Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Hoe een niet-aflatend Cubaans bedrog mijn ogen opende

Foto The Capture/Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Dit artikel is geschreven door een auteur in Cuba, onder het pseudoniem van “Luis Rodriguez.”

Ik werd geboren in een dorpje in het zuiden van Cuba in een arm gezin, maar met de liefde en genegenheid zoals ik die tijdens mijn  leven nooit meer ben tegengekomen. Dit was de Cubaanse versie van de Macondo (een fictief dorp), beschreven door  Gabriel García Márquez in “One Hundred Years of Solitude”, waar armoede en migratie nog niet hadden toegeslagen en de Cubaanse gezinnen niet uiteen waren gevallen.

Ik heb er lang over gedaan om te ontwaken uit de misleiding die mij en een groot deel van mijn generatie ertoe heeft gebracht om de Marxistische ideologie en haar utopische visie op de wereld goed te praten. Dit bewustwordingsproces ging met de nodige confrontaties gepaard.

De vage herinneringen uit mijn kindertijd zijn geassocieerd met suiker —azúcar—, een magisch woord dat de Cubaanse zanger Celia Cruz, in ballingschap in de Verenigde Staten, altijd in zijn songs uitdroeg, aangezien het dorpje waar ik opgroeide deel uitmaakte van een regio die economisch van de suikerindustrie  afhankelijk was.

Destijds zou niemand in Cuba hebben vermoed dat Fidel Castro in 2004 de suikerfabrieken zou sluiten. Cuba heeft te maken met structurele tekortkomingen door de regering, zoals een enorme bureaucratie, de corruptie, de centraal geleide economie en de drastische inperking van het private initiatief. Dit alles, samen met  een droogteperiode, de ineenstorting van de belangrijkste suikerafnemer de Sovjet Unie en de blokkade door de Verenigde Staten, heeft ertoe geleid dat de economische situatie in het land extra is verergerd.

Het kwam op mij over alsof de Cubaanse revolutie het hele land naar de afgrond had gebracht en respectloos met onze tradities en identiteit omging. Cubaanse suiker, koffie, rum en tabak zijn bij ons een symbool voor een maatschappelijk bewustzijn dat in onze haarvaten zit. Veel van de duizenden werklozen uit de suikerindustrie waren gedwongen om terug te vallen op zwaar werk op het veld of op zichzelf. Vaak verdwenen ze in het niets of gingen ze een onzekere toekomst op de zwarte markt tegemoet, in Cuba een belangrijke uitlaatklep.

Als ik af en toe terugkeer naar mijn geboortedorp om mijn naasten te bezoeken, doet het me pijn om de achteruitgang en de armoede te zien die het dagelijkse leven van van veel dorpsbewoners raakt, die vroeger leefden van de Cubaanse suikerindustrie. Ik word emotioneel als ik zie dat veel mensen nog verlangen naar een wereld die voor hun eigen ogen is ingestort.

Deze frustrerende en decadente wereld is op  meesterlijke wijze vertolkt door de onafhankelijke filmmaker Carlos Lechuga in de Cubaanse film Melaza. 

Indoctrinatie en bewustwording

In Cuba staan kinderen op de basisschool bloot aan indoctrinatie. Tijdens een dagelijks morgenritueel krijgen de kinderen absurde en steeds weer dezelfde lessen ingestampt, met leuzen die onzinnig op mij overkomen. Het heeft iets mechanisch in zich, waarbij elk kind de woorden “pioniers van het communisme, wij willen zijn zoals Che”, eindeloos herhaalt.

Als jongen vond ik dit min of meer vanzelfsprekend, alsof deze totalitaire wereld waar de menselijke waardigheid werd onderdrukt, volkomen normaal was en door iedereen werd geaccepteerd. Het was niet toegestaan om met buitenlanders contact te hebben, maar de enige toeristen die ik toen ooit heb ontmoet waren Russen of mensen uit communistische landen, die de Cubaanse harde werkelijkheid als iets heel normaals zagen.

Toen ik opgroeide en verheugd was dat ik toegang kreeg tot informatie, kwam ik erachter dat het communistische paradijs dat mij was voorgespiegeld als een evangelie, niets anders was dan de heerschappij van de de zogenoemde “Nieuwe Man“. In feite was het een complete ontkenning van wat me was bijgebracht en het staat ver af van de zogenaamde allesoverheersende sociale zekerheid die werd verkondigd. Eigenlijk was het niets minder dan duisternis, niet alleen door het gebrek en de schaarste waar de Cubanen dagelijks mee werden geplaagd, maar er was ook geen vrijheid, een tragedie die met de tijd erger werd. Tegenwoordig is in Cuba het publiekelijk uiten van het vrije woord en ideeën riskant, terwijl het brengen van onafhankelijke journalistiek gevangenisstraf  kan betekenen.

