Tussen Kolkata, Sint-Petersburg en Parijs: een interview met schrijfster Shumona Sinha
De moedertalen van mijn vorig leven zijn ingeslapen.
Filip Noubel Marijke PraetBengaals
Gedurende de koude oorlog bestond er een bijzondere vriendschap tussen de Sovjet-Unie en Indië door hun ideologische raakvlakken. Het tsaristische Rusland had anti-Britse bewegingen lange tijd ondersteund, omdat het zelf koloniale ambities had in die regio. Na 1917 voerde de Sovjet-Unie haar aanwezigheid in de regio op door middel van de communistische ideologie, en was de communistische partij van Indië (Communist Party of India – CPI) volgens één interpretatie eigenlijk opgericht in Tashkent in 1920.
Tot haar ondergang in 1991 ondersteunde de Sovjet-Unie de vertaling en distributie van Russische en Sovjet-literatuur die generaties [en] van Indische kinderen en intellectuelen beïnvloedde.
Deze Rusland-Indië relatie is de centrale plot van het verhaal van het meest recente boek van Shumona Sinha [en], “Le testament Russe” (het Russische testament).
Zoals veel van haar leeftijdsgenoten groeide Sinha op in Kolkata met die literatuur. Uiteindelijk verhuisde ze naar Frankrijk en werd een erkend exofonisch [en] schrijfster – een schrijfster die niet in haar moedertaal schrijft.
“Le testament Russe” gaat over Tania, een jong Bengaals meisje dat in de 80er jaren in Kolkata leeft. De heldin ontsnapt aan haar sociale en familiale achtergrond door aan te sluiten bij de lokale communistische studentenbeweging, en door later Russisch te studeren. Maar haar echte inspiratie is Lev Klyachko [ru], de Joods-Russische journalist die in de 20er jaren besloot uitgever te worden, en de politiek onafhankelijke uitgeverij Raduga [ru] oprichtte. Hij werkte met grote namen uit de Russische literatuur en kunst, zoals Korney Chukowsky [en] en Kuzma Petrov-Vodkin [en], maar werd later gecensureerd. Hij stierf in 1933.
GV-auteur Filip Noubel interviewde Shumona Sinha om meer te weten te komen over hoe Sovjet-kinderboeken haar eigen reis door talen, culturen en identiteiten beïnvloed hebben. Het interview werd omwille van de beknoptheid aangepast.
Filip Noubel (FN): In je laatste roman onderzoek je de banden – sommigen gaan terug tot de 18de eeuw [en] – tussen Rusland en de Sovjet-Unie met Bengalen, door ideologie en kinderboeken in vertaling. Kan je ons meer vertellen over dit erfgoed? Ervaarde je dit ook toen je opgroeide in Kolkata?
Shumona Sinha (SS) Inderdaad, het Russische literaire erfgoed in Bengalen vormt het kader van mijn roman. Vele Bengalis die een collectie boeken bezitten, hebben een plank met Russische literatuur. De Russische en Sovjet-boeken hebben een belangrijke maar gevoelige rol gespeeld, het denken van vele Bengalis beïnvloed, en hun blik op het leven vormgegeven. Niet alleen de klassiekers, maar ook jongerenauteurs zoals Nicolaï Ostrovski, Arkadi Gaïdar, Dmitri Mamine Sibiriak, Boris Polevoï … Bij mij thuis was het ook zo. Temeer daar mijn vader econoom was, professor in economie aan een instelling zoals de Science-Po (Parijs instituut voor politieke studies), marxist en communistisch leider in de 70er jaren. Hij werd bijna vermoord door handlangers van Indira Gandhi. Dat is overigens het onderwerp van mijn derde roman Calcutta. Ik ben opgegroeid met Russische boeken. Mijn eerste sprookjes waren Russisch, niet Bengaals. Daarom werd ik verliefd op Klyachko [ru] ! Zoekend in archieven vind je zijn sporen, maar sinds zijn overlijden werd er niets meer over hem geschreven, en niemand nam contact op met zijn familie. Ik kon me helemaal verliezen in de speurtocht naar en het vertellen van hun verhaal.
FN: Je roman is ook een boek over boeken. Tania, wiens vader in zijn boekwinkel Sovjet-boeken verkoopt, maar ook Mein Kampf van Hitler, is gefascineerd door het lot van de uitgever Lev Klyachko. Wat is de macht van boeken en literatuur vandaag?
