Sluiten

Steun Global Voices en doneer vandaag nog!

Onze vrijwilligers over de hele wereld zetten zich elke dag in om verhalen te schrijven of te vertalen die je nergens anders leest. Maar hiervoor hebben we jouw hulp nodig. Steun onze editors, onze technologie en onze projecten met een donatie aan Global Voices!

Doneer nu

Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Gesprek met Jamaicaanse schrijver en blogger Marlon James

Jamaican writer Marlon James

Jamaicaanse schrijver Marlon James

Marlon James [en] is geboren op Jamaica in 1970. Zijn eerste roman, John Crow's Devil (2005), was genomineerd voor de Commonwealth Writers’ Prize [en] en hij was finalist voor de Los Angeles Times Book Prize. Zijn tweede roman, The Book of Night Women, door een recensent omschreven als “zowel prachtig geschreven als verschrikkelijk” [en], werd gepubliceerd in februari 2009. James woont tegenwoordig in de Verenigde Staten, waar hij docent literatuur en creatief schrijven is aan het Macalester College [en] in St. Paul, Minnesota.

James is bovendien blogger. Sinds mei 2006 plaatst hij zo nu en dan reflecties over boeken, muziek, film, politiek en maatschappij op Marlon James, Among Other Things [en]. De in New York gevestigde literatuurblogger Maud Newton interviewde Marlon onlangs over zijn nieuwe boek [en]. Kort daarna nam ik een interview per e-mail met hem af, dit keer gefocust op zijn blogactiviteiten. Hier volgt een bewerkte versie van ons gesprek.

Nicholas Laughlin: In een recent blogartikel [en] bekritiseerde je de “elitaire” anti-internetschrijvers die blogs minachtend afwijzen. Ken je er daar veel van? Het lijkt tegenwoordig wel of iedereen blogt en zelfs algemene publicaties zoals de New York Review of Books, de New Yorker, enz. hebben een blog, podcast en twitteraccount. Waar komt die teneur van weerstand voor online media vandaan?

Marlon James: Anti-internet, minachting? Waar die vandaan komt? Uit de literaire kringen zelf. Een deel ervan is goedaardig geplaag, maar vaak is het de basale overtuiging dat het internet gewoonweg geen ontmoetingsplaats kan zijn voor serieuze intellectuele gedachten en betrokkenheid. Dit heeft al eerder tot onenigheid geleid — ik denk bijvoorbeeld aan die stomme woede-uitbarsting, aangewakkerd door schrijvers van het magazine N+1 [en] naar aanleiding van blogs als The Elegant Variation [en] van een paar jaar geleden.

Ik ben de grootste gelover als het gaat om de blijvendheid en het belang van boeken, maar literatuur bestond daarvoor al en zal ook daarna nog bestaan. We zijn geneigd om dat te denken, omdat het internet iets onontkoombaars is, iedereen is online en niemand maakt er een punt van, maar mensen kijken nog altijd naar het internet als was het de grote boeman die een keer zal toeslaan. Er liggen oude pedofielen op de loer naar jonge meisjes en jongetjes. Het is de vernietiging van het lezen. Er is een lapmiddelcultuur door ontstaan (en ik dacht juist dat lapmiddelen het veroorzaakten). Dat gezegd hebbende, door het internet is gemeenschappelijke kennis verworden tot een kwestie van meningen, of in ieder geval van wat het laatst is geplaatst op Wikipedia. Al deze bezorgdheid kan terecht zijn, maar dit werd ook ooit gezegd van de roman, radio en tv.

Dit wil niet zeggen dat iedereen meteen moet gaan bloggen. Iets wat deze online biechtcultuur aantast, is dat velen van ons zo weinig te zeggen hebben, maar het toch met alle geweld willen zeggen. Maar zo velen van ons hebben dingen die gezegd moeten worden en het internet is de enige plaats waar die stemmen gehoord kunnen worden.

NL: Heb je het gevoel dat je blog een breder publiek voor je romans bereikt?

MJ: Ik weet het niet zeker. Mijn vriend Don Lee [en] is ervan overtuigd dat mijn blogpersoonlijkheid een totaal andere persoon is. Een docent creatief schrijven vertelde me ooit dat mijn literaire persoonlijkheid een veel betere schrijver is. Ooit kende men mij alleen maar als blogger. Ik ben begonnen met bloggen omdat er zoveel dingen waren die ik kwijt wilde, die ik met fictie niet kon uitdrukken. Met name over hoe we tegenwoordig leven. Misschien was ik te lui om een baan te zoeken bij een tijdschrift. Ik heb weinig zin om iets op te biechten en ik ben ook niet iemand die pas tot leven komt met een publiek. Ik weet zelfs niet zeker of wat ik schrijf wel gelezen wordt. Aan de ene kant is mijn blog een coördinatiecentrum voor mijn gedachten. Aan de andere kant is het een generale repetitie voor wat ik werkelijk wil schrijven.

NL: Hoe anders is het schrijven voor je blog dan bijvoorbeeld het schrijven van een korte essay voor een gedrukte publicatie? Heb je een andere aanpak, bedoeling of stem wanneer je voor een online publicatie schrijft? Is het medium van belang? Is er materiaal waarover je niet zou schrijven als je je blog niet had?

