Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Mijn waarheid: het leed van verplicht zwijgen in Cuba

Havana, Cuba. Photo by Pixabay

Aan de kunstenaars van de 27N-beweging, architecten en protagonisten van de opbouw van een pluralistische en democratische samenleving.

Doorheen de geschiedenis van de mensheid betekenden intellectuelen die zich inzetten voor waarheid en vrijheid steeds een gevaar voor de verschillende machtsstructuren. Het boek 1984 van George Orwell is een voorbeeld en geeft inzicht in bestaande analogieën met de repressieve Cubaanse samenleving.

Eén van de meest nefaste gevolgen van totalitarisme ligt niet alleen in fysieke en brutale onderdrukking. Het belangrijkste effect van de psychologische druk, uitgeoefend door totalitaire staten op het individu, is de schijn die gecreërd wordt; het is het mechanisme dat speelt als ware ideeën en overtuigingen verborgen blijven, om de sociale en economische status van het individu en zijn levenswijze in stand te houden. Cuba is een maatschappij waarin alle gebieden van het leven gecontroleerd worden door het staatsapparaat, vooral academische en intellectuele beroepen. Opiniemakers die creatief werk leveren op artistiek en literair gebied, en ook wetenschappers, wordt het zwijgen opgelegd.

In die zin is het totalitarisme in de Cubaanse context een voorbeeld sui generis, niet alleen vanwege zijn continuïteit, maar ook omdat het evident is dat het systeem gebaseerd is op het nadrukkelijke en foute vasthouden aan een achterhaalde ideologie die alleen messianistische en utopische vooruitzichten biedt voor de mens.

Sedert het begin van de Cubaanse Revolutie hebben intellectuelen in Cuba weinig gelegenheid gehad om oprecht te leven, vergelijkbaar met wat de Tsjechische auteur en toneelschrijver Václav Havel schrijft in zijn fundamentele werk El poder de los sin poder (De Macht van de Machtelozen) over de Tsjechische context. Hij verwijst naar een bestaan gebaseerd op leugens en schijn, aspecten die in het Cubaanse regime ook sterk aanwezig zijn.

Intellectuelen in Cuba hebben over het algemeen drie mogelijkheden: loyaliteit aan het regime simuleren als een overlevingsmechanisme en zo soms beperkte en bescheiden privileges genieten zoals publiceren of lesgeven –  beroepen waarin intellectuelen meestal hun toevlucht zoeken; confrontatie zoeken met de macht ondanks de gevolgen zoals het verlies van vrijheid (denk maar aan het lot van schrijvers zoals Raúl Rivero en Ángel Santiesteban-Prats, opgesloten vanwege hun ideologie); en als derde mogelijkheid verbanning, even erg als gevangenschap.

Grote Cubaanse intellectuelen vonden in ballingschap hun enige uitweg voor hun artistieke creaties. Ze allemaal opnoemen is onmogelijk en niet het doel van dit artikel. Voorbeelden van deze lange lijst zijn o.a. Reinaldo Arenas, Heberto Padilla, Rafael Rojas, Gastón Baquero, en Wendy Guerra.

In de Cubaanse maatschappij leven mensen altijd met een masker. Van kleins af aan worden lege slogans zonder betekenis bijgebracht, die gaandeweg door toegang tot informatie hun geloofwaardigheid verliezen. Zo werd mij toen ik nog kind was de slogan bijgebracht: “Pionieren voor het communisme, wij zullen zijn zoals Che” [Ernesto “Che” Guevara]. Zonder enig idee of begrip van de symboliek klonken die woorden altijd leeg in mijn broze geest.

De vorige generaties die destijds het systeem ondersteunden, voelen zich nu bedrogen en ervaren een enorme frustratie omdat hun dromen niet uitkomen. Dit is waarom een book als La gran estafa (Het grote Bedrog), van de Peruviaan Eudocio Ravines, me zo boeit en ons heel wat kan leren.

Mijn ervaring is pijnlijk want ik leef elke dag met de angst voor onderdrukking en opsluiting in de gevangenis omdat ik het systeem en de totalitaire macht durf uit te dagen. Bovendien, door te weigeren het simulatie-spel te spelen, moet ik me beperken tot marginalisatie. Ik kan niet publiceren in mijn eigen land in tijdschriften of kranten, en ik kan geen les meer geven aan de universiteit (wat één van de mooiste en spannendste beroepen is). Mijn katholiek activisme staat gelijk aan sociale veroordeling omdat het systeem geen andere filosofische visie duldt dan Marxisme-Leninisme.

