Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Ecuador: Debat over de nieuwe communicatiewet

Artikel 16 van de nieuwe grondwet van Ecuador, die via een nationaal referendum in 2008 goedgekeurd, luidt dat een ieder, individueel of als groep, recht heeft op vrije, interculturele, alomvattende, veelsoortige en participatieve communicatie [es]. De nadere uitwerking van dit artikel in wetten heeft echter enige stof doen opwaaien. Er is een brede discussie op gang gekomen over de nieuwe communicatiewet, de eerste in zijn soort in Ecuador. Aan de ene kant tracht de regering de media te reglementeren, hetgeen voor een deel voorkomt uit de veelvuldige botsingen tussen journalisten en de regering van president Rafael Correa, die kritiek heeft over de rol die de media hebben gespeeld tijdens zijn eerste ambtstermijn als president. Correa beschreef journalisten als ‘corrupt, middelmatig en schaamteloos’ [en].

De tegenstanders van het wetsvoorstel zeggen dat de regering critici de mond wil snoeren en dat het voorstel een gevaar is voor de vrije meningsuiting. Het wetsvoorstel van De organieke Wet op de communicatie, vrijheid van meningsuiting en toegang tot overheidsinformatie [pdf] [es] is een document van 38 pagina's dat wordt gepresenteerd en geanalyseerd door verschillende groeperingen in het land, waaronder bloggers, maar vooral door de media.

De regering heeft deze video uitgebracht met antwoorden op de vraag ‘Waarom hebben burgers een Communicatiewet nodig?’

Blogger Silvia van Lunas Azules [es] bijvoorbeeld, is het eens met de regering en vindt dat journalisten controle nodig hebben. Zij schrijft het volgende over het beroep van journalist in haar land:

En principio resulta hasta ameno constatar lo que muchas veces es ingenuidad de editores con poca preparación profesional y quizá ninguna experiencia en escribir textos, pero después termina siendo seriamente preocupante porque se comprende que nuestra prensa “profesional” no sólo es amateur, sino que muchas veces omite, agrega y selecciona intencionalmente, tendenciosamente, con designios que no son precisamente la entrega de información imparcial a los ciudadanos.

In het begin is het amusant om te constateren hoe naïef de redacteuren vaak zijn die weinig vakopleiding hebben en vermoedelijk geen ervaring met het schrijven van teksten. Dit wordt later echt bedenkelijk als blijkt dat onze ‘professionele’ pers niet alleen amateuristisch is, maar ook met opzet en vooringenomen zaken weglaat, toevoegt en selecteert met bedoelingen die niet geheel overeenkomen met onpartijdige informatieverschaffing aan de burgers.

Een van de voorstellen in de wet is dat alleen personen met een graad in de journalistiek het beroep zouden mogen uitoefenen. Ricardo Tello van Periodismo por Dentro [es] heeft datgene ervaren en onderzocht wat Luna Azules heeft besproken. Hij roept alle journalisten op goed voor ogen te houden dat wetten die de media reglementeren geen obstakel mogen worden voor de onafhankelijke uitoefening van dit beroep. Een radioverslaggever in Cuenca, een stad in het zuiden van Ecuador, noemde hem een ‘vijand van de journalistiek’ vanwege zijn opvattingen over de praktijken die hij afwijst. Tello reageert op deze belediging en geeft aan waarom een journalist niet per se een graad in journalistiek nodig heeft:

A pesar de ser profesor universitario, no reivindico la colegiatura o la obligatoriedad del título de periodista; el título solo es el primer paso de una formación profunda y permanente.

Y si eso me vuelve un enemigo de la prensa, pues me declaro enemigo del periodismo mediocre.

Hoewel ik een professor ben aan een universiteit, ben ik er geen voorstander van om een graad in de journalistiek verplicht te stellen, de graad is slechts een eerste stap in een grondige en permanente educatie.

En als dit mij tot een vijand van de pers maakt, dan pleit ik ervoor mij een vijand van middelmatige journalistiek te noemen.

