Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Haïti: Veiligheid versus hulpverlening?

MINUSTAH keeps watch

De VN bewaakt de wijk Carrefour in Port-au-Prince, 26 januari 2010. Foto gemaakt door Georgia Popplewell, gepubliceerd op Flickr onder een Creative Commons- licentie.

Ruim twee weken na de aardbeving in Haïti op 12 januari [en] vonden volgens officiële schattingen meer dan 100.000 mensen de dood, vielen er 200.000 gewonden en werden 1 miljoen mensen dakloos. (Op de blog Haiti Vox staat de vertaling van een deel van een regeringsbulletin [en] waarin dit en nog andere feiten worden gemeld.) Ondanks de wereldwijde stroom van hulp uit vele landen en de aanwezigheid van duizenden hulpverleners, een VN-vredesmacht en troepen uit de VS, meldden de mediaberichten dat een groot deel van de getroffen Haïtianen in en rond Port-au-Prince niet of nauwelijks hulp hebben gekregen.

De omvang van de ramp is één van de redenen dat de hulp niet bij de slachtoffers komt. Daarbij komen de zwaar beschadigde infrastructuur en de gevolgen van de aardbeving voor de overheidsinstellingen, die veel van hun belangrijke medewerkers hebben verloren. Maar online menen veel Haïtianen en ook andere mensen ter plaatse dat de overdreven bezorgdheid over veiligheid en geweld de hulpverlening in de weg staat.

Iemand die daar een uitgesproken mening over heeft, is de musicus Richard Morse, die tevens eigenaar is van Hotel Oloffson [en], waar veel buitenlandse journalisten zijn ondergebracht. Binnen enkele uren na de aardbeving begon Morse een aanhoudende stroom nieuws, commentaar en informatie te geven via Twitter (als @RAMhaiti [en]). Op 18 januari stelde hij boos dat VN-personeel bepaalde gebieden in Port-au-Prince meed [en-onderstaande links]:

Een journalist die een lift kreeg van een VN-voertuig werd bij Canape Vert afgezet.”We mogen je niet tot aan Hotel Oloffson brengen”!!!

Hotel Oloffson ligt in de “Rode zone”. Hoe kan de VN de mensen in Carrefour Feuille nu helpen als ze niet in de buurt mogen komen!

Ik ben met de ploeg van CBS te voet naar de zogeheten Rode zone gegaan zodat ze een beter beeld kregen van de verwoestingen; en ze de geur van lijken konden ruiken

Als de VN niet op de plaats kunnen komen waar MENSEN hun hulp nodig hebben, wat doen ze hier dan?

Hij voegde er nog aan toe:

Het feit dat ik geen internationale aanwezigheid in deze wijk heb gezien, geeft al aan dat anderen het voorbeeld van de VN volgen.

Hij verwijst naar een indeling die al vele jaren vóór de aardbeving werd vastgesteld en waarin Port-au-Prince werd verdeeld in “rode” en “groene” zones, afhankelijk van het risico dat de VN en anderen in die wijken zouden lopen. Grote delen van de binnenstad van Port-au-Prince zijn aangewezen als “rode” zones, terwijl de meer welvarende wijken zoals Petionville [nl] in het zuidoosten onder de “groene” zones vallen. Medewerkers van de VN moeten verplicht een militaire escorte hebben als zij om wat voor reden dan ook in een“rode” zone moeten zijn, ook als het gaat om distributie van hulpgoederen (aldus de afdeling Coördinatie Humanitaire Zaken van de VN). Zelfs al voor de aardbeving waren sommige bewoners van mening dat de verdeling in zones nadelig was voor bepaalde wijken, hetgeen duidelijk werd door een rapport van de CIDA (Canadian International Development Agency) over de wijk Bel Air in september 2009 [en].

In de daarop volgende dagen bleef Morse commentaar geven op de indeling in “rode/groene” zones waarbij hij aannam dat het meer te maken had met politiek dan met veiligheid en hij vindt dat  die indeling invloed heeft op de hulpverlening [en-onderstaande links]:

RODE ZONE betekent “arm” of “we willen niet dat onze mensen daar geld aan spenderen” of “we mogen jullie niet”

De indeling in RODE en GROENE zones lijkt nog steeds een rol te spelen bij de hulpverlening in de verschillende wijken.

De indeling in GROENE en RODE zones in Haïti zal uiteindelijk een obstakel zijn. Het is een onderdeel van de Haïtiaanse Monopoliepolitiek. Alle hulp komt bij slechts enkelen terecht.

Op 22 januari beweerde de in de VS gevestigde mediaorganisatie Democracy Now hetzelfde en plaatste een videoverslag [en] over het onderwerp op haar blog. Het verslag haalde Sasha Kramer van de niet-gouvernementele organisatie (NGO) Sustainable Organic Integrated Livelihoods [en] aan:

Ik heb hier zelf gezien dat er vrij snel hulp kwam…. Ik heb begrepen dat er duizenden tonnen voedsel beschikbaar zijn, maar dat er problemen zijn met de distributie van de hulpgoederen.

