Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Wat houdt mensen met een handicap binnen in Azerbeidzjan? Het antwoord is niet COVID-19

Foto door man pikin, gelicentieerd onder CC BY 2.0

Ik begeleidde in 2020 een focusgroep van Paralympische atleten in Azerbeidzjan toen één van hen me een opzienbarende statistiek gaf: Slechts 3 procent, of 20.000, van de mensen met een handicap in het land hebben een sociaal leven. Ik wist dat het aantal laag zou zijn, maar het echte aantal shockeerde me. In Azerbeidzjan maken mensen met een handicap [en] 6 procent uit van de totale [en] bevolking. Weken later had ik een gesprek met een vrouw die in een rolstoel zat en die me vertelde dat ze de voorbije 40 jaar van haar leven binnen had doorgebracht. Ze ging nooit weg, tenzij er een dringende reden voor was. 

Op een doorsnee avond in het centrum van Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan, is het onwaarschijnlijk dat je iemand met een handicap ziet, tenzij bedelaars (en dat is in de veronderstelling dat ze echt een handicap hebben). Ik bleef mezelf afvragen hoe dat kwam? Waarom gingen mensen met een handicap nooit uit, of als ze dat deden, waarom zo zelden? Uiteindelijk besefte ik dat het probleem diep geworteld was in onze perceptie, cultuur, wetgeving en infrastructuur. 

Laten we beginnen met het openbaar vervoer. In Azerbeidzjan is het bussysteem grotendeels ongeschikt voor mensen met een handicap, met uitzondering van misschien een dozijn routes – maar die zijn beperkt tot het centrum van Baku. Als je in de buitenwijken woont, delen van de stad waar deze lijnen gewoon niet rijden, of als je helemaal niet in Baku woont, zijn je enige echte opties te voet gaan, zelf met de auto rijden, of een taxi nemen. 

De metro is een optie, maar de manier waarop dit werkt voor mensen met een handicap is absurd en inefficiënt. In de hoop het gebruik van de metro door gehandicapten te stimuleren, heeft Baku Metropolitan in 2019 een programma gelanceerd waarbij niet één, maar twee personeelsleden van de metro de reiziger begeleiden naar zijn bestemming. Om van deze dienst gebruik te maken moet je eerst naar de metro telefoneren, minstens een uur vóór de uitstap, waarbij je het personeel informeert over de voorgenomen reisroute. Zodra de telefonische boeking is voltooid, wordt de passagier begroet bij de metro en geholpen om op de gewenste bestemming te komen. Deze oppervlakkige oplossing voor een diepgaand probleem geeft aan hoe moeilijk het is om echte veranderingen tot stand te brengen. Momenteel zijn er slechts twee metrostations met liften volgens [en] Baku Metro, en ze worden beide aangeboden bij twee recent gebouwde metrohaltes. 

De stad doorkruisen met een rolstoel is ook niet haalbaar, want de voetpaden, de ondergrondse doorgangen, de stops, om maar enkele aspecten van de infrastructuur te noemen, zijn niet gebouwd voor mensen met een handicap. Daarbij komt nog de ongeschikte structuur van de voetpaden, waardoor het moeilijk is te navigeren als je in een rolstoel zit.

Het gebrek aan arbeidskansen

Dan is er nog de optie van taxidiensten, maar regelmatig of vaak een taxi nemen is duur. Daarvoor heb je een job nodig die goed betaalt, wat me bij een ander probleem brengt : de werkgelegenheidskansen voor mensen met een handicap. Geen enkele werkgever wil mensen met een handicap in dienst nemen omdat ze twijfelen aan hun vaardigheden en opleiding. De verantwoordelijkheid voor deze ongelijke aanpak hangt nauw samen met het regeringsbeleid. Alhoewel werkgevers wettelijk verplicht zijn om een bepaald percentage van mensen met speciale noden in dienst te nemen, afhankelijk van de grootte van hun bedrijf, hebben ze niet de neiging om mensen met een handicap in dienst te nemen. Als er al iets aan gedaan wordt, komen ze weg met het betalen van een kleine boete. 

