
Deelnemers in Bangkok brandden kaarsen tegen de oorlog in de vorm van het vredesteken, als gedenkteken voor alle mensen die overleden zijn tijdens het conflict aan de grens tussen Thailand en Cambodja en als oproep voor vrede. Foto uit de facebook-post van Prachatai, een content partner van Global Voices.
Dit artikel werd gepubliceerd door Prachatai, een onafhankelijke nieuwssite in Thailand. Een bewerkte versie is opnieuw gepubliceerd door Global Voices in het kader van een overeenkomst.
Tussen juli en mei 2025 escaleerden spanningen tussen Thailand en Cambodja over een grensgeschil tot geweld, waardoor minstens 43 doden vielen aan beide zijden, tientallen gewond werden en honderdduizenden mensen moesten wegtrekken uit het gebied. Een staakt-het-vuren werd ondertekend op 28 juli, maar in beide landen is de vijandigheid nog diep geworteld en wordt gevoed door de publicatie van verkeerde informatie. Te midden van de onrust zijn Cambodjanen en Thai samengekomen om een campagne te lanceren over landsgrenzen heen; ze strijden tegen haat en willen empathie en langdurige vrede promoten.
Thailand en Cambodja delen een meer dan 700 km lange grens, waarvan verschillende staatloze delen al lange tijd het onderwerp zijn van conflict tussen beide landen. Het grensgeschil om de Preah Vihear begon in de jaren 50 en dit jaar braken daaromtrent gevechten uit op 28 mei met een dodelijke afloop op 24 juli. Daarbovenop hebben de landen ook geschiedkundige en culturele verbanden, die de spanning verergerd kunnen hebben en de oorzaak zijn van een diepgewortelde vijandigheid tussen de volkeren.
De vijandigheid is heel fel opgelaaid sinds het gewapende conflict op 24 juli tussen de twee regeringen en verspreidde zich ook naar de andere lagen van de maatschappij. Cambodjaanse en Thaise netizens wezen beschuldigend met de vinger naar elkaar over wie de gevechten zou begonnen zijn.
“We zien dat er zich allerlei problemen vormen, en toen ook online haat, vooroordelen en discriminatie naar boven kwamen op burgerniveau, werd het zelfs nog verschrikkelijker voor ons. Daarom besloten we om samen te komen op Cambodjaanse bodem en zij aan zij te protesteren”, zei Lim Solinn, een Cambodjaanse sociaal activiste en artieste. Later deed ze een oproep aan haar vrienden die verspreid wonen over Thailand en vond ze een netwerk van solidaire Thaise mensen.
Ou Tepphallin is een Cambodjaanse arbeidsrechtenactiviste en medeorganisator van de campagne. Ze zei dat ze meedeed om aandacht te vragen voor het lijden van migrantenarbeiders en gemeenschappen die zich in het kruisvuur bevinden door de recente spanningen, vooral Cambodjaanse arbeiders in Thailand en Thaise arbeiders in Cambodja.
Ze waren het slachtoffer van fysiek geweld en racisme, en ze leefden in angst, dus hun stemmen werden niet gehoord. Daarbovenop hebben de kinderen in grensgebieden nu geen kans meer om naar school te gaan door het sluiten van de grenzen. Familieleden werden gescheiden van elkaar, zoals een kind van wie de moeder in Thailand was, maar de vader in Phnom Penh, en ze hebben geen idee wanneer ze elkaar kunnen terugzien.
Daarnaast veroorzaakte het conflict, volgens de Thaise autoriteiten, sinds 24 juli de terugkeer van meer dan 500.000 Cambodjaanse migrantenarbeiders in Thailand naar huis. De meesten voelden zich onveilig en bedreigd. Daardoor zit Thailand met een aanzienlijk tekort aan arbeiders, want de Cambodjaanse migranten speelden daar een essentiële rol in de landbouwsector.
Solinn beweerde dat beide Thaise en Cambodjaanse organisatoren beogen om de campagne viraal te laten gaan in de twee landen en een boodschap naar de leiders te sturen: “Gebruik alstublieft geen geweld tegenover Cambodjaanse of Thaise migrantenarbeiders.”
De demonstranten proberen ook pakkende manieren te zoeken om deze campagne viraal te laten gaan om jan met de pet te bereiken in Thailand en Cambodja. In de campagne schrijven ze ook gedichten en liedjes, met het doel de mensen te helpen kalmeren en hen te overtuigen dat ze niet mogen haten omwille van wat ze horen of zien op het nieuws.
“We zijn nog maar net begonnen en zelfs als de oorlog morgen eindigt, zal er nog steeds haat zijn. Dus we moeten dit werk verderzetten en meer gemeenschappen bereiken in Cambodja en Thailand”, zei Solinn.
Phallin voegde eraan toe dat het tijd is om de mensen die geleden hebben aan beide zijden te troosten, en dat deed de campagne door troostende berichten te sturen naar gewone burgers.
Wanneer haat luider is dan empathie
Toen het gewapende conflict in Thailand uitbrak en Thaise onschuldige burgers en militairen gedood werden, zinden vele Thaise netizens op wraak. Daarnaast hebben politiek-rechtse influencers bedreigingen geuit tegenover Cambodjaanse migrantenarbeiders en riepen ze hun volgers op tot geweld.
