Een jaar na de opstand staan vrouwen in Bangladesh voor nieuwe uitdagingen

In photo: Farzana Sithi. Image used with permission.

Farzana Sithi. Foto gebruikt met toestemming.

Farzana Sithi, een fervent studentenactivist uit Jessore, ontpopte zich tot een van de meest bepalende gezichten van de door jongeren georganiseerde opstand in Bangladesh in 2024. Bekend om haar vurige toespraken en vastberadenheid voor het verdedigen van vrouwenrechten, werd ze een begrip tijdens de juli tot augustus protesten in 2024, waardoor het politieke landschap van de natie werd hervormd en de regeringstop moest aftreden. Als student tijdens de 2018-2019 lichting aan het Government College of Applied Human Sciences en vrijwilliger bij The Hunger Project in Bangladesh, stond ze in de voorhoede van de anti-discriminatiebeweging. Ondanks dat ze werd geconfronteerd met een genadeloze online intimidatie en lastercampagnes door verschillende groeperingen, werd haar onverzettelijkheid een symbool van kracht. Bewonderaars in het hele land bejubelden haar als de “Tigress” en “Iron Lady” van het Bangladese vrouwenverzet.

In gesprek met Abhimanyu Bandyopadhyay brengt Sithi de situatie na de revolutie, haar duidelijk uitgesproken belangenbehartiging, de commercialisering van de juli-opstand en de onzekere toekomst van de veiligheid van vrouwen ter sprake. Dit in een land dat nog steeds worstelt met de beloften tot verandering.

Abhimanyu Bandyopadhyay (AB): De eerste verjaardag van de juli-opstand is pas voorbij. In hoeverre zijn de de belangrijkste ambities van de beweging tot nu toe gerealiseerd?

Farzana Sithi (FS): De opstand was in beginsel uitgeroepen om massaal de strijd aan te gaan tegen een jarenlange discriminatie en autoritaire overheersing. Toen het regime uiteindelijk instortte, ontstond er in het hele land een onvervalste golf van hoop. De mensen geloofden weer in een toekomst voor Bangladesh zonder discriminatie, waar vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van de burgers door de staat wordt gerespecteerd en niet meer bedreigd.

Maar een jaar later ben ik diep teleurgesteld te constateren dat we totaal geen voortuitgang hebben geboekt. Nog erger, het gaat slechter. Religieuze en gendergerelateerde discriminatie zijn in het hele land toegenomen. De openbare veiligheid is, vooral voor vrouwen, ingestort. Zelf voel ik me op straat niet meer veilig; er heerst een constant gevoel van angst. Naast dit alles zijn openbare lynchpartijen, het maffiageweld, de makkelijke toegang tot illegaal wapenbezit en de routinematige onderdrukking van vrouwen inmiddels een zorgwekkend alledaags verschijnsel. Sinds 5 augustus 2024 is het geweld het dagelijkse leven binnengeslopen en genormaliseerd.

Nog hartverscheurender is de manier waarop de martelaren van de revolutie zijn vergeten. De beweging is opgericht met het bloed van onze broeders en zusters, maar velen van hen die zijn vermoord zullen altijd anoniem blijven. Er is nog steeds geen volledige lijst van martelaren en van niet iedereen zijn DNA-testen afgenomen. De families blijven smeken om de meest elementaire informatie, maar het blijft stil. Het meest beschamende van alle tekortkomingen van deze interim-regering is dat ze weigert om de doden te eren. Maar de staat organiseert ondertussen wel met veel spektakel concerten en herdenkingen, terwijl de families niet kunnen rouwen, omdat de zaak  niet wordt afgesloten, waar ze zo wanhopig naar verlangen.

AB: Sheikh Hasina [de vorige premier van Bangladesh, die tijdens de opstand van 2024 werd gedwongen af te treden] had zich lange tijd beroepen op de erfenis van de Bevrijdingsoorlog, om het autoritaire bewind van de Awami Liga te legitimeren. Denk je dat de juli-opstand het afgelopen jaar een soortgelijk proces van politieke benadering of commercialisering heeft ondergaan?

FS: Ik heb altijd gedacht dat de geschiedenis ons heel belangrijke lessen leert, maar we moeten er wel van leren. Neem bijvoorbeeld de Vrijheidsoorlog van 1971. Miljoenen mensen gaven hun leven voor een vrij Bangladesh, maar toen de Awami Liga in 2009 opnieuw de macht greep, ging ze de gemeenschappelijke opoffering als een eigen staatseigendom zien. Helaas werden we na de revolutie in 2024 getuige van een zichzelf repeterend patroon. Het bloed en martelaarschap van onze duizenden broeders en zusters werd opnieuw voor politiek gewin ingezet.

Omstreeks juli kwamen nieuwe partijen en allianties opzetten. Allemaal beweerden ze de enige ware eigenaar van de revolutie te zijn. Maar er volgden bittere conflicten over de “echte belanghebbenden”, waarna de ware geest van de revolutie in deze strijd om het eigendomsrecht werd geschonden. Een beroemde uitspraak van Walter Benjamin: “Achter elke fascist schuilt een mislukte revolutie.” En dat is het gevaar waarmee we nu worden geconfronteerd. Wanneer degenen die na de val van het fascistische regime opstaan en diens idealen, taalgebruik en methoden gaan imiteren, lopen ook zij het risico om in een andere gedaante als fascist door het leven te gaan.