MJ: Mijn blogartikelen zijn vooral onderzoekingen, waarin ik al schrijvend naar het doel ga van wat ik werkelijk wil zeggen. Om de een of andere reden voelt dat in de vorm van een blog natuurlijker aan, die handeling waarmee ik mijn rotzooi bij elkaar zoek. Als het gedrukt was, zou mijn artikel “The Bigots On My Bookshelf” [en] er vormeloos en weinig overtuigend uitzien, maar online ziet het eruit zoals het is: dat ik door een proces ga. Toen ik aan dat artikel begon, had ik geen idee hoe het zou eindigen.

Ik kan het mis hebben, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik bij gedrukte publicaties in ieder geval moet weten waarover ik schrijf voordat ik erover ga schrijven. Of toch in ieder geval een basisidee moet hebben. Ik zal ook eerder een blogartikel schrijven puur uit woede, zonder rationeel te denken — een zenuw blootleggen, zou je kunnen zeggen. Niets van wat ik schrijf is erg ver verwijderd van hoe ik spreek, maar blogartikelen komen waarschijnlijk het dichtst in de buurt. Dit kan een verrassing zijn voor wie denkt dat ik rondloop met zwaarwegende gedachten, terwijl ik alleen maar denk hoe ik aan de laatste Buffy-strip kan komen. Nu we het toch over Buffy hebben, ik gebruik ook blogs om de hand te leggen op bijna alles BEHALVE literatuur. Er is tenslotte meer in het leven dan alleen boeken. Niet veel meer, maar toch….

NL: Wat misschien een andere manier is om te vragen: zie je je blog als literair werk?

MJ: Nee. Wel een oefening in het zoeken. En zeker een speeltuin waarin gedachten kunnen groeien. Waarschijnlijk een amateurpoging tot journalistiek. Vaker wel dan niet een opslagplaats voor essays. Maar ik ben waarschijnlijk de enige die denkt dat kunst gekookt beter is dan rauw, en mijn blogs zijn meestal rauw.

NL: Heb je er ooit aan gedacht om het blogmedium of de vorm te gebruiken voor het schrijven van fictie?

MJ: Nu komen we op het vlak waar ik een Luddiet ben. Een goed verhaal is een goed verhaal, ongeacht het medium, maar ik vraag me soms af wie dit doet? Blogfictie heeft net zoveel valkuilen als fictie die in eigen beheer wordt gepubliceerd. Er is zeker goed werk in die wereld, maar er is ook, voor zover ik het heb gezien, slecht werk dat bij elkaar wordt gehouden door de overmoed van de auteur, of anders gezegd: werk dat waarschijnlijk nooit gepubliceerd zou worden.

Blogs, net als uitgaves in eigen beheer, laten vaker dan gewenst zien hoe belangrijk een goede redacteur is. Talent kan overal vandaan komen, maar het is moeilijk te vinden wanneer een groot deel van dit spul gewoon komt van schrijvers die zich online willen ontlasten. Dit zijn ongetwijfeld opruiende woorden. Maar het is zoiets als het stereotype van de missverkiezing. Natuurlijk is het neerbuigend en beledigend om te denken dat alle misses dom zijn. Maar waarom ontmoet ik dan alleen de dommen?

NL: Welke literaire blogs lees je regelmatig? Volg je de kleine Caribische literaire blogosfeer, of heb je het gevoel dat je tot die gemeenschap behoort?

MJ: In dit aspect van de blogosfeer ben ik erg geïnteresseerd. Het opbouwen van een gemeenschap. Binyavanga Wainaina [en] sprak hierover op een PEN-conferentie in 2007 en ik heb er eerder naar verwezen: hij zegt dat de gemeenschap van moderne Afrikaanse schrijvers is gevormd door het internet. De basis van een groep, die niet alleen de waarheid sprak om energie te geven, maar bovendien fysiek teveel verdeeld was, te ongrijpbaar maar toch tastbaar, en te toegankelijk om door de gevestigde macht tegengehouden te worden.

Caribische broodschrijvers leven om diverse redenen zo verspreid en ver uit elkaar, en komen een keer per jaar bijeen voor het Calabash Literary Festival [en] (in Jamaica). Ik weet niet of we ooit ons eigen Parijs krijgen, maar we zouden online bij elkaar kunnen komen. Ik weet nog niet wat dat precies inhoudt, maar ik geloof wel dat schrijvers een eigen gemeenschap nodig hebben, al was het alleen voor de morele steun. Ik me nog nooit zo alleen gevoeld als toen ik mijn eerste boek schreef. Dat gezegd hebbende, ik lees Guyana Gyal, Long Bench, Geoffrey Philp’s blog, Active Voice [en], en een heleboel andere blogs waarvan ik de naam niet meer weet. Of ik ga gewoon naar Global Voices en die zeggen me dan waar ik zijn moet.

NL: Welke Caribische schrijvers wil je graag zien bloggen?

MJ: V.S. Naipaul heeft beslist een hoop rotzooi die hij moet verwerken. Als hij meer materiaal online zou zetten, zou hij ons er misschien voor kunnen behoeden dat hij het allemaal in zijn werk behandelt. Ik bedoel maar.

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.