Vroeger vonden katholieke intellectuelen zoals José Lezama Lima hun toevlucht in de Nationale Universiteit om economisch te overleven en zich helemaal aan literaire creatie te wijden. Toendertijd had Eliseo Diego de steun van activist Nicolás Guillén in de National Union of Writers and Artists of Cuba. Mijn situatie nu is bedenkelijk omdat mij de toegang ontzegd werd tot dat instituut van Cubaanse kunstenaars en intellectuelen. De reden voor de uitsluiting is evident: omdat ik het niet eens ben met de officiële ideologie.

Sociaal isolement vanwege alternatief denken en gewetensbezwaren is een schending van mensenrechten. Voor dissidentie in Cuba wordt een hoge prijs betaald, want maar weinig mensen durven het systeem uitdagen. Toch kwam er de laatste jaren verandering in die situatie, wat de macht van de intellectueel en zijn capaciteit om totalitaire macht te ondermijnen, illustreert.

Als de angst overwonnen wordt, begint het totalitarisme te verzwakken, en zelfs ten onder te gaan, als een terminaal zieke patiënt. Dit is het geval in Cuba. Daarom tolereert het Cubaanse regime geen controleverlies over de culturele en intellectuele sector, en houdt het vast aan dat monopolie omdat die sectoren van strategisch en cruciaal belang zijn.

Het regime probeert intellectuele dissidenten te neutraliseren op verschillende manieren: door hen te laten deelnemen aan de institutionele macht, hen te corrumperen, of hen er zelfs toe te bewegen te collaboreren met de Staatsveiligheid en informatie te leveren over collega's (zoals in vele Oost-Europese landen gebeurde). Laat ons het geval van de Cubaanse schrijver Eliseo Alberto Diego niet vergeten. Zijn werk Informe contra mí mismo (Rapport over mijzelf) is een getuigenis over de druk die de Staatsveiligheid op hem uitoefende om zijn eigen vader, de beroemde katholieke schrijver Eliso Diego, te bespioneren. Tegenwoordig zijn er schrijvers zoals Rafael Alcides die de totalitaire macht uitdagen. Alcides inspireerde de documentaire Nadie (Niemand), van de Cubaanse cineast Miguel Coyula, die onderdrukking in zijn eigen land heeft ervaren.

Iemand die nooit in zo'n maatschappij heeft geleefd, kan niet begrijpen hoe schadelijk het impact is van de angst om eigen gedachten te durven uitdrukken, en alleen in de privésfeer en huiselijke kring de dagelijkse zorgen en problemen te mogen uiten.

Bovendien lijdt een Cubaan zo zeer onder de schaarsheid van de meest elementaire levensbehoeften dat het zinloos is, en bijna een luxe, om te zoeken naar wegen om te vechten voor de vrijheid, en nog minder om intellectuele reflecties en abstracties te beoefenen. Eén van de meest zichtbare tekens van het falen van het Cubaanse model ligt in de grote sociale ongelijkheid die in de maatschappij ontstaan is. Zo werd de introductie van US-dollarwinkels  afgekeurd door de meerderheid van de bevolking, omdat een groot gedeelte van de mensen gemarginaliseerd wordt, als ze geen familie in de VS of andere delen van de wereld hebben die hen geld in US-dollars kunnen overmaken.

Het vasthouden aan een totalitair regime heeft Cuba een enorme sociale prijs gekost. Het betreurenswaardige en dramatische resultaat is dat de Cubanen in een permanente toestand van morele en ethische dualiteit leven. Omdat niemand kan overleven met een Cubaans inkomen alleen hebben Cubanen de filosofie van het stelen van de staat als een overlevingsmechanisme leren legitimeren. Het ergste is dat mensen afhankelijk zijn van de staat en onder constante schijn moeten leven, alhoewel een groot gedeelte van de maatschappij het geloof en vertrouwen in het systeem in Cuba verloren heeft.

Cuba zal pas een staat zijn, geregeerd door de wet, als het land democratische oppositie en vrijheid van denken kent. Iemand die niet onder een communistisch regime geleefd heeft, kan de ware dimensie daarvan niet begrijpen.

Ik behoor tot degenen die denken dat wij, Cubaanse intellectuelen, een sleutelpositie zullen innemen in de transitie die op komst is op dit eiland dat nu nog zo erg te lijden heeft.

Deze tekst werd anoniem gepubliceerd om de veiligheid van de auteur te beschermen.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.