SS: De verbranding van boeken in mijn roman is denkbeeldig. Ik was verontwaardigd over de verkoop van Mein Kampf en dat het een bestseller was in Indië, vooral bij jongeren. Sinds Modi aan de macht kwam met zijn rassistische Hindoe-partij, en de massieve schaamteloze pro-Hitler en islamofobe uitingen van zijn kiezers, wilde ik daarover praten in mijn roman. De macht van boeken en literatuur is groot. Maar boeken kunnen ook liegen. Het is niet “mentir-vrai” (liegen-waarheid) zoals Aragon [nl] zei, het is meer ingewikkeld. Rassistische, sektarische en religieuze ideëen worden verspreid onder het mom van een persoonlijke spirituele queeste. Moeten dergelijke boeken verboden worden? Dat is het dilemma van de democratie. Het kapitalisme is een vorm van totalitarisme zonder grenzen. Ik word als een geëngageerd schrijver beschouwd, maar in mijn boeken probeer ik de complexiteit van het leven bloot te leggen, ik haat binaire en dogmatische retoriek. Literatuur pretendeert niet de wereld te veranderen, maar wil de geheimen van het menselijk bestaan ontrafelen, ze kan zaadjes van hoop planten, van dromen van een betere wereld, de eenzame lezer vergezellen en hem een nieuw elan bieden.
FN: Je roman bestrijkt het gebied van Indië en Rusland – je reisde ook naar vele bestemmingen, inclusief de V.S. – om de roman en de geschiedenis van Klyachko te onderzoeken. Ben je het eens met het label van globale roman voor “Le Testament Russe”? Is alle literatuur globaal in de 21ste eeuw?
SS: Natuurlijk, die uitdrukking vat ik op als een compliment. Dat is zelfs het streven van “Le Testament Russe”. Zelfs als niet alle romans van de 21ste eeuw globaal zijn. Er zijn Franse romans die thuishoren in de typisch Franse, historisch-sociale context. Dat is niet noodzakelijk beter, en natuurlijk ook niet slechter.
FN: Je bent een globale en exofone schrijfster. Je hebt culturen en talen doorkruist – wat betekent dit proces voor jou? Hoe ben je omgegaan met je multipele identiteiten? Wat zijn de voor- en nadelen van het schrijven in een niet-moedertaal?
SS: Ik ben tot literatuur gekomen niet alleen om grenzen te overschrijden, maar ook om ze uit te wissen. Het is dan geen keuze meer. Dat gebeurt in je lichaam. Je “wordt bewoond” door een taal. Eerst was Frans voor mij een vreemde taal, dan een andere taal, dan de taal, dan mijn taal. Alle andere moedertalen van mijn eerdere leven zijn tot rust gekomen, zoals ondergrondse rivieren, ze zijn niet manifest aanwezig. Frans is mijn vitale taal geworden, want ik kan mijn leven niet meer in een andere taal beschouwen. Schrijven in het Frans is revolutionair voor mij, want ik schreef in het Bengaals toen ik adolescente en jonge vrouw was, en ik heb nooit in het Engels geschreven. In tegenstelling tot het Bengaals, wat een heldere taal is, is Frans een rationele en analytische taal, daarom heeft schrijven in het Frans mijn denken vorm gegeven. Linguistische en existentiële vraagstukken zijn het onderwerp van mijn boeken geworden. Wanneer je een exofone schrijver bent, leef je altijd in een staat van onrust ten opzichte van de andere taal. Dat is een spannende toestand, die bevordelijk is voor het creatieve proces.
FN: Je book is ook een eerbetoon aan vertalers, zoals Nani Bhowmik [en]. Je hebt ook als vertaler voor asielzoekers gewerkt. Hoe belangrijk zijn literaire vertalers?
SS: Het werk van literaire vertalers is van onschatbare waarde! Ze spelen een primordiale rol om bruggen en wegen tussen landen en culturen te bouwen. Nani Bhowmik is een zeldzaam talent. Hij heeft zelf ook romans geschreven, bekroond door de Indische academie voor literatuur. Zijn werk is getekend door zijn reis tussen twee talen, zijn schrijftaal is vernieuwend, bevrijdend, grillig en diepgaand. Ikzelf voel me gelukkig met mijn anthologie van Franse en Bengaalse hedendaagse poëzie die ik vertaald heb. Vertalers die zelf niet schrijven, herschrijven teksten gecreëerd in de brontaal, naar de doeltaal. Dat is een linguïstieke, literaire en socioculturele bijdrage. Vertaalde boeken die grenzen overschrijden zijn boodschappers van hoop en vrijheid.