Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Geen bescherming voor kwetsbare kinderen die vuilnis verkopen in Quetta

Child workers  Jummah and Razzaq. Photo by Sami Parvez. Used with permission.

Kinderarbeiders Jummah en Razzaq. Foto door Sami Parvez

Dit artikel is geschreven door Adnan Aamir voor The Balochistan Point en is heruitgegeven door Global Voices onder een content-sharing overeenkomst.

Elke dag bij zonsopkomst gaan Jummah Khan en Razzaq van huis met grote plastic zakken over hun fragiele schouders, op zoek naar vuilnis. ‘s Avonds verkopen ze hun dagelijkse hoeveelheid verzameld afval.

Net als duizenden andere kinderen in Quetta, de hoofdstad van de provincie Beloetsjistan, worden de 12-jarige Jummah en 11-jarige Razzaq gedwongen te werken door de extreme armoede.

Bijna een derde van de Pakistaanse bevolking leeft onder de armoedegrens en in Beloetsjistan, de armste provincie van het land, is de situatie nog slechter: bijna 52 procent van de bevolking leeft daar onder de armoedegrens.

Er zijn geen officiële cijfers over het aantal kinderarbeiders in Quetta, maar de non-profit Society for Empowering Human Resources (SEHER), een organisatie die zich inzet voor de kwetsbaarste en armste lagen van de bevolking, schat dat meer dan 10.000 kinderen werken in deze stad met 1,3 miljoen inwoners. SEHER schat dat 60% van de kinderen afval verzamelt.

De overheid van Beloetsjistan lijkt het aan banden leggen van kinderarbeid geen prioriteit te vinden. Vorig jaar is de provinciale volksverkiezing er zelfs niet in geslaagd om een Beloetsjistaanse antikinderarbeidwet erdoorheen te krijgen.

Deze wet is het minst streng vergeleken met de antikinderarbeidwetgeving in de drie andere provincies van Pakistan. In tegenstelling tot andere wetten beschermt deze wet kinderen van 12 jaar en jonger, (de andere beschermen kinderen van 14 jaar en jonger) en voorkomt deze wet niet dat kinderen tussen de 14 en 18 jaar oud onder gevaarlijke omstandigheden werken.

Zolang de provincie niet haar eigen wetten aanneemt moeten landelijke wetten voor de bescherming van kinderen, waaronder controles van 34 inspecteurs van de arbeidsinspectie,  worden nageleefd, maar dit gebeurt zelden. Het is zelfs zo dat kinderen tot 16 jaar wettelijk gezien recht hebben op gratis onderwijs, maar 66% van de Beloetsjistaanse kinderen niet naar school gaat.

Jummah Khan zegt dat hij $1,5 tot $3 per dag verdient met het verkopen van afval. “Ik werk om mijn familie te steunen omdat mijn vader geen werk heeft”, zegt Jummah Khan. Hij heeft een broer en twee zussen die allemaal werken.

“Als we niet werken heeft mijn familie niets te eten”, betreurt Jummah Khan. “Ik werk al sinds ik vier jaar oud ben en ik denk niet dat ik snel zal stoppen met het verzamelen van afval”, zegt Jummah met duidelijke teleurstelling op zijn gezicht.

“Ik werk omdat ik geen vader meer heb”, voegt Razzaq stilletjes toe. Zijn vader is een paar jaar geleden overleden. Hij zegt dat hij werkt zolang hij zich kan herinneren.

Razzaq weigerde me te vertellen hoeveel hij verdient. Zijn vriend zegt dat hij waarschijnlijk bang was dat ik zijn inkomsten zou afpakken.

Jummah Kahn en Razzaq ontkennen enige vorm van misbruik te hebben ondergaan terwijl ze afval verzamelden. Of ze daadwerkelijk niet misbruikt zijn of dat ze het uit schaamte verzwijgen, iets wat gewoonlijk is in Pakistan, kunnen we niet met zekerheid zeggen.

Hoe dan ook, veel kinderen die moeten werken hebben geen geluk.

Abdul Samad koopt afval dat door kinderen als Jummah en Razzaq is verzameld. Samad zegt dat kinderen die afval verzamelen niet alleen vaak misbruikt worden, maar vaak ook onderbetaald worden door de handelaars die afval van hen kopen.

“Kinderen die moeten werken hebben vaak niemand die op hen let en dat maakt hen kwetsbaar voor allerlei soorten misbruik”, stelt Samad. “Ik kan geen verhalen over kindermisbruik vertellen omdat ik het weerzinwekkend vind” roept de vuilnisverkoper.

Samad zegt dat de meeste kinderarbeiders waar hij mee te maken heeft gehad etnische Pathanen waren, hetzij Afghaanse vluchtelingen of wezen uit het noordwesten van Pakistan uit de provincie Khyber Pakhtunkhwa.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.