In Ecuador worden de media als de vierde macht beschouwd, na het presidentschap, het parlement en het Hooggerechtshof. President Correa zegt echter, als hij spreekt over media en journalisten in zijn land, dat ‘macht moet worden gereglementeerd en gecontroleerd, we hebben een machtsevenwicht nodig’ [es]. Zijn opvatting heeft ertoe geleid dat Latijns-Amerikaanse organisaties, waaronder CIESPAL [es], zich zorgen maken over het voorstel voor een communicatiewet. Groeperingen die tegen de goedkeuring van deze wet zijn, noemen dit: de muilkorfwet. Hierover stelt Galo Benítez van Migrante Latino [es] zijn lezers de vraag, ‘een muilkorfwet voor wie?’ en noemt enkele van de elf observaties van de CIESPAL, zoals de frequentieverdeling in drie gelijke delen: openbaar, niet openbaar en gemeenschappelijk, het verbod op concentratie van frequenties en mediamonopolies en de voorrang aan nationale en lokale productie. Benitez heeft echter ook kritiek op sommige vooraanstaande Ecuadoraanse mediafiguren omdat hij vindt dat niet alleen zij gehoord mogen worden:

Quién ha dicho que solo los encopetados comunicadores como Carlos Vera, Bernardo Abad, Jorge Ortiz, Marcelo Dotti, Alfonso Espinoza de los Monteros, Gissela Bayona, entre otros, pueden hacer comunicación en el Ecuador. Son ellos los que se rasgan las vestiduras, no para dolerse del oyente o televidente, sino por que les preocupa el alcance de la ley que podría incomodar a la empresa privada a la que representan. Lo que fastidia a esta élite mediática es que haya una Ley que atente no a la libertad de expresión como tal, sino a la libertad de empresa privada, que se ve afectada con el alcance del proyecto de ley que pretende hacer ciertas reformas necesarias para democratizar parcialmente el derecho a la comunicación.

Wie heeft gezegd dat alleen ijdele journalisten zoals Carlos Vera, Bernardo Abad, Jorge Ortiz, Marcelo Dotti, Alfonso Espinoza de los Monteros, Gissela Bayonne en anderen, de communicatie in Ecuador mogen verzorgen? Zij zijn degenen die zich druk maken, niet omdat ze begaan zijn met het lot van de luisteraar of de kijker maar omdat ze zich zorgen maken over de gevolgen van de wet voor de particuliere ondernemingen die ze vertegenwoordigen. Wat de media-elite stoort is niet zozeer een wet die inbreuk maakt op de vrijheid van meningsuiting als zodanig maar die inbreuk maakt op de vrijheid van privé-ondernemingen. Deze vrijheid wordt beperkt aangezien het voorstel bepaalde hervormingen doorvoert om zo het recht op communicatie te democratiseren.

Een ander belangrijk onderdeel van het voorstel zou televisiekanalen dwingen om stap voor stap tenminste 40% nationale producties in hun dagelijkse programmering op te nemen[es], en op de radio zou minstens 50% van de muziek in Ecuador gemaakt, geschreven en/of gespeeld moeten zijn. Het Latijns-Amerikaanse land heeft meer dan 1500 radiofrequenties, waarvan 97% eigendom is van natuurlijke of rechtspersonen. Een ondernemer kan onder de geldende Ecuadoraanse communicatiewet tot 96 radiofrequenties bijeen sprokkelen [es].

Voor professor Hoax, een commentator op Ecuador sin Censura [es], lijkt het dat het voorstel, waaraan het parlementslid voor Guayas, Rolando Pachana[es] heeft meegewerkt, op een bepaalde manier is gericht tegen de voormalige televisieomroeper Carlos Vera, nu politicus en samen met de voormalige president Gutierrez leider van de oppositie tegen Correa. Het voorstel van Pachana bepaalt dat alleen gemeenschapsjournalisten geen certificaten nodig hebben.

Universiteiten hebben eveneens debatten georganiseerd binnen hun instellingen. Op de Universiteit van Cuenca bijvoorbeeld meent de voorzitter van de studentenvereniging van de School voor de Journalistiek [es] dat het wetsvoorstel om openbaarmaking van bronnen verplicht te stellen, de journalisten verhindert onderzoek te doen en in zekere mate dwingt tot zelfcensuur. Diana Medina denkt dat dit een mediawet is in tegenstelling tot wat wordt verklaard:

Siempre han existido regulaciones, pero no se las ha cumplido a cabalidad. Esta no es una ley de comunicación, porque sólo regula el aspecto informativo, no aborda la comunicación institucional, organizacional… es una ley de medios. Creo que la propuesta no fue bien analizada en algunos puntos, al tener que revelar las fuentes no podríamos desarrollar trabajos de investigación, eso daría paso a la autocensura y ningún periodista querrá aplicar una labor de esta índole.

Regelgeving heeft altijd bestaan maar is nooit helemaal toegepast. Dit is geen wet over communicatie aangezien alleen het informatie-aspect wordt geregeld; het behandelt niet de institutionele en organisatorische aspecten van communicatie… het is een mediawet. Ik denk dat het voorstel op bepaalde plaatsen niet goed doordacht is; als bronnen openbaar moeten worden gemaakt kunnen we geen onderzoek verrichten, dat leidt tot zelfcensuur en geen journalist zal zulke regels dan ook naleven.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.