Wie hiertegenin ging en opriep tot een geweldloze aanpak werd online vaak veroordeeld te optimistisch te zijn of niet van het vaderland te houden.
“Alle Cambodjaanse burgers willen gewoon in vrede en harmonie samenleven met onze buren, en vele mensen zitten gevangen door deze polarisatie. Doordat ze kwetsbaar zijn, kunnen ze hun stem helemaal niet laten horen”, bemerkte Solinn.
Aan de kant van Cambodja zei Solinn dat de burgers vrede en het einde van de oorlog wilden, maar tegelijkertijd werden de meesten ook woedend en emotioneel wanneer ze het nieuws zagen: burgers zijn getroffen, scholen gebombardeerd, vele mensen zijn ontheemd geraakt.
Ze vertelde dat, sinds zij en haar vrienden de campagne lanceerden, ze door netizens uit beide landen lastiggevallen is. Voor haar is het moeilijk om mensen te laten zien hoe de hypernationalistische gewelddadige verhalen haat verspreiden. Solinn zei:
They have been misinformed and disinformed. They believe these sets of stories, and they have these perspectives, and it's hard to change. So, instead of trying to tell them a different version, we’re trying to appeal to their consciousness. We try to appeal to their empathy.
Ze zijn verkeerd geïnformeerd en niet genoeg geïnformeerd. Ze geloven deze verhalen en ze hebben deze standpunten, en dat is moeilijk om te veranderen. Dus in plaats van hen een andere versie te vertellen, proberen we een beroep te doen op hun geweten. We proberen hun empathie aan te spreken.
Ook al was het meeste van de informatie die ze kregen niet de waarheid, het had effect door de combinatie van vooroordelen, stereotypering en haatdragende woorden die door de sociale media versterkt werden. “Het heeft olie op het vuur gegooid en ultranationalistische perspectieven aangewakkerd. Daardoor is het heel lastig voor mensen die proberen bruggen te slaan voor mensen zoals wij”, zei Solinn.
Ze benadrukte: een aanpak met dezelfde gewelddadigheid en naar elkaar met de vinger wijzen over wat elke partij denkt dat fout is, zal de situatie niet verbeteren. Zeker niet in het geval van grensgeschillen die al honderden jaren bestaan en gebaseerd zijn op selectieve geschiedenis van beide partijen.
Solinn beklemtoonde dat het tijd was om het leven van de mensen op de eerste plaats te zetten. Kinderen zouden terug naar school moeten kunnen in plaats van te wonen in vluchtelingenkampen, families zouden weer hun normale inkomen moeten verdienen en beide landen moeten erkennen dat het conflict bepaalde schade heeft toegebracht aan hun economie.
Een oproep tot vrede: vertrouwen heropbouwen en empathie aanmoedigen
“We willen de leiders dringend verzoeken om met elkaar rond de tafel te gaan zitten om een vredevolle oplossing te vinden en de mensen op de eerste plaats te zetten”, zei Phallin. Ze spoorde ook de leiders aan om te onderhandelen en hun vertrouwen herop te bouwen, want vrede kan alleen bereikt worden door onderhandeling, niet oorlog.
Ondertussen vuurde Solinn de leiders aan om medelevend en zachtaardig te zijn en tot een vreedzame oplossing te komen, eraan toevoegend dat daar een enorm veel kracht voor nodig is. Daarnaast riep de campagneorganisator de leiders van beide partijen op om deze oorlog te stoppen, zodat alles terug normaal kan worden in het belang van de onschuldige mensen in beide landen.
Ze stelde voor dat Thailand en Cambodja stoppen met het promoten van vooroordelen en stereotypering die gebaseerd zijn op selectieve interpretatie van de geschiedenis, vooral voor de jongere generaties.
Solinn gelooft ook dat wanneer deze oorlog voorbij is, Thai en Cambodjanen samen zullen komen om gemengde gemeenschappen te vormen waar mensen van beide partijen een veilige haven vinden en een bewustzijn van vrede en harmonie promoten.
“Doceren op school of met behulp van de media zal niet genoeg zijn. We hebben alle publieke ruimtes nodig, alle gemeenschappen; de hele samenleving moet helen en raciale verdraagzaamheid, vrede, solidariteit en harmonie bevorderen”, zei Phallin.
Wat de media betreft, zei Solinn dat media, vooral de mainstream media, in beide landen geen haatdragende boodschappen mogen versterken, die al dominant zijn op sociale media. Daartegenover zouden de media beter de verhalen van mensen promoten, die verzoening en vrede vooruit zouden helpen, en wat zou suggereren dat selectieve delen van de geschiedenis geen valse beschuldigingen mogen opwekken over Thailand en Cambodja.
Ze merkte op dat we niet alles weten, maar alleen verschillende kanten van het verhaal gehoord hebben. Elke kant gelooft dat de ander diegene was die de oorlog startte of dat de ander hun land binnengedrongen is.
“Vertrouwen is erg fragiel. Het is heel makkelijk om te breken en dat is al gebeurd. Het is zeer moeilijk om herop te bouwen, maar we moeten het proberen. We hebben geen keuze”, zei Solinn.