Toch had ik het in die periode in mijn leven naar de zin. Ik denk aan baden in de rivier, de heerlijke drankjes guarapo en suikerriet sap, die ik meestal dronk wanneer ik op mijn gammele fiets op weg was naar de dichtstbijzijnde suikerfabriek.

Een van de meest trieste herinneringen in mijn jonge jaren was toen ik langs een kerk wandelde, alsof het verboden terrein was. In de jaren tachtig was het staatsatheïsme almachtig en het belijden van een religie, zoals het Christendom en Yoruba, onmogelijk.

Op de middelbare school sloot ik mij aan bij de Union of Young Communists (Unie van Jonge Communisten), UJC, met dezelfde desinteresse als veel andere adolescenten en jongeren in mijn land. Vervolgens heb ik naast mijn pre-universitaire studies onder moeilijke omstandigheden op het platteland in de landbouw gewerkt. Daar heb ik bij verschillende gelegenheden huidaandoeningen opgelopen, omdat ik geen zeep had om te baden en mijn beddenlakens te wassen. Maar op mij heeft de meeste indruk gemaakt – en dat zal ik nooit vergeten –  dat een jonge, gelovige man een hele nacht verbaal geweld tegen mij uitte. Overigens heb ik hem nooit meer gezien.

Telkens als ik in die periode mijn familie bezocht, schrok ik opnieuw. Er werd op aanmaakhout gekookt en voor mij was er nauwelijks iets te eten. Terwijl de tranen over mijn wangen biggelden, vroeg ik mij af of dit allemaal wel rechtvaardig was en of de Marxistisch-Leninistische doctrine die mij was ingeprent, dit ondersteunde. Bij zo'n somber beeld drong het langzamerhand tot mij door – en was ik ervan overtuigd – dat er een andere manier van leven mogelijk moest zijn.

Mijn bewustwordingsproces tot het liberalisme en het onrecht door een totalitaire staat was een lang en pijnlijk proces. Veel mensen vinden dat ze doorlopend zijn  bedrogen. Er was een onoverbrugbare kloof tussen het dagelijks leven van de Cubanen en de communistische retoriek die hun leiders uitkraamden. Het luxe leventje van de leiders was in sterk contrast met de soberheid die ze verkondigden.

Toen ik destijds geen toegang tot literatuur had, zoals George Orwell's 1984, Eudocio Ravines’ The Great Swindle of  Gene Sharp's From Dictatorship to Democracy, werd ik ervan doordrongen dat een democratische samenleving de enige manier was om een menswaardig bestaan te leiden, zelfs al wist ik vrijwel niets over democratie.

Langzamerhand kwam ik erachter dat de contacten met Cubanen die in ballingschap leefden en het eiland bezochten om hun naasten te bezoeken, de beste manier was om te ontdekken hoe het was om te leven in een vrij land en het bedrog van de communistische retoriek over het kapitalisme bloot te leggen.

Foto Cary Lee/Flickr (CC BY-NC 2.0)

Mijn bewustwordingsproces kwam tot wasdom toen ik aan de universiteit  kunstgeschiedenis studeerde en ik de enorme mogelijkheden ontdekte die het internet voor mij opende.

Vanaf toen had ik niet alleen toegang tot de eerder genoemde literatuur, maar ook tot andere werken, zoals Karl Popper's The Open Society en The Unbearable Lightness of Being door de Tsjechische auteur Milan Kundera, The Man Who Loved Dogs door de Cubaan Leonardo Padura en Duitse films zoals The Lives of Others (2006) over de achtervolging van intellectuelen door de STASI in de voormalige Duitse Democratische Republiek. Ook Goodbye Lenin en de documentaire Overthrowing a Dictator over het verzet van de “Otpor”-organisatie om Slodovan Milosevic's regime in Servië uit te schakelen, stonden op mijn lijstje. Deze literaire werken hadden een geweldige invloed op mijn visie op de democratie.

Het internet betekent voor mij een bevrijding, waardoor ik met de rest van de wereld kan communiceren en mijn voordeel kan doen met het begrip global village. Ook kijk ik ernaar uit hoe het is om straks nog  mee te maken dat achter het ijzeren gordijn rondom Cuba er een wereld is die rust op de pijlers vrijheid en vooruitgang.

Deze lange reis heeft mij ervan overtuigd dat er voor de Cubanen geen ander alternatief is dan te vechten voor onze vrijheid. Het is de enige manier om ons land weer op te bouwen op de ruïnes van de suikerfabrieken, het symbool uit het verleden en van onze gestolen hoop.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.