik groeide op met privileges die mijn moeder en oma nooit kenden, zoals een gegarandeerde plek op school, toegang tot boeken en daarna tot internet. Die enorme overgang van analfabetisme naar de digitale wereld bepaalt alles wat ik onderneem. Het is een kompas, dat me stimuleert om ervoor te zorgen dat jonge meisjes in Chiapas technologie niet alleen kunnen gebruiken om ervan te leren, maar ook om voorop te lopen.
De inzet is hoog. Chiapas is een van de armste staten in Mexico. Volgens de National Council for the Evaluation of Social Development Policy (CONEVAL) in Mexico, leeft 74,2 procent van de bevolking in armoede, waarvan 46,5 procent in extreme armoede. De vrouwenparticipatie op de officiële arbeidsmarkt is slechts 31 procent, ver onder het nationaal gemiddelde van 45 procent. De meeste vrouwen werken informeel in de zelfvoorzienende landbouw of detailhandel, waar ze ongeveer MXN 5.200 (€ 224) per maand verdienen, zonder secondaire arbeidsvoorwaarden of baangarantie.
Analfabetisme blijft een niet te nemen barrière. Landelijk schommelt het percentage rond de 16 tot 17 procent, maar onder inheemse vrouwen stijgt het naar 25 tot 30 procent. Ongeveer 28 procent van de inwoners van Chiapas spreekt inheems, zoals Tzotzil, Tzeltal en Chol. Maar de meest educatieve en digitale bronnen van herkomst zijn in het Spaans, waardoor flinke taalbarrières en leerlingen die vervreemd raken van hun culturele erfgoed.
De toegang tot het internet in het het landelijke Chiapas is een van de laagste in Mexico. Slechts ongeveer 35 procent van de huishoudens op het platteland hebben toegang tot het internet, vergeleken met 75 procent in de stedelijke gebieden. Veel gemeenschapshuizen zijn afhankelijk van verouderde computers en onregelmatige stroomvoorziening, waarbij ze soms alleen gebruik kunnen maken van zonnepanelen. Sommige dorpen beschikken slechts over één computer voor twintig of meer leerlingen.
Geweldpleging is ook een probleem. In 2024 registreerde het Feminist Observatory in Chiapas 197 geweldplegingen waarbij vrouwen de dood vonden, waaronder 63 bewezen vrouwenmoorden. Dergelijke bedreigingen belemmeren kinderen om veilig naar school te gaan of deel te nemen aan naschoolse programma's.
Binnen deze beperkingen ontstaan sommige initiatieven. Het Low-Tech Programma, ondersteund door UNICEF, voorziet leraren op het platteland van mobielvriendelijke, eersteklas lesplannen. Tecnolochicas is een programma waarbij kinderen van 12 tot 17 jaar kennismaken met programmeren, robotica en andere STEM-vaardigheden. Hierdoor vergroten de deelnemers hun digitale vaardigheden met 60 procent en verlaten ze de school met meer zelfvertrouwen en hogere aspiraties voor een carrière in de technologie. De projecten variëren van webdesign tot AI, maar ook voor een beter begrip over de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.
De integratie van de inheemse cultuur in het digitaal onderwijs heeft ook tot resultaten geleid. De gezamenlijke ontwikkeling van STEM-content in lokale talen betekent niet alleen een beter behoud van de kwaliteit, maar geeft ook een trots gevoel over de culturele geschiedenis, wat heel belangrijk is om meisjes bij de school betrokken te houden. Een voorbeeld is een recent Mexicaans initiatief om 180 nieuwe leerboeken te vertalen in 20 inheemse talen. Dit onder supervisie van het ministerie van Onderwijs, met de bedoeling om de educatieve integratie te bevorderen.
De vierde feministische golf in Mexico, die in het teken stond van jeugdig leiderschap en digitaal activisme, is in Chiapas tot bloei gekomen. Meisjes die een programmeeropleiding volgden, maken websites voor vrouwenrechtencollectieven, voeren sociale mediacampagnes tegen huiselijk geweld en analyseren gegevens over vrouwenmoorden ter ondersteuning van een democratie, waarbij zoveel mogelijk beslissingen op een laag niveau worden genomen.
De samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en jongeren met een technische opleiding betekent een geruisloos maar vastberaden verzet tegen stelselmatige ongelijkheid. Een verzet, waarbij de nadruk op cultuurbehoud en vooruitgang hand in hand gaan.
Studies door de Wereldbank laten zien dat voortdurende investeringen in het digitaal onderwijs op het platteland analfabetisme in Chiapas binnen tien jaar met 10 procent kan terugdringen. Met meer lokale concentraties technologische kennis zouden jonge vrouwen leidinggevend kunnen worden op het gebied van economische ontwikkeling via bedrijven, coöperaties en culturele projecten, zonder hun woonomgeving vaarwel te zeggen.
Maar zonder financiering en politieke ondersteuning, zullen armoede en geweld tegen genders door kansenongelijkheid niet afnemen. De digitale kloof zal alleen maar groter worden, en een volgende generatie vrouwen zal voor altijd van de de digitale economie worden buitengesloten.
De toekomst van deze meisjes is afhankelijk van de ruimte die kan worden gecreëerd, waar vrouwen hun dromen kunnen waarmaken, kennis met elkaar delen en de t0ekomst van Mexico vorm kunnen geven. Het begint met het opsporen en begrijpen van wat vrouwen bezighoudt, waarna empathie en ondersteuning moeten volgen. Alleen dan kunnen we hun capaciteiten echt benutten en een meer rechtvaardige en welvarende samenleving tot stand brengen.
Ik denk terug aan de wereld van mijn oma, die was beperkt door analfabetisme, en mijn moeder die haar huis achter zich liet om naar school te gaan. Tegenwoordig zie ik meisjes in Chiapas op de maatschappelijke ladder omhoog klimmen, iets waar mijn familie van zou hebben gedroomd. Die ladder is weliswaar fragiel, maar we bouwen hem steen voor steen op.