In Azerbeidzjan biedt de regering geen mogelijkheden voor inclusief onderwijs. Niet alleen zijn de fysieke scholen niet toegankelijk voor studenten met speciale noden maar dat geldt ook voor het schoolprogramma. Deze obstakels zorgen ervoor dat een groot aantal mensen met een handicap ongeschoold blijven, tenzij op eigen kosten, wat niet het geval zou mogen zijn want onderwijs is hun fundamenteel mensenrecht. Omdat mensen met een handicap niet goed zijn opgeleid, vinden ze niet alleen geen werk maar kunnen ze zichzelf ook niet verdedigen als dat ooit zou nodig zijn. Zij zijn gedwongen afhankelijk te zijn van anderen – vaak hun familie – omdat de autoriteiten hun geen basisrechten en -diensten verlenen. 

Dat brengt me bij mijn volgende vraag. Waarom is de regering niet geïnteresseerd in het voorzien van blijvende, duurzame en impactvolle oplossingen voor de problemen waarmee mensen met een handicap in Azerbeidzjan geconfronteerd worden? Dit is geen politiek probleem en heeft geen politieke gevolgen in een systeem dat diep geworteld zit in cliëntelisme, nepotisme en vriendjespolitiek. De regering heeft in de loop der jaren samengewerkt met internationale instellingen om verschillende programma's [en] uit te voeren. Onlangs heeft het UNDP een virtueel rondetafelgesprek gehouden [en] met vertegenwoordigers van het ministerie van Arbeid en Sociale Bescherming, het UNFPA Azerbeidzjan en een twintigtal vertegenwoordigers van bedrijven om de beste praktijken te bespreken voor het in dienst nemen van mensen met een handicap en het creëren van meer kansen voor hen. Azerbeidzjan heeft sinds 2009 ook het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap ondertekend, maar als het op de praktijk en de uitvoering aankomt, is er weinig te zien.

Dit geeft mij reden te denken dat het probleem cultureel is en te maken heeft met de nationale mentaliteit. Leeftijdsdiscriminatie zit diep geworteld in Azerbeidzjan en er is een groot gebrek aan voorlichting over handicaps voor het grote publiek. Het heersende denken is niet sympathiek, en mensen met een handicap worden vaak alleen maar zielig gevonden. Een gezegde in Azerbeidzjan demonstreert dit: “Als je een goede buurman hebt, zal je kruipele dochter getrouwd raken,” (“Qonşu qonşu olsa, topal qız ərə gedər”).

Er is een Islamitische verplichting om donaties (“nazir”) te geven aan de minder bedeelden en in Azerbeidzjan wordt dit vaak in de vorm van geld gegeven aan mensen met een handicap – als zouden ze bedelaars zijn, of ze nu om hulp vragen of niet. Als iemand een belofte wil doen, zal hij een belofte doen om te doneren aan mensen met een handicap. Ook herinnert het zien van mensen met een handicap de validen eraan dat zij Allah dankbaar zijn, dankbaar dat zij geen handicap hebben.

Een systematische oplossing zou zijn om mensen in scholen en universiteiten te onderwijzen over het belang van inclusie voor mensen met een handicap. Dat zou al een heel eind op weg zijn om dit culturele probleem in een paar generaties op te lossen, hoewel hervormingen nodig zijn op alle niveaus – staat, maatschappij, en natuurlijk via onderwijs en cultuur.

Ik herinner me een gesprek dat ik ooit had met een vriend waarin ik hem vertelde over een nieuw burgerlijk technisch project waaraan ik werkte en dat Baku toegankelijker zou maken. Hij zij me iets dat ik me nog altijd herinner.  Hij zei, “Om van Baku een stad te maken die gehandicapten-vriendelijk is , moet je elke straat, elk gebouw, elke hoek uit elkaar halen en opnieuw opbouwen zodat het toegankelijk en inclusief is.” Ik denk dat hij gelijk had. Er lijkt geen andere manier te zijn.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.