Grote hulporganisaties die in Haïti werken, krijgen te maken met de waarschuwing van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat veel gebieden in Port-au-Prince onder de rode zones vallen en dat zij die niet in mogen zonder zeer strenge veiligheidsmaatregelen. Als de vele hulpverleners dus in Port-au-Prince rondrijden, zitten ze in afgesloten voertuigen met de ramen dicht….

De Britse fotograaf Leah Gordon van de NGO HelpAge International [en] publiceerde diverse foto's van de oudere bevolking van Haïti in de “rode zones” van Port-au-Prince op HelpAge Flickr.

haiti elderly gordon

Janine (73) en Lemoine (68) wonen rond Grand Rue, in de “rode zone” in Port-au-Prince. Gefotografeerd op 23 januari 2010 door Leah Gordon en gepubliceerd op Flickr. Gebruikt met toestemming van de fotograaf.

Uit andere berichten zou blijken dat de zorgen rond de veiligheid ook buiten Port-au-Prince een rol spelen. Op de website Haiti Analysis werd een verslag [en] geplaatst (gedateerd 26 januari) door de journalist Kim Ives van de weekkrant Haiti Liberté [fr]. In het verslag werd een voedseldropping beschreven in Léogane, vlak bij het episch centrum van de aardbeving:

Léogane … is vermoedelijk het zwaarst getroffen van alle plaatsen in Haïti. Eerder die dag kondigden de VN echter aan dat zij Léogane pas hulp konden bieden als zij de veiligheid gewaarborgd hadden.

“Ik weet niet welke veiligheid zij moeten waarborgen,” reageerde Roland St. Fort (32) leider van een van de wijken in de stad. “Hier zijn geen relletjes geweest. Men is zeer gedisciplineerd. Mensen hebben hier zelf hun beveiliging rond de tentenkampen geregeld.”

Op 19 januari opperde freelance journalist Ansel Herz, die sinds september 2009 in Port-au-Prince is gestationeerd, op zijn blog Mediahacker dat vooringenomen berichtgeving [en] door internationale media de angsten van de hulpverleners zullen voeden:

Ik heb geen enkel gewelddadig incident gezien. In de tentenkampen door de hele stad, of het nu in Chanmas is of bij Delmas, heerst gebrek maar ook volkomen rust…. Zeg tegen CNN, de BBC en andere media dat zij op moeten houden met onrust zaaien.

Op Twitter herhaalde hij (@mediahacker [en]): “Hou op met het verspreiden van de gedachte dat er gewelddadige criminelen zijn. Praat eens met de mensen in plaats van met de politie.” [en] Hulpverlener Troy Livesay (@troylivesay [en]) heeft ook diverse malen [en] gemeld dat hij weinig geweld op straat heeft gezien.

En op 26 januari gaven twee ooggetuigen via Twitter een verslag van de voedseldistributie in de buurt van het vernielde Nationale Paleis in Port-au-Prince, dat onder toezicht van de VN-vredesmacht gebeurde. Braziliaanse soldaten gebruikten traangas!” [en] verkondigde @karljeanjeune [en]. Radiojournalist Carel Pedre (@carelpedre [en} reageerde [en-onderstaande links]:

Ik ben woest! De VN gebruikt gas in de rij wachtenden!

#VN, als jullie hier zijn om te helpen, doe het dan in godsnaam goed!

Olivier Dupoux (@olidups [en]) lijkt echter sceptisch. Ik denk niet dat je echt gelooft dat dit gebeurt omdat ze zich vervelen of om een nieuwe gasbom te testen,” [en] zegt hij.

Een paar uur later plaatste Pedre videobeelden op YouTube waaruit zou blijken dat de vredesmacht pepperspray gebruikt hoewel de wachtende menigte zich rustig gedroeg. Hij gaf de hulpverleningsorganisaties ook vijf adviezen [en-onderstaande links]:

Advies 1: Vraag ieder gezin om iemand uit te kiezen die de hulpgoederen in ontvangst neemt.

Er hoeven minder mensen in de rij te staan en de hulporganisatie is er zeker van dat ten minste 1 gezin te eten krijgt.

Advies 2: Doe het voedsel in kleine tassen. Het is verspilling om één persoon een grote zak rijst te geven.

Advies 3: Laat een groep vrijwilligers helpen met het maken van de pakketten en de distributie.

Advies 4: De distributie moet op een vaste plaats en tijd plaatsvinden.

Advies 5: Het is niet nodig dagelijks voedsel uit te delen. Zorg dat je per gezin minstens voor twee dagen voedsel meegeeft.

Directeur van Global Voices Georgia Popplewell [en], die met twee leden van GV hulp biedt in Haïti, probeert via haar blog [en] deze berichtgeving in een goed perspectief te plaatsen:

Zoals het verhaal over de traangas al aantoont, is het moeilijk om informatie te verifiëren. Je verzamelt zoveel informatie als je kunt, maar uiteindelijk zie je slechts een fractie van het geheel, en misschien begrijp je of lees je slechts een klein deel daarvan echt goed. Het belangrijkste verhaal over de distributie van de hulpgoederen is echter: hoe slecht het is geregeld, hoe het kan dat voorraden niet op de plaats komen waar ze nodig zijn, en ook hoe moeilijk zo'n operatie is.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.