AB: Sinds 5 augustus 2024 zijn we getuige van een constante poging om de vrouwen die aan de juli-opstand  hebben deelgenomen, het land uit te zetten. Hoe denk je hierover en wat zegt dat over de huidige strijd voor gendergelijkheid in Bangladesh?

FS: Het grootste wapenfeit tijdens de juli-opstand was de spontane en onverschrokken deelname door vrouwen uit alle uithoeken van het land. In die laatste, tumultueuze dagen in juli, de zogenaamde “Bangla Blockade“, toen de Hasina-politie en Chhatra Liga met bruut geweld de mannelijke demonstranten aanvielen, waren het de Bangladese vrouwen die door de barricades heenbraken en de mannen als een menselijk schild beschermden. Velen onder hen werden geslagen en raakten gewond, maar toch weigerden ze om zich terug te trekken. Door hun moed had hun beweging zich voor altijd bewezen. Zonder deze vrouwen weet ik zeker dat deze opstand misschien niet mogelijk was geweest.

Maar wat hierna volgde was niets minder dan verraad. Vanaf 5 augustus werden de vrouwen afgedankt, de mond gesnoerd en op allerlei manieren aangevallen. Iedereen hoopte vurig dat de vrouwen na de opstand eindelijk hun verdiende plaats in de politiek zouden krijgen, beleid gingen maken en het voortouw zouden nemen. Maar dat werd al snel de grond ingeboord.

Het rapport door de Commissie voor Hervorming van Vrouwenzaken kwam bijvoorbeeld met de aanbeveling om bij de komende verkiezingen een quotum voor vrouwelijke kandidaten vast te stellen. Na heel veel onderhandelingen en deals in de achterkamertjes, werd het quotum eerst teruggebracht van 35 naar 10 procent, vervolgens naar 5 procent en uiteindelijk op 10 procent vastgesteld. Maar zelfs daarna kwam er een publiekelijke verklaring dat het percentage niet meer zou worden verhoogd. Dat zegt genoeg. De regerende macht is namelijk doodsbang voor vrouwen met een politieke invloed. Hun angst heeft de vorm van een bewuste uitsluiting aangenomen, en we zijn getuige dat het een dagelijkse praktijk is geworden.

AB: Hoe denk je over de huidige veiligheidssituatie van vrouwen in Bangladesh?

FS: Catastrofaal! Vrouwen vormen 51 procent van het inwoneraantal van Bangladesh, maar sinds 5 augustus heeft de omvang van het geweld proporties aangenomen die ik mijn hele leven nog niet heb meegemaakt. Maffiageweld, seksistische opmerkingen en misbruik, die inmiddels schrikbarende vormen hebben aangenomen. Zelf word ik al meer dan een jaar geconfronteerd met een niet-aflatende cyberpesterij. Wanneer een overheid er niet in slaagt de helft van haar bevolking veilige omstandigheden te garanderen, faalt ze duidelijk.

Eerlijk gezegd denk ik niet dat deze interim-regering hoe dan ook een vrouwvriendelijke houding aanneemt. Sinds de machtsovername heeft ze publiekelijk vrouwen buitenspel gezet en ervoor gekozen om de onzekere situatie waarmee vrouwen dagelijks worden geconfronteerd, te negeren. De regering heeft totaal niets ondernomen. Geen veroordeling, discussie of poging om op te komen voor het standpunt van de Commissie voor Hervorming van Vrouwenzaken.

Het is nog teleurstellender dat veel politieke leiders, die na de revolutie bekend werden, er het zwijgen toe doen. Niemand heeft een proteststem laten horen. Maar toch leeft er, te midden van de wanhoop, nog steeds de rotsvaste waarheid dat onze vrouwen blijven doorvechten. Juli is inmiddels voor alle vrouwen in Bangladesh een symbool van kracht. Wij waren er, we zijn hier en we zullen altijd blijven. En wanneer de tijd weer rijp is, zullen we niet aarzelen om naar de straten terug te keren.

AB: Is dit het begin van een nieuwe strijd voor de vrouwen van Bangladesh?

FS: De strijd is nooit voorbij. De vrouwen van Bangladesh voeren al sinds 1971 strijd; juli was voor ons opnieuw aanleiding om de draad uit een ver verzetsverleden weer op te pakken. Wanneer de systematische aanvallen op vrouwen doorgaan zoals nu, zullen we naar de straten terugkeren. Maar ongeorganiseerd verzet is instabiel. Vóór alles moeten we ons opnieuw verenigen, ons wapenen tegen afleidingstactieken en voorkomen dat we bij bewust gecreēerde conflicten worden betrokken.

Wanneer we dat solidariteitsgevoel weer kunnen oppakken en onze eisen duidelijk naar voren brengen, is verandering mogelijk. Boze vrouwen kunnen dit land definitief veranderen.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.